Kom, o Geest des Heren kom uit het hemels heiligdom. Kom Troost
voor armen, kom Gever van gaven, kom Vrede, kom Licht; was mij,
genees mij, maak mij zacht, verkwik mijn hart, geef ons uw
liefde.
Pinksteren. Het feest van de Geest, van de heilige Geest…
Hoeveel geesten kent u? De meest bekende is de tijdgeest, maar
ook de geest uit de fles en de geest uit de afgrond, of
‘hoe groter geest, hoe groter beest’. U verstaat
woorden als ‘geestdrift’, ‘geestig’,
‘geesteshouding’, ‘geestdodend’ of
‘geestelijk’. U kent gezegden als: ‘iets voor
de geest halen’, ‘een heldere geest hebben’, of
‘de geest van het Tweede Vaticaans Concilie’. U kent
ongetwijfeld ook uitspraken van Jezus zoals: ‘De Geest is
wel gewillig, maar het vlees is zwak (Mat. 26, 41)’, of
‘zalig de armen van geest Mat. 5,3)’.
Maar als ik u zou vragen: ‘Wie is de heilige Geest?’
En: ‘Wat betekent de heilige Geest voor u?’ Dan ben
ik bang dat er toch even een stilte valt.
In de Bijbel valt die stilte juist niet. Daar ontstaat een storm
en de leerlingen beginnen te spreken, mensen zijn stomverbaasd en
er ontstaat tumult. In onze tijd echter, lijkt de heilige Geest
te zijn doodgezwegen. Nu kan de Geest gelukkig niet sterven, dus
doodzwijgen werkt niet, ergens breekt Hij toch weer door, de
Geest waait waar Hij wil, je kunt niet zeggen hier of daar, in de
Kerk en daarbuiten, Hij waait op bekende en onbekende plaatsen,
bij bekende en onbekende mensen.
Desondanks lijkt de heilige Geest altijd een beetje de grote
onbekende te blijven. Dat komt omdat de heilige Geest volmaakt
bescheiden is, net zo bescheiden als de Vader en de Zoon, want
God is bescheiden. God is groot, de Allerhoogste, God is de
Almachtige, de Schepper, de Rechter, de Albeheerser. God wordt
uitgebeeld als het Alziend Oog, God is het die hemel en aard
bestuurt, in stand houdt en voortdurend schept; en toch is God
nederig, bescheiden, terughoudend en eenvoudig. God maakt zich
klein als een kind in een stal. Zo is dus ook de heilige
Geest.
Hoe kunnen wij de heilige Geest leren kennen. Hij is ons
geschonken in meerdere momenten, bij het Doopsel, bij het
Vormsel, bij de Priesterwijding, maar ook in onze natuurlijke
talenten en in onze gemeenschap. De heilige Geest doet zoveel en
kan nog zoveel meer voor ons doen: Hij helpt ons kiezen, Hij
helpt ons ja zeggen en helpt ons nee zeggen, zoals Jezus leert:
“uw ‘ja’ zij ‘ja’ en uw
‘nee’ zij ‘nee’”. De heilige Geest
helpt ons volhouden, helpt ons geloven, helpt ons bidden, helpt
ons de liefde te bewaren want de liefde is de grootste gave van
de heilige Geest. Paulus spreekt vandaag in 1 Kor. 12 over het
ene Lichaam, één hoofdstuk verder in 1 Kor. 13,
spreekt hij over de grootste van alle gaven, groter dan geloof,
groter dan hoop, de grootste die in eeuwigheid blijft is
‘de liefde’.
De heilige Geest doet ons profeteren en leert ons de profetie te
verklaren; Hij leer ons Gods Woord uit te leggen. De heilige
Geest doet ons begrijpen en doet ons herinneren wat Jezus ons
heeft geleerd. De heilige Geest schenkt ons zijn ‘zeven
gaven’ die meer dan zeven, ontelbaar veel zijn. Hij geeft
ons kennis van God en kennis van het ware Leven, Hij geeft ons
inzicht en leert ons goed en kwaad te onderscheiden, om de goede
geest van de kwade geest te onderscheiden. De heilige Geest
schenkt ons gaven om zieken te verzorgen, te bezoeken, te
genezen, de gaven van wonderen en tekenen. De heilige Geest leert
ons spreken, leert ons verstaanbaar spreken over God, over
Christus, leert ons de taal van geloof, hoop en liefde spreken,
de taal van de hemel die alle talen omvat. De heilige Geest schenkt ons
wijsheid die alle kennis overstijgt, Hij geeft ons de wijsheid
van het hart, de wijsheid van het geloof, de wijsheid van God. De
heilige Geest leert ons met beleid te werk te gaan, zoals God
Zelf met beleid de wereld schept en haar met beleid bestuurt. De
heilige Geest leert ons God en de naaste lief te hebben, elkaar
te respecteren, elkaar hoog te achten, God boven alles hoog te
achten, te eren en te prijzen, met ontzag en met een heilige
vrees voor Gods majesteit, voor Gods oneindige grootheid …, en
tegelijk God lief te hebben als Vader, Zoon en heilige Geest
(Vgl.: Jesaja 11, 2-3a).
Willen we de heilige Geest leren kennen, dan moeten we naar Jezus
kijken. Alles wat Jezus doet, wat Hij zegt, wat Hij denkt, wil,
verlangt …, alles is uit de heilige Geest. Jezus Zelf is de
vrucht van de heilige Geest die Maria overschaduwde, ofwel die
Maria kracht gaf, die Maria moeder deed worden van Gods Zoon. De
heilige Geest drijft Jezus naar de woestijn, om beproefd te
worden. De heilige Geest is de kracht, de vinger Gods ,waardoor
Jezus de boze geesten uitdrijft, de heilige Geest wordt ons door
Jezus beloofd en door Hem gestuurd. Door de heilige Geest zal
Jezus voor altijd bij ons blijven.
De Kerk leeft door de heilige Geest. De heilige Geest is bij elk
sacrament. In het Eucharistisch gebed wordt tweemaal nadrukkelijk
om de heilige Geest gevraagd. De eerste keer over de gaven van
brood en wijn. De tweede keer over onszelf als gemeenschap en
over ieder van ons individueel. Zoals de heilige Geest de gaven
die wij God aanbieden, brood en wijn, maakt tot Lichaam en Bloed
van Christus, zodat wij onze eenheid met Hem hier kunnen vieren
en ontvangen. Zo maakt de heilige Geest ons tot kinderen van God.
Ook maakt de heilige Geest al ons werk nieuw, heel ons doen en
laten, alles wat wij naar deze viering meebrengen in hoofd en
hart, alles wat we in de Geest op het altaar neerleggen, maakt
Hij nieuw. Hij herstelt wat gebroken was, voltooit wat onvolkomen
was, heiligt wat al te menselijk was, dat alles krijgt een nieuwe
plaats in onze relatie met God. Dat doet de heilige Geest.
Door Jezus leren wij de heilige Geest kennen, door naar Jezus te
kijken en zijn woord te beluisteren. Maar ook andersom. Willen
wij Jezus en de Vader leren kennen, dan kan dat niet zonder de
heilige Geest. Hij is de zoete gast van onze ziel. Hij leert ons
God kennen, Gods bedoelingen verstaan en Hij leert ons Jezus
kennen. Niemand kan zeggen: ‘Jezus is de Heer’,
tenzij door de heilige Geest. Niemand kan echt bidden, tenzij
door de heilige Geest en geen gemeenschap zal ooit echt
één kunnen zijn, tenzij door de heilige Geest.
Straks bidden we voor de Kerk, voor de paus en de bisschoppen, we
bidden voor regeringsleiders, voor gezinnen en alle mensen die
het minder hebben op geestelijk gebied, we bidden in stilte opdat
de Geest ons innerlijk beweegt en kracht geeft. Maar eerst willen
we als uit één mond ons geloof belijden. Door samen
de geloofsbelijdenis uit te spreken, voegen we ons in het ene
Lichaam van Christus, uit verleden, heden en toekomst, van Oost
tot West en van Noord tot Zuid, hier op aarde en in de hemel, belijden wij als uit
één mond, door de Geest die ons één
maakt in Christus onze Heer. Amen.\
Pinksteren A (2005)
A-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood