Volgens Matteüs worden er soldaten geposteerd bij het graf. Jezus is dood en weg. Laat het zo blijven. Zo is het goed. Zo is dát gevaar tenminste opgeruimd. Dat hij ruste in vrede! En dat ook onze vrede nu gegarandeerd mag zijn. Daarvoor staan agenten bij het graf. Om de rust te bewaren staan zij met het geweer in aanslag. Ter plaatse (on)rust.
Vrouwen komen bij het graf. Zij komen met de sterke hoop dat het niet gedaan is. De agenten staan stil bij het graf. De vrouwen bewegen naar het graf toe. De eersten willen de status-quo. De vrouwen wensen dat iets beweegt. De soldaten willen het wonder doden. De vrouwen hopen dat het gebeurt. Zij hebben zo hun eigen zintuig, hun intuïtie. Zullen zij met hun ‘zesde’ zintuig bedrogen worden… en ons bedriegen?
De vraag kan niet scherp genoeg gesteld worden. Steunt ons geloof op de intuïtie van vrouwen? Of steunt de intuïtie van vrouwen op iets wat er te zien was? Hebben zij de verrijzenis gezien of hebben zij de verrijzenis uitgevonden? Omtrent zoiets wezenlijks wil ik me niet vergissen. Ik lees daarom wat er geschreven staat Matteüs is niet een bevlogen getuige. Hij is kritisch genoeg om dat niet te zijn.
Matteüs zegt ons dat de vrouwen niet hebben gefantaseerd. Zij hebben gezien. Er was dus iets gebeurd vóór hun belijdenis. Hun getuigenis was méér dan hun aanvoelen. Hun verlangen en hun hoop waren misschien enkel de gunstige voorwaarde om de engel te zien. De engel dus. Dezelfde engel van de beloofde komst, dezelfde engel van de geboorte, de engel van Pasen. Gods engel.
Dit is ons zeker vreemd. Een engel? En daarop zou heel het verrijzenisgeloof en heel het christendom steunen? Jawel. Als ik eenmaal aanvaard dat de diepste dingen van het leven niet met zakelijke mededelingen en niet met rationele bewijzen worden bevroed, sta ik voor een vraag. Op welke figuur, op welk instrument, op welk symbool, op welke mythe zal ik me dan beroepen? Op een engel bijvoorbeeld. Hij mag Gods stem, Gods hand, Gods teken zijn. Dan moet ik echter wel geloven dat mythen geen nonsens zijn. Als het gaat over leven en dood hebben wij geen accurate woorden.
Dan zijn de mythen de enig betrouwbare getuigen. Vóór alle woorden is er de werkelijkheid van de mythe. En de engel is daarvan de representant. Voor de mensen van toen was dat blijkbaar meer toegankelijk dan voor ons?
Pasen is voor rationalisten en voor verlichte geesten puur zelfbedrog. Alleen de mens die weet dat hij naar de engel luisteren moet, kan hier zinnig mee omgaan. Op het on(be)grijpelijke hebben wij per definitie met logica alleen geen greep. Alleen een gefundeerde naïviteit is hier nog zinvol. De vrouwen waren nog niet zo mis toen ze geloofden in het gebaar van de engel. De agenten hebben natuurlijk niets gezien. Zij moesten enkel de engel op afstand houden… Wat een mager beroep!
Gods engel is onze waarborg. Met Pasen zijn wij zalig naïef…