Deze zondag is de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren: de “zondag van het gebed”:
In de 1e lezing hoorden we dat de leerlingen samen eensgezind bleven volharden in het gebed.
In het evangelie is Jezus in gebed.
De waarde van gebed wordt wel eens in twijfel getrokken:
*“Er is al zoveel gebeden, bijvoorbeeld voor de vrede. En er blijft oorlog.”* Onverhoorde gebeden: bijvoorbeeld voor een dierbare zieke. Uiteindelijk stierf die toch.
En je denkt soms: *“God weet wel wat er in ons leeft, waarom moeten we het dan nog uitspreken?”*Zelfs in de bijbel staat dat: Mt.6,8: “Als u bidt, gebruik dan niet veel woorden, want voordat U God vraagt, weet uw Vader wat u nodig hebt.” Heeft het dan überhaupt nog wel zin om te bidden?
Het gebed is niet een muntje in de automaat van Gods genade. Een disc-jockey zei vroeger: “U vraagt en wij draaien”. Zo is het bij God niet. God is geen Sinterklaas bij wie wij een verlanglijstje kunnen indienen.
Wat is dan de waarde van het gebed?
In een prefatie staat: “Gij
hebt onze lofprijzing niet nodig. Toch opent Gij onze mond om U dank te
brengen. Onze hulde maakt Gods heerlijkheid niet groter, maar draagt
bij tot ons heil” (prefatie IV).
Laten we het eens
vergelijken met vragen van mens tot mens: sommige vragen in het leven
zijn een formaliteit: bv. of je ergens mag gaan zitten: je weet van
tevoren al dat die ander ja zal zeggen. Toch hebben die vragen nut: ze
scheppen een band.
Kinderen vragen veel aan hun moeder. Moeder geeft
het alleen als het goed voor hen is. Maar elke vraag drukt vertrouwen
uit. En kinderen vertellen moeder ook hun vreugde en verdriet. Zoals
kinderen met hun moeder praten, zo mogen wij met God praten.
Bidden is veel meer dan iets vragen om te krijgen; het is: jezelf toevertrouwen aan God.
Het
is: je openstellen voor Gods Geest. Gebed is: je zorgen toevertrouwen
aan God om er van bevrijd te worden. Gebed is eigenlijk een soort
uitwisseling: wij vertrouwen al onze zorgen aan God toe en wij stellen
ons beschikbaar om zijn zorgen te delen. Het mooiste gebed is tegen God
zeggen: “Heer, wat wil U dat ik doe?”. Of zoals Jezus bad in de Hof van Olijven: “Heer, laat dit lijden aan Mij voorbijgaan, maar niet mijn maar Uw Wil geschiede”. Je open stellen voor Gods wil. Dat is pas echt bidden. Het gebed gaf Jezus de kracht zijn weg ten einde te gaan.
Ik laat u nu een mooi gebed horen dat iemand schreef in een revalidatiecentrum:
*Ik had God om kracht gevraagd om succes te oogsten;
Hij heeft mij zwak gemaakt om mij deemoed te leren.
Ik had rijkdom gevraagd om geluk te bezitten;
Hij heeft me arm gemaakt opdat ik wijsheid zou verwerven.
Ik had een levensgezel gevraagd om niet eenzaam te zijn.
Hij heeft mij een hart gegeven om al mijn broeders lief te hebben.
Ik had gezondheid gevraagd om grote dingen te doen;
Hij heeft mij een kruis gegeven om betere dingen te doen.
Ik had macht gevraagd om in aanzien te staan bij de mensen;
Hij heeft mij onmacht gegeven opdat ik behoefte zou hebben aan God.
Ik had om dingen gevraagd die mijn leven zonnig zouden maken;
Ik heb het leven gekregen opdat ik met alle dingen blij kan zijn.
Nooit heb ik iets ontvangen van wat ik heb gevraagd;
maar ik heb alles gekregen wat ik had gehoopt.
Onder alle mensen ben ik het rijkst bedeeld.
Haast ondanks mijzelf werden al mijn onuitgesproken gebeden verhoord.
*Het gebed gaf de leerlingen na Jezus’ hemelvaart de kracht bij elkaar te blijven.
Moeder Teresa zei vaak: *“een gezin dat samen bidt blijft samen.
Als het samen bidden niet meer mogelijk is, wees dan gewaarschuwd: dat is een slecht teken.
Bidt voor elkaar, bijzonder voor je vijanden en voor wie je vervolgen !!!!!!” *Het gebed zuivert je hart van haat en wrok.
Gebed
vraagt tijd en rust: snel afgerammeld gebed heeft weinig waarde. In het
gebed moeten onze gedachten geordend worden en dat kan niet even snel.
En
als het door de drukte van het leven toch eens vergeten of verwaarloosd
wordt: steeds weer opnieuw proberen een volgende keer. Maak elke dag
een nieuw begin. Dat is de garantie om met God verbonden te blijven.
Door het gebed zijn we on-line met God.
Veel mensen zeggen tegenwoordig: “Ik hoef niet naar de kerk. Ik kan thuis ook wel bidden”. Ja,
dat kan, en ik hoop dat ze dat dan ook doen, al heb ik daar bij mensen
die zo iets zeggen gevoelsmatig sterke twijfels bij. Maar in je eentje
kun je geen gemeenschap zijn, geen kerk van Christus zijn.
Hier in
de kerk zijn we samen om te bidden met je buurman, je buurvrouw, je
collega’s, je medegelovigen, als broeders en zusters. In de kerk bidden
we zoals de eerste leerlingen van Jezus het deden na zijn hemelvaart:
in de eerste lezing worden ze met name genoemd: Peter en John, Jacques
en André, Philip en Tom, Bart en Mattieu, Simon en de broer van Jaques,
samen met Maria en andere vrouwen. Het waren mensen die elkaar kenden,
elkaars lief en leed, elkaars aardigheden en eigenaardigheden. De één
was dominant, de ander verlegen, de volgende was altijd wat
zenuwachtig, een ander had een slecht verleden, weer een ander kwam
zijn afspraken nooit na. Allemaal gewone mensen. En toch hielden ze
elkaar vast. In gebed. Zo kon de kerk groeien, ondanks alle menselijke
tekorten.
Zo is het ook in de kerk: je komt samen met de
medeparochianen die je goed kent: positief en negatief. Je kent ze bij
name. Maar juist daar ontstaat kerk.
In deze maand bidden we elke woensdagavond de rozenkrans: dan bidden we niet alleen tot Maria, maar samen met Maria.
Er
is zoveel om voor te bidden in deze tijd: om nieuw vuur in de kerk, om
eensgezindheid, om behoud van onze gezinnen, een goede opgroei van onze
kinderen, om nieuwe priesters, om waardering van de ouderen, respect
voor het leven, natuur en milieu etc.
In de kerk ligt altijd een
intentieschrift: maak er gebruik van. Het kost niets. We bidden graag
voor uw intenties. En het liefst heb ik dat u de mensen voor wie we
bidden met name noemt. Dat schept de meeste verbondenheid en
eensgezindheid.
Zo kunnen we met elkaar volharden in het gebed
zoals de vrouwen en mannen in die jonge kerk na Jezus’ hemelvaart. Dan
zal God ook over ons zijn heilige Geest uitstorten. Dan krijgt onze
kerk weer aantrekkingskracht zoals in dat eerste begin.
Heeft bidden nog zin? (2005)
A-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit