Met Pinksteren gaat het niet langer over iets dat Jezus overkomen is. Nu gaat het over anderen. Het gaat over ons. Het is de Geest die de kring van gelovigen opnieuw in beweging brengt. De Geest die “begeestert” en vandaag zijn kracht ontwikkelt om mensen op te roepen tot gemeenschap, om hen te verlichten en onze tongen los te maken tot verstaanbare boodschappen die bevrijdend werken en leven schenken.
Maar als wij ons leven, hier en nu, van de laatste tijd overschouwen, dan zien wij ook heel veel spraakverwarring. Babel ligt niet ver uit de buurt. Er is algemeen gezien, een enorme “tweetaligheid” van mensen die verwarrend is.
- Hoe vaak vertellen we niet elk ons eigen verhaal en luisteren we nauwelijks naar dat van de andere? Soms raakt onze toehoorder een onderwerp aan en wij geven direct onze belevenissen weer zonder één belangstellende vraag naar de ander toe.
- En hoe dikwijls zwijgen we, daar waar we zouden moeten spreken, …om te bemoedigen, of om terechte verontwaardiging te uiten, … we laten dan liever anderen de kastanjes uit het vuur halen.
- En, als we beter zouden luisteren, kunnen we ook beter aanvoelen wat niet gezegd wordt, maar wat wel uitingen zijn van vreugde, pijn of verdriet, of nood aan een bemoedigend woord.
- Ook onder de barse taal van neerhalende kritiek of verwijten, van geslotenheid of agressie kunnen we leren luisteren naar het enorme verlangen van ieder mens ofwel om iemand te zijn met schouders, ofwel om een schouder te vinden om op te leunen.
De angst om die schouder niet te zijn of niet te vinden is de bron van heel veel verwarring, Babelse verwarring.
En dan zijn daar die apostelen, die Galileeërs, die iedereen toespreken in de eigen taal over de grote daden van God.
Enkele jaren geleden nam ik deel aan een bijeenkomst van ongeveer 700 christenen, afkomstig uit 17 verschillende landen van Europa en waar zo’n 15 verschillende talen werden gesproken. Vertalers hadden overhoop aan werk, maar verder sprak ieder zijn eigen taal tegen anderstaligen en desnoods gebruikten we handen en voeten om iets uit te leggen. En hoe verschillend ieder ook was, niet alleen in taal, maar ook in beleving en ook in het feit dat we soms een heel andere inhoud aan begrippen gaven, toch waren we begeesterd door een zelfde verlangen om ons relationeel leven met onze partner, onze medemens uit te diepen en te verstevigen, een echt Pinkstergebeuren.
Beste mensen, te gemakkelijk leggen wij de oorzaak van onze mislukkingen bij de anderen.
Verbondenheid beleven, beslissingen nemen, verantwoordelijkheid nemen, geduldig wachten, zenuwachtig worden, incasseren, reageren, de dupe zijn, het zijn situaties waar ieder op zijn eigen manier mee omgaat, gedreven door zijn eigen hunkering.
En al naargelang de inkleuring van dit verlangen zeggen wij dezelfde woorden en toch iets totaal verschillend.
Door het wonder van Pinksteren kunnen mensen tot elkaar spreken in hun eigen taal omdat het de taal van het hart is en ze kunnen elkaar verstaan omdat ze naar mekaars persoon geluisterd hebben.
En tot slot, beste mensen, dit wonder zou niet werken als we niet tegelijkertijd de gave van de Heilige Geest zouden gekregen hebben, de gave die inhoudt: de vergeving van zonden!
Een gave die niet los te denken is van Jezus’ wens: “Vrede zij u”.
Zijn vrede kan ons helpen om, in een of andere vorm, zinnen uit te spreken als: “Wil je mij dat vergeven?” en “Ik wil je dat vergeven”.
Niet alleen wij maar heel de wereld heeft nood aan die woorden. Ik wens jullie bij dit Pinksterfeest die ervaring toe en de begeestering om vrede en alle goeds te bewerken voor elkaar.