Paaszondag – jaar A

A-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

Homilie op Pasen 2014: “Vanuit je armtierig tentje vissen naar een complimentje”

Tielt, 20 april 2014

Toon Hermans heeft in zijn eigen stijl een mooi gedichtje geschreven: “De Hengelaar”. Luister maar:

“Daar zit ‘ie met z’n hengel bij de plas,

al uren voor z’n armtier’ge tentje,

’n tikkie treurig in de zon,

Ik hoorde uit betrouwb’re bron,

hij zit te vissen naar een complimentje.”

Ik dacht daaraan toen ik het evangelie van Pasen las.

Na Jezus’ dood waren zijn leerlingen diep ontgoocheld. Zij hadden van Hem heel veel verwacht: dat Hij nu eens en voorgoed de wereld zou veranderen, dat het nu eens en voorgoed zou gedaan zijn met uitbuiting en onrecht in de wereld, dat Hij een rijk zou stichten waar alle mensen gelukkig zijn. Zij droomden zelfs dat zij, als trouwe volgelingen, een hoge post zouden krijgen in dat spirituele luilekkerland.

Maar dat alles is een illusie geworden. Want ze hadden beroerde dagen achter de rug. Door één van zijn vrienden was Hij verraden. Hij was gevangen- genomen, aan het kruis geslagen en gestorven. Nu lag Hij in het graf met een zware steen ervoor en er was blijkbaar niets veranderd. Zij waren zelfs heel bang geworden en durfden niet langer in Jeruzalem blijven uit vrees hetzelfde lot te ondergaan. Zij verlieten daarom die stad en trokken o.a. naar Emmaüs, 11 km. daarvandaan. En onderweg spraken zijn hun diepe ontgoocheling uit: “Wij leefden in de hoop”, maar die verwachting was een illusie geworden. Is dat niet het lot van vele mensen op onze dagen, die ontgoocheld zijn in hun verwachtingen: in hun relatie, in hun kinderen, in hun werk, in hun engagement voor de anderen. Zij voelen zich niet gewaardeerd.

Zij sluiten zich op in zichzelf en hebben de indruk dat niemand naar hen omziet. Vanuit hun armtierig tentje zitten zij te vissen naar een complimentje, een pluim waardoor zij weer vleugels krijgen.

De verrezen Heer biedt aan die vele ontgoochelde mensen, die zich vastgespijkerd hebben op triestige ervaringen, de bevrijdende boodschap dat zij meer met verwachtingen mogen leven dan met triestige herinneringen. Hij leert hun dat niet het lijden en de dood van Goede Vrijdag het laatste woord hebben, maar het leven en de vreugde van de verrijzenis. Hij leert hun dat zij weer hoopvol mogen zeggen: “En toch!”

Pasen vieren is niet langer zeuren over andermans gebreken en hebbelijkheden, maar je blij en dankbaar tonen voor wat zij je bieden. Een complimentje geven aan je vrouw: haar zeggen dat het nieuwe kleedje dat ze gekocht heeft, getuigt van haar fijne smaak en niet eerst vragen “Hoeveel heeft het gekost?” Dan zal zij wel zelf zeggen hoeveel het maar gekost heeft. Niet zagen over je man omdat hij door zijn beroep zo weinig tijd vrij maakt voor zijn vrouw en kinderen, maar hem complimenteren voor het succes in zijn beroep. Dan zal hij zelf wel zeggen hoe graag hij meer tijd en aandacht zou besteden aan zijn gezin. Je opgroeiende en ietwat scheef gegroeide zoon is misschien een te kritische en lastige vlegel, waardoor hij dikwijls op je zenuwen werkt. Maar geef hem af en toe een compliment voor zijn goed hart en zijn uitbundige levensvreugde. Dat pluimpje is misschien de beste manier om hem op een handige wijze door zijn apenjaren te loodsen. Jongen of meisje, als in je ogen je ouders te streng zijn, geef ze toch af en toe een complimentje voor hun rijke ervaring, hun wijsheid en hun goede bedoelingen. Wellicht zal jij hen en zij jou beter begrijpen en waarderen.

Dan ga je ondervinden wat de minzame Franciscus van Sales reeds rond 1600 zo raak verwoord heeft: “Je vangt meer vliegen met een klontje suiker dan met een glas azijn.”

Als je oog en aandacht hebt voor de mensen die vanuit hun armtierig tentje vissen naar een complimentje, dan wordt het voor jou en vele mensen echt Pasen.

Ik wens jullie allemaal van harte een vreugdevol Paasfeest, waarop je veel complimentjes geeft en krijgt.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online