Paaszondag (2008)

A-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

Als het voorjaar doorbreekt, krijgen veel mensen lentekriebels, hun handen beginnen te jeuken om aan de slag te gaan. Als het een mooie lentedag is dan zie je velen bezig in hun tuin, en de boeren zijn al volop aan het werk op het veld, en zeker vroeger was het de tijd voor de grote schoonmaak. Na de doodse winter wordt het tijd om weer in beweging te komen, de natuur en de mensen ontwaken uit het winterslaap.
Pasen is ook een lentefeest, niet alleen omdat het in de lente valt, maar veel meer nog om zijn diepste betekenis: nieuw leven voor Jezus na zijn dood op Goede Vrijdag, nieuw leven ook voor iedereen die gelovig zijn weg wil gaan. Vroeger was daarom de paaswake het moment bij uitstek dat door het doopsel mensen opgenomen werden in de geloofsgemeenschap. Dat betekende voor hen: een nieuw leven beginnen.
Jezus’ dood leek het einde van alles waar hij voor stond, maar juist zoals in de lente de schijnbaar dode natuur weer tot leven komt, zo komt Jezus ook weer tot leven in mensen die in zijn boodschap geloven, en, minstens even belangrijk, die waar maken in hun leven.
In de natuur gaat dat “weer tot leven komen” bijna automatisch: de mens hoeft er niets aan te doen dat bomen en struiken weer groen worden. Dat gebeurt door de groeikracht die de natuur in zich draagt. Anderzijds spitten en ploegen, zaaien en schoffelen zijn heel belangrijke activiteiten juist ook in het voorjaar, want een deel van de natuur wil toch een handje geholpen worden.
Dat “weer tot leven komen” van Jezus gebeurt echter niet automatisch: daarvoor moeten mensen die in hem geloven in beweging komen en met elkaar en voor elkaar de dingen doen die hij ons heeft voorgedaan. Dat gebeurde op dat eerste paasfeest 20 eeuwen geleden.
Na Goede Vrijdag zaten zijn leerlingen moedeloos bij elkaar, ze waren bedroefd, teleurgesteld en apathisch en ze worstelden met de vraag of alles wat zij samen beleefd hadden zinloos was geweest. Maar al pratend met elkaar begint het langzaam maar zeker bij hen te dagen dat hun Jezus is niet in een graf op te sluiten is, dat zijn dood niet het einde van alles is maar dat hij in hen en door hen verder leeft. Dat geldt voor zijn leerlingen van toen, dat geldt nog steeds voor allen die in hem geloven.
Pasen is het feest van nieuw leven, van leven dat zich vernieuwt in ons. Pasen is het feest van vuur en licht, van warmte die wij elkaar geven. Pasen zou het feest van de paaskriebels moeten zijn van jeukende handen om aan het werk te gaan en de dingen te doen die Jezus ons heeft voorgedaan.
Vroeger was Pasen ook de tijd voor een grote geestelijke schoonmaak en dan denk ik aan de paasbiecht waartoe men verplicht was. En juist als de grote voorjaarsschoonmaak in de huizen is ook deze geestelijke schoonmaak in onbruik geraakt. Je kunt inderdaad wat vraagtekens zetten bij de zin en de waarde ervan, maar het had wel iets van schoon schip maken en opnieuw beginnen, en juist dat laatste is wezenlijk aan de viering van Pasen.
Zoals de natuur ons haar mooie frisse voorjaarskleuren laat zien, zo zouden wij als gelovige christenen nieuw vuur en nieuw licht moeten zijn, om ons leven en samenleven warme kleuren te geven. Moge zo ons Pasen zalig zijn, voor onszelf en onze omgeving.

Zoeken in Preken Online