* In de eerste lezing (Hand 2,1-11) beluisterden wij het indrukwekkend Pinkstergebeuren bij de jonge Kerk. De eerste christenen waren Joden. Voor Joden was Pinksteren het oogstfeest van de eerstelingen, vooral de voltooiing van Pasen en de herdenking van het Sinaï-evenement waarbij onder natuurgedreun Mozes Gods tien geboden bracht aan het volk. De Thora (de Wet) was norm voor het Joodse leven. Nu zou de Geest norm en stuwkracht worden voor het nieuwe Godsvolk.
* Deze lezing komt uit het boek “Handelingen van Apostelen”, het “Evangelie van de Heilige Geest”, dat eerst één geheel vormde met het Lucasevangelie. Lucas biedt er ons een mozaïek van fotoflitsen op gebeurtenissen in de oerkerk, vooral rond de twee apostelen Petrus en Paulus. Hij toont erin hoe de kracht van Gods Geest levenwekkend de jonge Kerk aandreef en boetseerde.
1. Het werk van Gods Geest was al groeiend zichtbaar doorheen heel de heilsgeschiedenis.
-
Reeds in het scheppingsverhaal is Hij Gods levengevende kracht, die vormend over de chaos zweeft. Hij vervult heel het aardrijk. Hij is als wind en adem: Gods adem als over klei om de mens te verwekken. Maar Hij werd bijzonder vaardig over aartsvaders, rechters, vorsten en profeten, steeds intenser, in een crescendo doorheen heel de bijbel van de Joden. Daarin keert steeds een dubbele belofte terug: de komst van de Messias en die van de Geest die zijn werk zal voltooien.
-
Vooral in Jezus’ komst klaart de persoonlijkheid van de Geest. Het Lucasevangelie start met de boodschap aan Maria: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen…” (Lc 1,35). De menswording is creatie van de Geest in eenklank met het “ja” van Maria. Van daaruit werd zij “Bruid van de Heilige Geest” en “Beeld van de Kerk”. Wat door haar ontvankelijkheid gebeurde moet nu in de Kerk worden voortgezet. Daarom herneemt Lucas bewust bij de aanzet van “Handelingen” bijna letterlijk dezelfde zinswending, nu tot de Apostelen gericht: “Gij zult de kracht ontvangen van de Heilige Geest, die over u komt, om van mij te getuigen” (Hand 1,8). Op Pinksteren was Maria dan ook betekenisvol aanwezig te midden van de apostelen. Deze zin wordt dan ook heel passend het thema van de “Wereldjongerendagen” in Sydney deze zomer.
-
In het evangelie van vandaag loopt Jezus hierop vooruit. Hij blies over hen en zei: “Ontvang de Heilige Geest” (Joh 20,22). Dat inblazen betekent het overbrengen van leven. Hier: het delen in het grote Leven van God. Vandaar: “Wier zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven…”. Die vergeving wijst op herschepping. De leerlingen worden tot nieuwe mensen herboren. Op Pinksteren zelf is het een losbarsting, waardoor die vernieuwende kracht nu overgaat op talloze Joden en heidenen.
2. De verdere geschiedenis van de Kerk is één golving van Pinksteren naar Pinksteren…
-
De Kerk ging zich verder vernieuwen van het ene pinkstergebeuren naar het andere. Na de schok van de eerste vervolgingen lezen we hoe de Geest weer de leerlingen vervulde die in gebed bijeen waren (Hand 4,31), later neerdaalde over Samaritanen (8,17), over heidenen (10,45) en over Griekse Joden (19,6), en hoe die Geest de apostelen bij herhaling wonderen liet verrichten tot staving van hun leer. Patriarch Athenagoras van Constantinopel zei het zo: “Zonder de H. Geest is God ver, blijft Christus in het verleden, is het evangelie dode letter en de Kerk louter organisatie.”
-
En zo ging de Geest de Kerk gestalte geven en uitbreiden in Azië, Europa en Afrika, verder in Amerika en in heel de wereld. Twintig eeuwen zijn het geworden van uiterlijke bloei afgewisseld met vervolgingen en crisisperioden. De vervolgingen waren bloedig of soms geraffineerd. Het martelaarschap behoort tot het wezen van het christendom (de bekeerling Erik Peterson). Er zijn ook scheuringen en dwalingen geweest. De beproeving die de Kerk vandaag meemaakt ook in de onthulling van diverse schandalen betekent een noodzakelijke catharsis, een grote uitzuivering waarin ook de Geest werkzaam is. De Geest bevrijdt de Kerk niet van vervolgingen of van beproevingen, maar vormt en verdiept haar dwars door de katalysator van deze beproevingen.
-
Precies door deze turbulente geschiedenis heen gaf de Geest onophoudend zijn gaven zevenvoud, verwekte Hij charisma’s en verantwoordelijkheden tot leiding. Onder de stuwkracht van de Geest ontving de Kerk steeds weer een waaier van roepingen, en op tijd de figuren die zij telkens nodig had: Een Clara en een Frans van Assisi, een Frans van Sales en een Xaverius, een Ignatius van Loyola, een Theresia van Avila, een Theresia van Lisieux, en een Mother Teresa,… ontelbare gekende en ongekende heiligen, missionarissen zoals Lebbe, Lievens en Damiaan… Bewegingen en stromingen ontwaakten die vernieuwing en verdieping brachten. En in de harten van zo velen speelt tot op vandaag de verborgen levensconfrontatie met God. Elke mens kent zijn persoonlijke strijd. Er is een soort onderaardse explosie waarin de Geest aanwezig werkt. Hij komt daar waar gebeden wordt: “Kom, Heilige Geest…”. Hij komt zelf bidden in ons als wij het Hem vragen. Hij schenkt geloof, hoop en liefde, verwekt vrede, vrijheid en vreugde. Hij herschept en omvormt ons gaandeweg, waar wij gehoorzamend onder zijn wind meeplooien, tot wij het beeld geworden zijn dat God ooit van ons droomde. Pinksteren, het feest van Gods voltooiing in ons!