Heb je ooit al vanuit een vliegtuig of luchtballon neergekeken op de aarde? Opvallend is dat alles verbonden is met elkaar. Een dieptezicht op de wereld zegt dat alles met alles te maken heeft: mens, natuur, de dingen: er is verbondenheid.
De evangelist Johannes wordt weleens een hoogvlieger genoemd en het beeld dat de evangelist voorstelt is de Adelaar.
Hij vliegt hoog in de lucht naar de zon.
Johannes geeft in zijn evangelie als het ware een dieptezicht op het leven van Jezus en zijn leerlingen.
In het evangelie van deze zondag maakt Jezus zijn diepste wezen kenbaar.
Jezus is aan het bidden: echt bidden is spreken vanuit ons diepste zijn.
Uit de diepte van ellende roep ik, Heer, bidt de psalmist.
Mijn ziel prijst hoog de Heer, bidt Maria.
Ook in het bidden van Jezus horen wij het diepste van Hemzelf klinken.
Het is een gebed op ’t einde van zijn leven………. bewust dat het afscheid nabij is. Het zijn momenten dat wij “vanuit de eeuwigheid” naar het hier en nu kijken.
Als ik dan luister naar dit gebed van Jezus dan heb ik de indruk dat het wezen van Jezus vooral op 2 pijlers steunde.
- Ten eerste: Jezus ziet zijn leven als een gave van God.
Zijn leven is niet iets toevalligs, maar een door iemand geschonken opdracht om er iets mee te doen.
Gij hebt hem immers macht gegeven om eeuwig leven te schenken.
Ik heb u op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij mij hebt opgedragen
Want de boodschap die Gij mij hebt meegedeeld, heb ik hen meegedeeld.
Zij geloven dat Gij mij gezonden hebt.
Ik denk dat dit een grote kracht geeft aan het leven van een mens: bewust zijn: God geeft mij deze opdracht.
Ik denk dat dit een diepe rust aan een mens kan geven als hij zijn nakend einde kan zien als het in Gods handen leggen van zijn opdracht.
Leven is weven en sterven is aan God zijn stuk afgeven.
Vader het uur is gekomen! Mijnen tijd is gekomen. Verheerlijk uw zoon opdat uw zoon u verheerlijke. Aanvaarden dat zijn dood verheerlijking betekent.
- De tweede kentrek van Jezus diepste wezen lijkt mij te zijn: dat Jezus zich bewust is dat de mensen hem ook gegeven zijn.
Zij behoren U toe: Mij hebt Gij ze gegeven.
Aan allen die gij hem gegeven hebt.
Ik bid voor hen omdat ze U toebehoren.
Het bewustzijn dat de mensen hem “gegeven” zijn: niet zijn bezit.
Dit bewustzijn is wellicht de bron van zijn diepe eerbied voor de mensen, de bron ook van zijn groot geduld met de mensen: niet wat ze nog maar waren en nog niet waren. tarwe en onkruid mogen nog samen zijn in een mensenleven.
Vanuit zijn diepste houvast kon Jezus mensen loslaten en uit handen geven.
Ook voor ons houdt dit een belangrijke opdracht in.
Wij kunnen nooit over mensen spreken in termen van bezit, en nog minder handelen vanuit een bezitsgedachte.
Mijn man, mijn vrouw, onze kinderen, mijn parochianen.
Wij spreken er gemakkelijk over alsof ze ons bezit zijn.
-
Ouders van grotere kinderen beseffen hoe moeilijk het is de eigen verwachtingen over de kinderen in evenwicht te houden met de mogelijkheden en verwachtingen van de jongeren. Dat onkruid en tarwe onontwarbaar zitten in het leven en je toch moet blijven geloven dat er een goede oogst zal zijn is niet eenvoudig.
-
Als priester ben je soms ook zo tegenover de mensen. Je voelt je soms ongelukkig omdat ze niet beantwoorden aan je verwachtingen. Als je ’s zondags samenkomt hoop je echt een gemeenschap te kunnen vormen waar de mensen echt meedoen en meeleven. En als dat dan niet zo is dan bekruipt je weleens de ontmoediging en de pijn.
Laatst zei mij iemand:" Misschien moeten wij ook het ritme van de parochianen respecteren. Ze hebben ook het recht om te groeien als gelovige volgens hun eigen ritme". Het is niet zo eenvoudig dit te aanvaarden.
Jezus kon dat blijkbaar: Zijn leven zien als een gave en opgave.
De mensen zien niet als een bezit.
“U behoren ze toe” zegt Hij. “Ik bid voor hen omdat ze u toebehoren”.
Cardijn: Als leiders kloegen hoe moeilijk het was om bepaalde jongeren te overtuigen vroeg hij: " Wat heb je al gedaan? Heb je ook al voor hen gebeden? Ze zijn op de eerste plaats kind van God". Ze zijn je gegeven.
Hier vinden we de zin van het bidden voor elkaar: ouders voor kinderen, kinderen voor ouders, pastoor voor zijn parochianen en omgekeerd Om elkaar te leren en blijven zien als door God “gegeven”. Ze worden ons toevertrouwd, maar U God behoren ze toe.
Laten we vandaag zo bidden voor mekaar dat Jezus diepe levenshouding ook in ons moge groeien. Leven is een geschenk, gave en opgave. Medemensen worden ons toevertrouwd.
Zo zal Jezus levenshouding ook de onze worden.