Jezus is het fundament van onze hoop

A-cyclus · Paastijd · Paaszondag · wit

In El Salvador werd een priester vermoord. Zijn misdrijf was dat hij in naam van Jezus aan de mensenrechten herinnerd had en dat hij de slachtoffers van het geweld had bijgestaan. Op zijn graf schreven de christenen: Octavio Ortis, Priester en martelaar. Ver­moord en verrezen op 20.01.1979.

Wat spreekt daaruit een groot geloof! Terwijl anderen zich alleen beklagen over het smartelijk verlies van een geliefde, daar spre­ken deze mensen van verrijzenis. Het graf van hun pastoor was voor hen een plaats van droefheid en verslagenheid. Zeer zeker. Het was evenveel ook een plaats van aanklacht tegen de onge­rechtigheid. Maar het was voor hen ook een plaats van bemoedi­ging en vertrouwen. Ook al mochten de moordenaars en macht­hebbers blij zijn geweest dat zij zo’n rustverstoorder in Jezus’ naam hadden opgeruimd, de christenen wisten dat hij niet was opgeruimd. Hij is verrezen en zijn leven en sterven blijft voor hen van grote waarde.

Daarin vonden de christenen de kracht en de hoop om verder te doen wat hun pastoor had voorgedaan. Zijn graf was geen einde, maar het begin en de geboorteplaats van christelijke dapperheid en vertrouwen. «Waar zij een mens vermoorden, daar staan tien anderen op», zei de onvergetelijke bisschop Romero.

Dit is maar één voorbeeld van de christenvervolgingen in Latijns-Amerika in onze tijd. Hoevelen werden er in de loop van de eeu­wen zo geofferd op het altaar van grootmachten en despoten? Hoevelen werden zo, in de navolging van Jezus belasterd, geïso­leerd, vervolgd en gedood? Hoevelen verdwijnen zo naamloos in de folterkamers, in de gevangenissen en tenslotte in de massagra­ven? Je zou daardoor tot vertwijfeling kunnen komen. Maar de christenen schrijven daarop: gedood en verrezen. Zij vereren in hen alle martelaren die vrijmoedig getuigenis hebben afgelegd voor het evangelie.

Ook voor Maria Magdalena werd haar weg naar het graf een be­slissende ommekeer. Zij zocht al wenend Jezus in het graf; zij weende omdat men haar Jezus had weggenomen en zij wist niet waar ze Hem hadden neergelegd. Maar terwijl zij daar bij het graf stond, werd haar voorstelling over Jezus totaal doorkruist. Van Godswege werd haar gezegd: vermoord en verrezen. Jezus was niet weggenomen, integendeel, Hij leefde in de hoogste mate. Hij is haar werkelijk nabij op een nieuwe wijze. Hij is niet meer in het graf, Hij gaat haar voor. Zij ontmoet in Jezus de God van de levenden en niet een dode. Zijn trouw en zijn liefde zijn niet meer dood te krijgen. Wat schijnbaar de diepste nederlaag was, werd nu het fundament van de hoop en teken van een nieuw en zegenrijk begin.

Maria Magdalena had het nauwelijks kunnen geloven, dat de macht van de dood en de moordenaars gebroken was, dat er een nieuw leven bestaat waartegen de dood machteloos is. Het is toch ook nauwelijks te geloven dat God aan Jezus trouw gebleven is tot in het graf, tot over de dood heen. Daardoor wordt toch alles let­terlijk op zijn kop gesteld. Daardoor openen zich ongekende hori­zonten.

Wie op de God van Jezus Christus vertrouwt, ziet de wereld heel anders dan zij die geen geloof hebben. De christenen schrijven op het graf: gestorven en verrezen. Zeker willen zij de dood niet ver­doezelen. Zij kennen ook droefheid en aanklacht, maar zij durven hun hoop richten op Jezus, de eerste die uit de dood is opgestaan. Zij durven in alle spanningen vertrouwen op het leven: wij hoeven niet alleen te leven, want God leeft ons leven met ons. Zulk een leven met God heeft in alles het laatste woord. Voor elke gelovige is leven ‘eeuwig leven’, het laatste woord in alles…

Zoeken in Preken Online