In die dagen was Maria, tot ontsteltenis van Jozef, zwanger van de heilige Geest. Terwijl hij er in stilte over dacht van haar te scheiden, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die sprak: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria tot u te nemen. Aan haar is geschied wat de Heer gesproken heeft door de profeet. Ze zal een zoon ter wereld brengen, en zijn naam zal zijn Immanuel. En dat betekent: God met ons. Of anders gezegd; Ik, uw God, Ik ben met u.’
Zo, zusters en broeders, luidt ongeveer het begin van het evangelie volgens Mattheus. Vandaag horen we het einde van dit evangelie, de echt laatste woorden. ‘Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.’ En daarmee is de cirkel rond. Begin en einde zijn een echo van elkaar: Ik, uw God, Ik ben met u. En daartussenin speelt zich het leven van Jezus af, zijn leven dat een afspiegeling is van de Vader. Het is prachtig opgevat door Mattheus.
Er is echter nog iets merkwaardigs aan dit evangelie. Want als we zojuist de allerlaatste woorden gehoord hebben, waar blijft dan de hemelvaart? Wel, zusters en broeders, die is er niet. Geen hemelvaart bij Mattheus, en dat is beslist niet uit vergetelheid. Mattheus wou gewoon iets anders aan het licht brengen, namelijk dat Jezus, dat God altijd met ons is. In de optiek van Mattheus vieren we vandaag het verkeerde feest. Niet Ons Heer Hemelvaart moeten we vieren, wel ‘Ons Heer Ik ben met u.’ Ik ben met u waar ge ook gaat of staat, ik ben met u wat er ook gebeure. Nee, ik verlaat u nooit. Tot aan de voleinding van de wereld ben ik met u. Alle dagen.
En opnieuw valt er iets op: Mattheus spreekt niet over het einde der tijden, niet over de hemel of de eeuwigheid. Wel over de ‘voleinding van de wereld’. Hier is het te doen, nergens anders. Dezelfde ervaring als die welke Petrus had toen hij op de berg Tabor drie tenten wilde bouwen. ‘Neenee,’ zei God, ‘niet hierboven is het te doen, wel daar beneden. Luister maar naar Hem die is mijn veelgeliefde Zoon. Hij zal u de weg wijzen, Hij zal het u allemaal voorleven.’
En Jezus leefde het voor, en Hij zei het ook: ‘Het Rijk de hemelen is midden onder u. Het is niet in een ver hiernamaals, nee, het is midden onder u. Hier, in deze wereld.’ En vandaag belooft Hij: ‘Ik ben met u tot aan de voleinding van deze wereld.’
Zusters en broeders, onze wereld is nog niet voleindigt, helemaal niet. Want voleindigen, dat betekent ‘helemaal ten einde brengen, voltooien.’ Ik denk niet dat ik u moet overtuigen van het feit dat onze wereld echt nog niet voltooid is. Maar geen nood en zeker geen moedeloosheid: Jezus blijft met ons tot aan die voltooiing.
En wanneer is de wereld voltooid, of met andere woorden: echt af, dus zo ongeveer volmaakt? Dat vertelt Jezus ons via Mattheus helemaal bij het begin van zijn openbaar leven: de wereld zal af zijn op het ogenblik dat de hoogmoed verdrongen is door de nederigheid van geest, dat de treurenden niet verstoten maar getroost worden, dat niet de harde machthebbers maar wel de zachtmoedigen het land bezitten, dat zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid verzadigd worden, dat mensen barmhartig zijn voor elkaar en zuiver van hart, dat niemand nog vervolgd wordt omdat hij of zij zich inzet voor gerechtigheid, en dat er alom vrede heerst. Dan, zusters en broeders, zal de wereld af zijn, echt zalig zijn. Zalig om er te leven leven, voor iedereen.
En tot zolang, tot op het moment dat die droom van de Bergrede verwezenlijkt zal zijn, tot zolang blijft Jezus met ons. Die droom komt er natuurlijk niet vanzelf. Het is aan ons om hem elke dag een beetje dichterbij te brengen, en ook dichter bij zijn voltooiing. Jezus geeft ons die opdracht letterlijk mee: ‘Ga dus, en maak alle volkeren tot mijn leerlingen en doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en leer hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.’ En wat Hij ons bevolen heeft, hoorden we zonet in de Bergrede. Het is een hele opdracht die Hij ons daar meegeeft, maar nog eens: we staan er niet alleen voor, want Jezus, God zelf, is met ons. Alle dagen.
Zusters en broeders, ik wens u en mezelf een zalig feest van Ons Heer Ik ben met u toe. Amen.