Beste Dorpsgenoten,
Het is moeilijk om een paasgevoel te krijgen met dit soort weer! Ik heb meer het gevoel dat ik vruchteloos bezig ben als ik probeer na te denken over Pasen.
Het is me nog niet eerder opgevallen dat er zo veel gelopen en gereisd wordt in die evangelieverhalen over de verrijzenis. In het korte stuk uit het Evangelie van Johannes dat u zo juist gehoord heeft, vallen zes keer woorden als lopen, gaan en komen. Zouden de schrijvers zijn als kippen zonder kop of kippen die hun ei niet kwijt kunnen?
Best te begrijpen dat er onrust heerst: Maria Magdalena zag in het donker dat de steen voor het graf was weggerold. Dat was voor haar genoeg om naar Petrus te gaan en hem dat te zeggen wat ze juist niet gezien had: “Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze hem hebben neergelegd.” En dan begint het geloop pas echt.
Werden ze er wijzer van? Over de conclusie van de vrouwen dat ze hem ergens anders hebben neergelegd, horen we niet meer. Wel dat Petrus in het graf wat achtergelaten linnengoed ziet liggen.
Een leeg graf dus? Daar zitten wij nu nog mee! Nog altijd moeten we geloven dat Jezus een leeg graf achter liet als bewijs van zijn opstanding. Wij hebben wel niet gezien wat Maria Magdalena en Petrus hebben gezien maar zonder leeg graf geen verrijzenis. Dat onmogelijke opstaan uit de dood van dat lichaam dat al bijna drie dagen dood is, dat lege graf dus, hoort onlosmakelijk bij ons geloof in de verrijzenis. Verrijzenis eist een leeg graf in en omgekeerd. Heel lang was dat ook geen probleem want “bij God is alles mogelijk.” Maar nu niet meer!
Paulus helpt ons uit de droom: “Broeders en zusters, als gij met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt dan wat daarboven is… Christus is uw leven. “
Hij heeft geen leeg graf nodig . Hij schrijft alleen over “leven” en over “Christus”, die zetelt aan de rechterhand van God, dat is de Messias, degene die door God gezalfd was, en die in het hele Oude Testament volop betrokken was met zijn volk, met de armen, de machtelozen, de mensen zonder stem. De Messias die zijn volk naar een land van melk en honing zou brengen, zonder onderdrukking, bevrijd van wrede afgoden en tyrannen.
De vier Evangelisten, die lang na Paulus schreven, bieden ons veel verhalen, die wij niet meer kunnen geloven: de maagdelijke ontvangenis van Jezus, Jezus’ lopen op het water, de opwekking van zijn vriend Lazarus die al aan het vergaan was in zijn graf en nog meer.
Al die verhalen over Jezus van Nazareth, waar of onmogelijk, waren de verf waaronder de evangelisten, heel bewust, min of meer duidelijk, en heel knap, de gestalte, het model van die Messias, die Christus, die man Gods, die gezalfde uit de oudheid lieten doorlichten. Als je alleen naar de kleur van de verf kijkt, zie je niet alles.
Het evangelie vertelt dat Johannes na Petrus het graf binnenging.
Petrus had wat linnengoed gezien, verf zo gezegd, maar Johannes keek door de verf heen…dat betekent: hij zag leven. Hij zag en geloofde dat de Messias nu helemaal tot zijn recht gekomen was: zoals eeuwenlang beloofd, was de messias nu uit de dood opgestaan. Dat betekende: Nu had hij die eeuwige vijand, de dood, die als een wrede afgod ons het leven afneemt, als een wrede tyran ons bang maakt en gevangen houdt, overwonnen. Johannes zag nu dat we mochten weten dat de dood ons leven niet langer hoeft zwart te maken. Dat hoopje linnengoed riep bij hem geen vragen op!
In de woorden van Paulus: “Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God”. “Christus is uw leven.” Wat betekenen die grote woorden in ons leven?
De evangelisten hebben ons op het verkeerde been gezet met hun verhalen over het lege graf. We zijn zo druk bezig met dat lege graf te verklaren dat we vergeten dat verrijzenis een nieuw woord is voor: leven.
Laat ik duidelijk maken om welk soort leven het gaat. Daarvoor citeer ik uit een brief die ik gisteren kreeg van een oude vrouw in Chicago, die ik al lang ken en die me een zalig Pasen wenste en daarbij schreef over dingen in haar leven: “Ik heb twee oudere dames gevonden die hulp nodig hebben. De ene is blind. Ik haal haar post op en lees haar die voor. Zij wil elke week wat geven voor goede doelen en ik help haar uitvinden waar het aan te geven. Ik breng haar naar de dokter en naar een groep waar ze lid van is. Soms gaan we samen uit eten, ook maak ik thuis haar eten klaar, doe haar boodschappen en haal haar medicijn.
Voor de andere dame doe ik zo wat hetzelfde, ik vul haar betaalkaarten in, help haar een paar brieven schrijven en naai ergens een knoop aan of doe de was.
Daar zijn ze blij mee en dat maakt mij ook blij.”
En dat maakt mij ook blij…
Dat klinkt bij lange na niet zo indrukwekkend als de woorden van Paulus: “Leven met Christus, verborgen in God. Toch klinkt in haar woorden de vreugde door die met Pasen, verrijzenis, en goed leven samenhangt. Barmhartigheid, die Jezus tekende, klinkt er in door. De grote werken van de messias, maar dan naar onze maat, kennen we er in terug. Zo dicht bij huis is verrijzenis.
Van vragen en verklaringen over het lege graf word ik niet wijzer, wel van het feit dat iemand boodschappen voor me doet.
Zalig Pasen.