Homilie voor de vruchten der aarde (Tielt, 25 mei 2014)
Er is een tijd geweest dat mensen zich bijzonder afhankelijk voelden van God en een groot vertrouwen hadden in de Goddelijke Voorzienigheid. Dat grenzeloze vertrouwen nam allerlei vormen aan. Als het donderde en bliksemde, stak men een gewijde kaars aan en werden de kamers besprenkeld met wijwater. Nu hebben mensen meer vertrouwen in een vakkundig geplaatste bliksemafleider. Als iemand erg ziek was, ging men dienen in een kerk waar een heilige vereerd werd die specialist was in het genezen van die ziekte. Dat deed men ook als er een dier ziek was. Dat vertrouwen in Gods heiligen is thans vervangen door het geloof in de kunde van de dokters en de dierenartsen. En elk jaar op Sint –Marcusdag en tijdens de Kruisdagen, dat zijn de dagen voor O.L.H.-Hemelvaart, het feest dat we komende donderdag vieren, werd op een hofstede een mis opgedragen of trok een processie door de velden waar gebeden werd opdat God vruchtbaarheid zou geven aan de gewassen. Die processie is thans vervangen door het geloof in de kennis van de bio-ingenieurs. In die processie werd ook gebeden om gespaard te blijven van oorlog. Thans gelooft men meer in de invloed van de UNO of de Navo.
Mensen rekenen thans niet meer op Gods bekommernis voor elke mens, maar op de vooruitgang van de wetenschappen. Ze voelen zich niet langer afhankelijk van God, maar van andere mensen.
Voor een stuk terecht! Wij moeten blij en gelukkig zijn met de razendsnelle ontwikkeling van b.v. de geneeskunde, met de ontzettend grote mogelijkheden die de techniek ons biedt, enz…
Het is zelfs goed dat je verplicht bent te leven in een stelsel van verzekeringen. Dat is nogal wat. Snuister maar even in die fameuze lade in je huis met al die verzekeringspolissen. Je bent verzekerd tegen ziekte en invaliditeit, tegen ongevallen, tegen brand en stormschade. Je oude dag is verzekerd, want je moet betalen voor je pensioen. Iedereen, ook ik, betaal mee in de kinderbijslagen. En zelfs tegen de dood kun je een levensverzekering krijgen. Dat alles is goed.
Op voorwaarde dat je nog bewust bent dat je vroeg of laat terechtkomt in wat de moderne filosofie “grenssituaties” noemt. De geneeskunde b.v. kan thans veel, maar toch blijven mensen sterven, soms zelfs heel jong. Ze kan het lijden en het verdriet niet uit de wereld helpen. Dat zal ook nooit lukken. Onze welvaart en comfort danken we grotendeels aan de vooruitgang van de techniek. Maar toch zijn er in onze welvaartsmaatschappij heel veel eenzame mensen, vooral op het platteland, zoals meer en meer blijkt uit ernstige onderzoeken. In je lade met verzekeringspolissen vind je geen polis die het geluk in het huwelijk verzekert, of de vreugde die je aan je kinderen zou willen beleven. Geen polis die de angst verzacht als je ongeneeslijk ziek bent of het verdriet wegneemt als een dierbare sterft. De landbouwers hebben geen verzekering tegen aanhoudende droogte of overvloedige regen. En de veekwekers hebben in de laatste jaren ondervonden dat ze geen verweer hebben tegen slechte prijzen.
Vroeg of laat botst elke mens op zijn grenzen die hem heel nederig maken.
Dat is ik geen theorie, maar een ervaring. Bijna elke week wordt een gebed of mis gevraagd voor de genezing van een dierbare, voor het welslagen van een operatie, voor een gezin waar de relatie dreigt stuk te gaan, om moed en kracht in het verwerken van een tegenslag. En, als je enkele minuten in een kerk zit, stel je vast hoeveel mensen daar even binnenkomen om te bidden en een kaars aan te steken bij een heilige.
Dat alles is geen reden om God te beschouwen als het “duiveltje-doe ’t al”. Integendeel! Het is je plicht elke dag je taak te vervullen met bekwaamheid en plichtsbewustzijn, je edelmoedig in te zetten voor je kinderen, te werken aan de opbouw van een goeie relatie Daarvoor heeft God in Zijn Voorzienigheid je verstand, hart, handen en nog zoveel meer gegeven.
Maar geloof dat ieder mens vroeg of laat met zijn hoogmoedige kop tegen de dwarsbalk van de menselijke begrenzingen botst.
Het is daarom wijs en goed dat we elk jaar God danken voor alles waaraan we deugd beleven hier op aarde. Het zijn geschenken die we schroomvol moeten koesteren. Maar het is ook verstandig en deugddoend uitdrukkelijk je grenzen te ervaren en te aanvaarden. Dat maakt je nederig om te geloven dat God je nooit in de steek laat.
De dichter Adriaan Roland Holst heeft het mooi verwoord:
“Ik vraag geen oogst, ik heb geen schuren.
Ik sta in uwe dienst, zonder bezit.
Maar ik ben rijk in dit:
dat ik de ploeg van uw woord mag sturen.”
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt