Pinksteren is het meest dynamische feest dat we vieren. Het is een dynamiek die met Kerstmis de wereld in komt, die tijdens Jezus’ leven aan het licht komt, die door de kruisdood heen als onverwoestbaar in hem bezegeld wordt, maar die op die vijftigste dag op duizenden overslaat, en een heel nieuwe periode in de wereldgeschiedenis inluidt. En eenieder die dat niet begrijpt, weet niet waar het om gaat.
Het is niet zo dat wat er gebeurt iets helemaal nieuws brengt. Het is veel meer een kwestie van dat wat tot nu toe in het duister gebleven was, nu plotseling van de daken verkondigd wordt. Voordat het van die daken verkondigd wordt, is het iets dat zijn volgelingen duidelijk wordt. De verhalen over hoe het hun duidelijk werd zijn verschillend. In het ene - ons tweede verhaal hier - vertellen ze dat Jezus over hen blaast, en hun iets inademt. In het andere relaas - ons eerste - is het een veel dramatischer gebeuren. Er is lawaai, gedonder, een vuurbal, vlammen en een oproer op straat. Maar in beide gevallen gebeurt hetzelfde. Wat hun overkomt lijkt op wat Jezus overkwam bij zijn doop in de Jordaan.
Ze komen ineens tot zichzelf. Ze voelen en weten wie ze zijn. Ze komen uit Gods hand, ze worden gedragen door Gods geest en leven. Ze vinden datzelfde centrum dat Jezus tot een onverzettelijke held had gemaakt in zichzelf.
Het was tijdens een seminar op de School voor Filosofie aan de Katholieke Universiteit van Amerika in Washington DC. Het onderwerp van gesprek was ‘Sociale veranderingen en humanisering’. Er waren deelnemers uit de hele wereld. Russen en Chinezen, die zojuist de geslaagde en mislukte veranderingen in hun landen meegemaakt hadden. Roemenen, Japanners, Amerikanen, Filippino’s, Nigerianen, enzovoort. Ze vertegenwoordigden verschillende academische specialisaties en artistieke vaardigheden. Ze waren van allerhande religieuze en postgodsdienstige komaf.
Een van de eerste vragen was: waar komt de dynamiek vandaan die ineens over bijna de hele wereld, maar vooral in het Oosten tot de recente volksbewegingen en opstanden leidde? Voordat die vraag beantwoord werd, was er een andere vraag: ‘Wat is de werkelijke aard van die verandering?’ Een Russische professor uit Moskou had het duidelijkste antwoord. Hij meende dat bevolkingsgroepen en mensen die tot nu toe alleen maar object van de geschiedenis geweest waren, nu subject aan het worden zijn.
Maar onder welke invloed heeft die verandering dan plaats? Er waren heel veel antwoorden. De universele verklaring van de mensenrechten na de Tweede Wereldoorlog, het Verdrag van Helsinki, de dynamiek van het Marxistische socialisme zelf, of wellicht de invloed van de huidige - personalistisch denkende - Slavische paus, wiens stem wellicht meer in het Oosten dan in het Westen aanspreekt. Geen enkel antwoord scheen afdoende. Wel waren we het er allemaal over eens dat de bron van de veranderingen diep lag. Dat de crisis een spiritual iets was. Ze gebruikten allen dat Engelse woord. De oorzaak was dus - volgens hen - iets geestelijks.
Een van de Chinese deelnemers, die een hele tijd in het Westen gestudeerd had, en vanwege de Tienanmen-slachting niet naar China terug had gekund, zei toen dat je het bij ‘spiritualiteit’ hebt over hoe de mens zich tot het ‘transcendente’ verhoudt, tot datgene wat eenieder voelt en weet, wat er schuilt achter wat we zien, ruiken, voelen, horen en smaken. Hij had daarom - hij zei het bijna alsof hij zich daarvoor verontschuldigde - de bijbel gelezen en het christendom geanalyseerd. Hij was vooral getroffen door wat bij de doop over een mens onthuld wordt, namelijk dat de mens van God komt, in God geschapen is, en van Gods geest leeft. Hij voegde er aan toe dat, als je dat werkelijk gelooft, de hele wereld voor je verandert, maar ook hoe een mens haar- of zichzelf in die wereld interpreteert. Plotseling werd niet alleen maar mij, maar ook alle anderen de dynamiek duidelijk, die er schuilt in dat waarin we als christenen geïnitieerd worden bij ons doopsel.
Het is die dynamiek die eerst in dat groepje vrouwen en mannen in Jeruzalem, en even later in de Straat in Europeanen, Aziaten en Afrikanen ontvlamde. Ze werden zich bewust van hun eigen waarde en rechten. Pinksteren is het einde van iedere ‘heer’-schappij! Daar doet geen staat of kerk wat aan!