“Dit is mijne wereld, dit is mijne wereld ni” zingt de Antwerpse
muziekgroep Think Of One op zijn nieuwste cd. Hoewel het Arabisch en
het Antwerps dialect in hun nummers meestal goed samenklinken, laten
beide werelden zich niet altijd even vlot met elkaar mengen.
“Dit is mijne wereld, dit is mijne wereld ni”.
Aan
dat zinnetje dacht ik toen ik de woorden in het evangelie hoorde. “De
wereld kan Hem niet ontvangen, omdat ze Hem niet ziet en ook niet kent”
en “nog maar een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, terwijl
jullie Mij wel zullen zien”.
Johannes zegt het op de manier die
hem zo eigen is. Johannes is zo enthousiast, is zo ‘vol’ van wat de
Geest hem doet meemaken, dat zijn woorden wel een waterval lijken. De
Geest van de waarheid is inderdaad over Johannes neergedaald. Maar wij,
wij begrijpen er niks meer van.
Laten we het evangelie even opnieuw lezen, het met andere woorden vertellen.
Jezus
vertelt over zijn heengaan. Hij houdt een soort afscheidsrede om aan
zijn leerlingen duidelijk te maken waar het op aan komt. Wat de
boodschap is die ze ervan moeten meedragen.
Jezus zegt:
“Ik heb geleefd, zoals God wil dat de mensen leven.
Zó levend, ben Ik erg op God gaan lijken. Zie je Mij, dan zie je God.
En ook al ga Ik nu voorgoed van jullie weg, je zult God toch nog kunnen zien.
Want Ik stuur hulp: mijn geest zal blijven, mijn geest die de Geest van God is.
En alles wat jullie doen en laten in mijn Geest, gebeurt, op de manier zoals Ik jullie dat heb voorgedaan.
Als jullie mijn geboden onderhouden, dan zal Ik er zijn, dan zal God er zijn, tot het einde der tijden”.
Zo verstaan we het al beter. We begrijpen dat het ook over onszelf gaat.
Toch blijven we balanceren op de tweespalt van twee werelden:
Aan
de ene kant is er ‘de wereld van Jezus’. Een nieuwe wereld waarin de
leerlingen veilig zitten zolang ze zijn geboden onderhouden. Een wereld
die openstaat voor het goddelijke.
Aan de andere kant is er ‘de oude
wereld’, gekenmerkt door een zekere geslotenheid. Een wereld die
onbekwaam is om de Geest te ontvangen.
Tussen die twee werelden
bestaat een opvallende tegenstelling. Een tegenstelling die eigenlijk
van alle tijden is. Altijd zullen er mensen zijn die God een plaats
geven in hun leven en anderen die niet in God geloven.
God
verplicht je niet om in hem te geloven. Hij nodigt ons alleen uit, in
alle vrijheid. Er moet een zekere bereidheid zijn om je leven te
richten op de verbondenheid met God en om je hart af te stemmen op de
golflengte van het evangelie.
Mensen vinden het ‘handig’ om de
wereld op te delen in duidelijk herkenbare groepen. Dat is in de loop
van de geschiedenis dikwijls gebeurd en het gebeurt nog steeds. De
goeden en de slechten; de bokken en de schapen; gelovigen en
ongelovigen; rechtvaardigen en zondaars; armen en rijken; autochtonen
en allochtonen; zieken en gezonden, en zo voort. Bij zo’n onderscheid
tussen mensen, volgt al vlug de gedachte: God zij dank, wij staan toch
aan de juiste kant, wij zijn de goeden en die anderen kunnen we beter
mijden, negeren, afstand houden, ofwel hen bekeren, op andere gedachten
brengen en wie niet horen wil, moet voelen: uitstoten en uitroeien
desnoods.
Die opdeling in twee werelden is niet van Jezus afkomstig. Jezus volgt niet de grenzen van onze menselijke opdelingen.
Het
onderscheid is niet op zo’n eenvoudige manier te maken. De grens valt
niet zomaar te trekken. We lopen het gevaar ons te vergissen. Want
hoewel er tussen beide een wereld van verschil is, blijft het toch
onduidelijk waar de ene wereld eindigt en waar de andere wereld, die
‘vreemde’ wereld, begint.
Het is ook zeer de vraag tot welke
wereld wij zelf behoren. Behoren wij wel tot die nieuwe wereld van de
Geest? Zitten we op het goede spoor? Zijn we wel (zoals Johannes)
gegrepen door de Geest, of blijven we hangen in burgerlijke
middelmatigheid?
Is het niet vaak zo dat die grens tussen twee
werelden eigenlijk door onszelf heen loopt? Een christen staat in de
wereld, maar is niet van deze wereld. Is het dan niet in deze wereld
dat we moeten leven als christen? Moeten we ons van deze wereld
afkeren, ons eruit terugtrekken en afzonderen? Of is dit de wereld
waarin wij be’geest’ering moeten brengen, die wij moeten omvormen in
Jezus’ Geest?
Wij zijn tegelijk christen én ten volle een kind van
onze tijd. En deze twee werelden botsen. Er zijn zoveel momenten waarop
cultuur en christendom vandaag met elkaar in botsing komen. De
maatschappij vraagt ons om te presteren, te concurreren, carrière te
maken en eerst aan onszelf te denken. Ons geloof nodigt uit om steeds
voorrang te geven aan de ander, om nederig en dienstbaar te zijn.
Het
is precies 50 jaar geleden dat ‘de wereld’ zich tentoonstelde in
Brussel. Misschien niet toevallig is het ook 50 jaar geleden dat
Johannes XXIII paus werd. De paus die het Vaticaans Concilie bijeen
riep om de kerk weer ‘bij de tijd’ te brengen.
Telkens weer moet
ons geloof vorm krijgen in onze tijd en in onze eigen wereld. Telkens
weer nodigt de Blijde Boodschap ons uit om de tekenen van onze tijd te
verstaan en in te gaan op de noden van onze wereld.
Christen zijn
in deze wereld vraagt blijkbaar veel kunst- en vliegwerk. Als we teveel
bij het oude blijven, verstarren we en belanden we in fundamentalisme.
Als we ons teveel aanpassen, verliezen we onze eigenheid en gaan we
verloren. Er is een toenemende spanning tussen onze Westerse wereld en
het christendom. Mogen we nog uitkomen voor ons geloof, of is geloven
louter een privé-aangelegenheid?
Misschien is er juist daarom een
Helper nodig. Een Geest van de waarheid om te weten waar het op
aankomt. Zeker als van ons, van de leerlingen, verwacht wordt dat we
zelf begeestering kunnen geven.
Welke hulp mogen wij eigenlijk
verwachten. Het gaat zeker niet om een ‘eerste hulp bij ongevallen’ of
een wegenhulp die ons komt ‘depanneren’. Het gaat wel om een
hulp-langs-de-weg die ons komt bemoedigen.
Wij worden opgeroepen
om Jezus weg te volgen, hem te leren kennen en zijn geboden te
onderhouden. Hij zal ons de Geest van de waarheid zenden, die langs die
weg staat te supporteren, opdat we het nog een volgende ‘mile’ zouden
volhouden.
Ik wil afsluiten met een kort gebed, met de woorden van Chesterton:
“Heer,
geef ons de kracht om de dingen te aanvaarden die onvermijdelijk zijn.
Geef ons de moed om de dingen te veranderen die veranderd moeten
worden. En geef ons boven alles de wijsheid om beide van elkaar te
onderscheiden.”
Gie Stappaerts \
Er werd inspiratie geput uit een overweging van Marion Corvers en uit een preek van Emmanuel Van Lierde.