Geloof in de verrijzenis staat in het hart van ons christelijk geloven. Het is geen vrijblijvend aanhangsel. Zonder verrijzenisgeloof geen christelijke beweging, geen kerk. En toch blijken maar weinig mensen geïnteresseerd in de inhoud van dit geloof. Voor de meesten betekent het gewoon dat de dood niet het einde is. Verrijzenis staat voor geloof in een hiernamaals.
Een dergelijk geloof is niet typisch christelijk. In één of andere vorm vind je die overtuiging bij de meeste religies terug. Bepaalde voorstellingen in andere godsdiensten zien er zelfs aantrekkelijker uit dan de christelijke beelden die ons daarvan zijn overgeleverd. Vooral voor celibataire mannen kan het nog een gewetensvraag worden of ze zich niet beter tot de islam bekeren. Want eerlijk gezegd, veel christelijke voorstellingen van de hemel zien er niet bepaald aantrekkelijk uit. Soms ronduit saai en slaapverwekkend. Is de moslimhemel niet aantrekkelijker?
Dergelijke voorstellingen hebben niets te maken met christelijk verrijzenisgeloof. Het gaat erom wat er met Jezus van Nazareth is gebeurd. Veroordeeld als godslasteraar, zijn er enkele groepjes vrienden die eraan vasthouden dat hij profeet was, door God gezonden, de Messias. Meer nog! Ze beweerden dat God hem uit de dood had opstaan. De reanimatie van het lijk van Jezus? Nee toch! Wat dan wel? Wie op zoek gaat naar harde onweerlegbare feiten, die loopt verloren in de vele verhalen die we in de evangelies lezen. Want daar wordt over verrijzenis enkel gesproken in beelden en symbolische verhalen
Het gaat inderdaad om iets wat niet grijpbaar is. Over verrijzenis kunnen we alleen maar proberen iets op te roepen door te kijken naar Jezus’ leerlingen. Wat er met hen gebeurde kort na zijn executie. Zij zijn onze enige toegang om de betekenis van verrijzenis te vatten. Welnu, wat zich daar afspeelde is geen spektakelstuk. Eigenlijk iets heel bescheiden. Het gaat om een soort nieuwe geboorte die zich aan de leerlingen voltrok.
Uit die vele verhalen die circuleren na Jezus’ dood blijkt dat de leerlingen tijdens Jezus’ leven eigenlijk nooit echt begrepen hebben wat zijn diepste drijfveren en bedoelingen zijn geweest. Ze bleven maar bekvechten over de vraag wie straks de belangrijkste zou zijn wanneer dat rijk van God doorbrak. En waarom Jezus niet naar de macht greep. Hij had het toch gekund. Een nieuwe David!
Er gebeurde iets heel merkwaardigs met die leerlingen kort na Jezus’ dood. Op gevaar af door de overheden beschuldigd en eventueel gevat te worden, traden ze naar buiten om te verkondigen dat Jezus wel degelijk de messias is. Daarmee weerstonden ze hun joodse leiders in het gezicht. En het bleef niet bij woorden. Ze gingen hun levensstijl omvormen naar het voorbeeld dat ze van Jezus gekregen hadden. Geen noodlijdende in hun midden. Bezittingen die werden verdeeld naar behoefte. Geen macht maar dienstbaarheid als motto in hun gemeenschap. Gelijkwaardigheid onder mannen en vrouwen. Een levensstijl die ze ervaarden als een project met toekomst. Een nieuwe wereld werd onder hun handen geboren. Geen mirakelstuk. Maar een nieuwe vreugde waarvan ze doordrongen waren.
Ze bleken begeesterd door de mentaliteit van Jezus. Zij ervaarden hem als inspiratiebron, als krachtbron in hun leven. In hun gemeenschap. Het spoor dat Jezus getrokken had was onuitwisbaar. Dit was rijk Gods. Verrijzenisbestaan.
In verschillende verhalen horen we de engel zeggen: Hij gaat jullie voor naar Galilea. Daar zul je hem zien. Galilea was de thuisbasis van de leerlingen. Daar was het allemaal begonnen. Daar moesten ze terug naar toe. Daar zouden hun ogen open gaan voor de nieuwe wereld die Jezus voor ogen stond. Jezus die Zacheüs de tollenaar uit de boom doet komen en zich bij hem laat uitnodigen. Zacheüs die door iedereen met de vinger gewezen en gemeden werd. Bij hem wilde hij te gast zijn. Niet bij de hogepriester maar bij de tollenaar. Jezus die aan tafel genodigd was bij Simon de farizeeër en die er opgezocht werd door de zondares die bittere tranen weende aan zijn voeten. “Simon, ik heb je iets te zeggen. Zie je die vrouw daar? Of is ze je niet meer dan het vuil van de straat?” Het perspectief werd omgekeerd. Een nieuwe levenssfeer brak door. Mensen stonden op tot nieuw leven.
De gemeenschap die zich hiertoe bekende kon alleen maar een profetische gemeenschap zijn. Omdat mensen vasthielden aan de utopie die Jezus bezielde. Geen politieke revolutie, maar een omwenteling van heel het maatschappelijk bestel omdat er geleefd werd vanuit een authentieke zorg voor weggedrumde mensen, voor wees en weduwe. Geen machtsstaat maar een samenleving waar gerechtigheid en waarachtigheid onverkort behartigd werden. Koninkrijk van God als een symbool waar we aan vasthielden, ondanks alles.
Een nieuwe hemel en aarde als te doen, hier en nu, binnen het bereik van onze handen.