Hemelvaart – jaar A

A-cyclus · Paastijd · Olh hemelvaart · wit

**Homilie O. H. Hemelvaart – jaar A Handelingen 1, 1-11 en Mt. 28, 16-20 **

Godelieveparochie Roeselare Donderdag 14 mei 2026

Inleiding op de lezingen

De eerste lezing komt vandaag uit het begin van de ‘Handelingen der apostelen’. Lukas, de auteur van dat boek, draagt zijn werk op aan een zekere ‘Teofilus’ - dat betekent letterlijk: ‘een Gode-lieve mens’. Zonder twijfel bedoeld dus voor jou en mij, vandaag… Lukas vertelt ons over de herhaalde ‘verschijningen’ van Jezus, tussen Pasen en Hemelvaart: mensen hebben Hem - niet toevallig veertig dagen lang! - ontmoet en ‘gezien’ op zijn Paasbest, als een Levende! En nu is Hij ten hemel gevaren. Paradoxaal genoeg blijkt die hemelvaart voor Lukas vooral een reden te zijn om direct terug naar de ààrde te verwijzen. Beste ‘Gode-lieve’ leerlingen van Jezus, zegt hij: blijf bij dit afscheid niet te lang naar de hemel staren, want er is hier en nu op aarde nog héél wat werk te doen! Het evangelie citeert de slotverzen van Matteüs, waarbij Jezus vanop de berg waar Hij ten hemel vaart – het is dezelfde berg als die van de zaligsprekingen! - zijn zending aan ons meedeelt: Ga, tot het einde der aarde, ga! En breng dààr Gods Liefde, overal en zonder ophouden! En wees daarbij niet bang, want Ik zal er zijn, Ik ben met u tot alles is volbracht!

Homilie

Gode- lieve mensen, mag ik beginnen met een verhaal – misschien kennen jullie het wel…

Koorddanser in een groot circus…

Hoog in de nok van de tent danste hij op de koord. Dat zagen de mensen graag. Ze juichten hem hard toe, en het handgeklap was niet uit de lucht. Da’s een toffe, zeiden de mensen, grandioos wat ie doet! Op zekere avond zaten zij weer te kijken vanuit hun gemakkelijke stoelen. Toen riep de koorddanser naar beneden: ‘Denken jullie dat ik het kan?’ ‘Ja!’ schreeuwden de mensen. En hij danste van de ene naar de andere kant. Daarna nam hij een kruiwagen naast zich op de koord en riep: ‘Denken jullie dat ik het kan met een kruiwagen?’ ‘Ja!!!’ schreeuwden zij nog een keer, maar nu véél harder. En de koorddanser danste met kruiwagen en al over de koord. En opnieuw riep hij naar beneden: ‘Denken jullie dat ik het nog steeds kan, als er nu eens iemand van jullie hier boven in mijn kruiwagen komt zitten?’ Toen bleef het beneden muisstil, zo stil, dat de koorddanser bijna zijn evenwicht verloor…

Ada Breedveld – Koorddanser

Graag wil ik bij dit verhaal en bij het feest van hemelvaart dat we vandaag vieren, drie gedachten formuleren:

In elke mens schuilt ergens diep van binnen het verlangen naar ooit een soort van hemelvaart: één momentje vrij zijn en weg kunnen vliegen van deze wereld, al is het maar voor even…

Zoals Stef Bos zo prachtig zingt in zijn lied ‘Leer mij’: Leer mij om te vliegen Als mijn vleugels zijn gebroken Leer mij te geloven Wat ik niet verklaren kan En leer mij lief te hebben Ook al is mijn hart gesloten Leer mij om te doen wat ik niet kan Leer mij om te doen wat ik niet kan

Want er zijn nog zoveel grenzen te verleggen Het gaat niet om mijn woorden Het gaat om wat ik doe Ik wil voorbij mezelf gaan Ik weet soms alleen niet hoe

Hemelvaart is het feest van de Grote Koorddanser Jezus die ten hemel is opgevaren. Reeds eeuwenlang lopen sindsdien onafzienbare stoeten van mensen tegen beter weten in achter Hem aan, over de dunne koord van de hoop boven een afgrond van pessimisme en ongeloof. Het leven van alledag kan soms zwaar zijn en bij momenten uitzichtloos. De meesten van ons hebben iets van allebei: de ene dag zijn we in onze verbeelding meer een soort van engel, een vleugel- en een vogelmens, de volgende dag zijn we een aarde-ling die liever met de beide voeten op de grond blijft staan. De liefde van God en van ons allemaal zit in beide: in de droom die ons optilt en in de kleine goedheid die ons vasthoudt. Het ene kan niet zonder het andere. Zo zoeken we een wankel evenwicht, tussen toekomst en heden, tussen dromen en zorgen, tussen hopen en op de tanden bijten, tussen wel willen vliegen en niet durven en niet kunnen… Eén dag duurt hemelvaart maar, helaas niet langer. Want morgen is de wereld hier beneden, laag-bij-de-gronds, weer gewoon in de ban van de zwaartekracht van rijken en van sterken, van machthebbers en kapitaalbezitters - de chaos en de jungle die de aarde helaas nog altijd zo vaak is - het grote wereldcircus van ‘Trump en Poetin’ en consoorten…

Waar is de hemel ergens te vinden?

Er zijn een aantal joodse verhalen die ingaan op de vraag: waar bevindt zich (in Godsnaam) de hemel? Zo is er bijvoorbeeld dit verhaal uit de ‘Chassidische vertellingen’ van Martin Buber: ***Op grote feestdagen verliet een rabbi altijd voor een paar uren de synagoge.Een van zijn leerlingen vroeg zich dan telkens af: waarom moet de rabbi zonodig weg? En wat doet hij dan? Hij vermoedde dat de rabbi op zulke dagen een geheime ontmoeting had met de Almachtige, en zich daarom van iedereen afzonderde. Dus ging hij hem op een keer stiekemachterna. Toen zag hij dat zijn meester ruige **boerenkleding aantrok en een oude, invalide vrouw in haar armelijk huisje ging verzorgen. Hij veegde haar kamer **schoon **en maakte eten voor haar klaar. De leerling ging terug naar de synagoge, en de andere leerlingen vroegen hem: ‘En, heb je de rabbi ten hemel zien stijgen om God te ontmoeten?’ Waarop hij beslist antwoordde: ‘Ach, in alles wat ik hem zag doen steeg hij waarempel nog veel hoger op dan naar de hemel..!’               *** Dit joodse verhaal leert ons heel eenvoudig: de hemel is daar waar de armsten, de kleinsten, de meest vernederden, de slachtoffers en de verliezers wonen.

En er is dat prachtige gedicht van Geert De Kockere:

De hemel, zei hij, de hemel. En iedereen keek omhoog. Wat staan jullie daar toch te staren? vroeg hij. De hemel, zeiden ze, de hemel… En ze staarden zich een stijve nek, zuchtten diep en lang, zo groot en zo veraf leek hij. Kijk hier, zei hij, hier kan de hemel tussen. En hij hield zijn armen een mensbreedte uiteen.

*Wat moeten wij, wat kunnen wij ‘gewone mensen’ ondertussen doen, voordat het écht en helemaal definitief Hemelvaart zal zijn voor iedereen op aarde..? ***

In het verhaal uit de Handelingen der apostelen, de geschiedenis van de eerste christenen, horen we hoe de leerlingen van Jezus geleidelijk genezen van hun twijfel en hun wanhoop, na alles wat gebeurd is op Goede Vrijdag en de dagen daarna. Wat hen daarbij op weg helpt (en dus ook ons op weg kan helpen), is wat Jezus hen zegt in Zijn afscheidsrede:

Allereerst: blijf bij mekaar, verlaat Jerusalem niet, laat elkaar niet los, vorm een hechte gemeenschap die jullie hoop en geloof verdiept en deelt en verder uitdraagt! Want alleen kun je de zwaartekracht van het leven hier op aarde niet aan, maar als je het samen aandurft groeit er gaan-de-weg altijd nieuw perspectief! Het tweede wat Jezus hen vraagt: heb geduld! Je zult - op belofte van de Vader - kracht ontvangen van de Geest. Het uitzicht van waaruit Ik geleefd heb, verdwijnt niet met Mij: die nabijheid zal je blijven voelen! Komt er een wereld van gerechtigheid en vrede, van alles voor allen? Dat zien we nu nog niet gebeuren, maar we mogen de hoop nooit verliezen, dan zullen we ook de geestes-kracht krijgen om er sàmen aan te werken. Het derde wat Jezus vraagt: Sta niet naar de hemel te kijken, staar je niet blind op de afwezigheid van God en op het uitblijven van Zijn Rijk, maar begin aan het werk dat je hier nog te doen hebt! Ga uit over de hele aarde, en doe er dat éne waar het werkelijk op aan komt: Gods liefde beleven als het hart van de hele blijde boodschap. Doe dus de werken van barmhartigheid tot zeven maal zeven maal toe: draag zorg voor wie honger of dorst lijdt of niet eens kleren bezit, bezoek zieken en gevangenen, wees een gastvrije thuis voor vreemdelingen en geef je doden een respectvol afscheid; schep ruimte voor wie zoekend is, wijs lichtpunten aan voor wie twijfelt en breng troost aan wie verdriet heeft, zoek mee naar perspectief voor wie in het donker dwaalt en heb geduld met wie lastig is, breng brokkenmakers tot heelheid en breng allen - de levenden en de doden - in vrede thuis in de éne bron van Liefde… En ik voeg er zelf nog even graag aan toe, voor alle ouders en grootouders, voor alle onderwijsmensen, voor alle opvoeders en catecheten: **geef jullie kinderen en kleinkinderen niet alleen wortels, maar ook vleugels. **Leer hen hoe licht je bent als je vrij kunt zijn, loskomt van de zwaartekracht van geld en macht en bezit. Leer hen hoe licht je bent wanneer je kunt leven van de dromen en het verlangen. Leer hen vliegen zoals Daedalus met zijn zoon Icarus deed. Maar leer hen ook dat er, wanneer je valt, altijd Eén is (met een hoofdletter) die je opvangt en weer de hoogte ingooit, totdat je vliegen kunt op eigen kracht. Dat tweede – de kern van ons verrijzenisgeloof – dat wisten de Grieken in de oudheid nog niet – wij hebben het met Pasen van de Verrezen Jezus geleerd.

Gode- lieve mensen, het feest van hemelvaart is echt een feest op maat van mensen zoals jij en ik: met hart en ziel met de aarde getrouwd en toch steevast met onze kop in de wolken, ten zeerste ge-aard, en tegelijk vol verlangen naar de hemel. Vandaag, één dag lang, mag alle woede, alle verdriet, alle verontwaardiging en ook alle verlangen naar vrede en gerechtigheid even gevierd worden, uitgezegd en uitgezongen, openlijk betuigd en zelfs op straat ‘betoogd’… Vandaag mogen we even in de hoogste hemel zijn met al het goede en hoopvolle dat (ook) onder mensen gebeurt en in het verleden reeds gerealiseerd is. Weet wel: de Geest van Pinksteren zal straks nog over ons komen, dat is ons beloofd. En ondertussen moeten we maar blijven lopen, en hopen: op een dag, ooit, komt het goed, komt het écht helemaal goed: hemel en aarde, door niets of niemand meer te scheiden en te onderscheiden, en mensen overal die als volleerde koorddansers van Liefde en Licht getuigen: de Heer is waarlijk opgestaan! Hij lèèft en Hij is midden onder ons. Zo moge het zijn! Amen.

geert dedecker

voorbeden - 1

Met al onze vragen mogen wij naar God gaan, en in groot vertrouwen tot Hem bidden:

wij bidden om durf als we onzeker zijn, om vertrouwen als we bang zijn, om kracht om in moeilijke situaties mekaar goed te omringen zodat vertrouwen groeit en een nieuw begin mogelijk wordt, laat ons bidden. “Ga tot het einde der aarde tot het uiterste daar zal liefde zijn. Ga.” wij bidden om bezieling wanneer we moedeloos worden, het niet goed meer zien zitten, wanneer cynisme ons hart dreigt te verkillen en we dreigen op te geven, dat wij weer begeesterd mogen worden en met enthousiasme aan een hemel op aarde durven werken, laat ons bidden. “Ga tot het einde der aarde tot het uiterste daar zal liefde zijn. Ga.” wij bidden om een Kerk, waarvan de sociale leer – ooit zo sterk bezield vanuit de encycliek Rerum Novarum - ook vandaag een voorkeursoptie voor de armsten durft verdedigen en gestalte geven; om bezielers en werkers aan een rechtvaardige samenleving die geen enkele mens zijn waardigheid ontneemt maar ieder mens onvoorwaardelijk insluit in een netwerk van verbondenheid, laat ons bidden. “Ga tot het einde der aarde tot het uiterste daar zal liefde zijn. Ga.”

Jan Sawka - Cyrk

Zoeken in Preken Online