Wie dit verhaal zonder geloofsbril leest, denkt waarschijnlijk dat dit het begin is van een nieuwe aflevering van Witse waarin men met een lijk gaan lopen is. Maar het zou even goed een aflevering kunnen zijn van Flikken, Sedes en Beli of waarom niet, De Cock en Vledder. In ieder geval, in vers 9 is het wel duidelijk dat we met een groot raadsel opgescheept zitten, want zelfs diegenen die Hem zo goed gekend hebben, begrijpen niet wat er gebeurd is. We zijn meer dan tweeduizend jaar verder en nog altijd moet ik toegeven dat ik niet begrijp wat deze - en ook de andere - evangelisten proberen te beschrijven. Ik weet natuurlijk wel dat het hier om de verrijzenis gaat, maar hoe dat gebeurd is en wat dat precies is, ik weet het niet. En dat wringt bij mensen van vandaag: moeten toegeven dat ze iets niet kunnen uitleggen. Maar is dat zo erg? Kunnen we dit verhaal gewoon niet lezen zoals het bedoeld is namelijk als een geloofsgetuigenis en niet zozeer als een verklaring voor iets wat met geen woorden te beschrijven valt?
Het geloofsgetuigenis begint zeer menselijk. Eén van de vrouwen die Jezus gevolgd heeft en die Hem dus tekenen heeft zien doen die verwijzen naar het Rijk Gods en die Hem heeft horen praten over de Vader alsof Hij de Vader één waren, gaat naar het graf. Wanneer ze merkt dat de steen is weggerold, is er geen haar op haar hoofd die denkt dat God hier werkzaam zou kunnen zijn. Voor haar lijkt het normaal dat men Jezus weggehaald heeft uit het graf en Hem ergens anders heeft gelegd. Wanneer anderen er bijgehaald worden, lijkt de hypothese van grafroof niet logisch. Bij een grafroof ga je de doeken waarin het lijk lag, toch niet netjes opvouwen. Hier is dus iets anders gebeurd.
Als we dit verhaal met een geloofsbril lezen, weten we dat de steen voor het graf niet weggerold is opdat Jezus er uit zou gekund hebben. De steen is weggerold opdat de leerlingen naar binnen zouden kunnen gaan om te zien, te twijfelen en uiteindelijk te geloven. Ons empirisch denken kan ook zo’n steen zijn die ons belet binnen te treden in de wereld die dieper graaft dan het oppervlakkige leven waar menig mens in opgaat. Bedoel ik daarmee dat we alle wetenschap overboord moeten gooien en ons moeten aansluiten bij creationisten? Neen, de wetenschap heeft zijn nut en moet antwoorden blijven zoeken en formuleren op vraagstukken die om een wetenschappelijk antwoord vragen. Maar er zijn vragen waar de wetenschap geen weg mee kan. Levensbeschouwingen en godsdiensten proberen dan in een tweede taal die dieper gaat dan wat we kunnen meten, wegen, … “hun” waarheid te verkondigen. Het moet ons dus niet verwonderen dat ook de kern van ons geloof, namelijk de verrijzenis enkel maar in tweede taal kan weergegeven worden. Dit gaat niet over een leeg graf, dit gaat over Iemand die door God zelf weer tot leven is gewekt om anderen voor te gaan en hen zo “thuis” te brengen bij zichzelf en bij God.
Is verrijzenis dan maar iets wat we niet kunnen verklaren en waar we ons zomaar moeten bij neerleggen? Is verrijzenis een troostprijs voor een te vroege dood? Neen, verrijzenis gaat veel dieper. Het is niet toevallig dat we op deze dag, de dag dat we Jezus verrijzenis vieren, ook onze doopbeloften hernieuwen. Door dit doopsel mogen wij namelijk deelhebben aan het leven van de Verrezene zelf. Dankzij ons doopsel mogen we hopen en geloven dat de dood niet meer het laatste woord heeft over ons, maar wel Gods liefde. Als we diep doordrongen zijn van dit besef, dan kan angst en twijfel uit ons leven verdwijnen. Als … want wie is niet eens bang? Is een gedoopte niet bang als een dokter hem zegt dat hij kanker heeft? Twijfelt een christen niet als een jong kind sterft? Tuurlijk, we zijn toch maar mensen. Als het stormt in ons leven, wordt de opening die ons doet binnengaan in de hoop van het eeuwig licht wel eens versperd door de steen van angst, twijfel, woede, … Het is hoopvol te vernemen dat God zelf, als de tijd rijp is of bijbels gezegd: na drie dagen, de steen wegrolt. Het is dan aan ons om terug binnen te gaan. Misschien lukt ons dat niet zelf en hebben we anderen nodig die ons binnenleiden. Misschien moeten wij andere mensen binnenleiden die het zelf niet meer kunnen. En daarmee is meteen gezegd dat verrijzen niet alleen te maken heeft met een leven na de dood. Leven als verrijzenismensen betekent dat je mag leven vanuit de zekerheid dat er Iemand is die je kracht schenkt om niet bij de pakken te blijven zitten als onrecht, jaloezie, angst, ziekte, lijden, eenzaamheid, … je neerslaat. Verrijzenismens zijn is leven vanuit de geloofszekerheid dat we altijd weer moeten opstaan uit alles wat ons neerdrukt. Verrijzenis is geen “happy-end” die als een kant-en-klaar-pakket uit de hemelsferen komt vallen, het is de oogst van de kiemen van hoop die ons geloof zaait in ons leven. Wij geloven dat God wil dat alle mensen ten volle kunne leven en daarom mag geen mens neergeslagen worden door armoede of lijden, verknecht worden aan bezit, macht en prestige en ga zo maar door … Het is aan ons, hier en nu, om hen te doen opstaan.
Elk paasfeest worden we nog eens herinnerd aan de hoop die ons gaande houdt, aan de belofte die God de mens deed. Moge dit geloof ons de kracht geven om echt verrijzenismensen te worden. Een chocolade paasei kan al wat kracht geven, maar dat is maar een peulschilletje van de kracht die geloof kan schenken … Maar zelfs die kracht is niet opgewassen tegen alle mogelijke gevaren, ze geeft je alleen de zekerheid dat je ze niet alleen moet dragen. Zalig Paasfeest!