Preek – 5de paaszondag – A - Hnd6,1-7 en Joh.14,1-12
CHRISTUS IS DE HOEKSTEEN WELKE ONZE TAAK OOK ZIJ. HIJ IS DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN.
Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij is het aan wie wij ons moeten spiegelen. Hij is ons voorgegaan. Zijn levensweg moeten wij tot de onze maken. Dit lukt ons niet altijd zo best. Daarover willen wij samen wat nadenken.
Johannes spreekt ons daarover. Hij is de evangelist die het laatst van de vier zijn evangelie heeft geschreven. Hieruit blijkt dat Johannes eerst heel lang over het leven van Jezus heeft kunnen nadenken. Hij heeft heel dat leven, al die woorden van Jezus diep in zich laten bezinken…en dan pas heeft hij vanuit een door de tijd gerijpte overtuiging alles opgeschreven.
Soms voelen wij ons vaak een beetje als Thomas die onzeker is, die moeilijkheden maakt rond zijn geloof. Maar Johannes laat Jezus zeggen: “Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, geloof dan ook in Mij. In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.”
En wij weten het heel goed: ieder van ons, zoals we hier bijeen zijn, verschilt van de andere. Dat maakt eigenlijk het leven zo boeiend. Ieder van ons heeft God op een bepaalde manier ontdekt en ieder gaat ook anders leven. De paus zegt dat we moeten eerbied hebben voor de diversiteit van de mensen. En de Heer zegt: er is ruimte voor velen, er zijn veel plaatsen in Gods woonst. Het zou saai zijn mochten we allen gelijk zijn. De variëteit van de bloemen maakt ze juist zo mooi. Zo is het ook bij de mensen.
Ieder van ons krijgt zijn eigen plaats in onze christelijke gemeenschap. Ieder heeft zijn eigen taak, en dat moet ons boeien bij de ander. Daar moeten we blij kunnen om zijn.
De Kerk is een gemeenschap van gelovige mensen die moeten getuigen van Gods nabijheid. Wij zijn de levende stenen, de bouwelementen in de hand van God. Elk van ons mag zijn taak opnemen en dan wordt het gebouw niet wankel. Maar Christus is de hoeksteen en dat moet Hij blijven in ons handelen en spreken. Want Jezus zegt van zichzelf dat Hij de Weg is, de Waarheid en het Leven. Hij is ons licht in de duisternis, een veilige gids midden in een wereld vol verwarring en twijfel. Daarin moeten we geloven, daaraan mogen wij ons optrekken, daarin mogen wij vertrouwen.
Ik zou willen besluiten met een verhaaltje waarin wij ons misschien allen een beetje terugvinden. “Er was eens een jongen die dacht dat zijn moeder niet van hem hield. Op zekere dag vertrok hij de bergen in en onderweg riep hij zo hard hij kon: “Moeder, ik hou niet meer van u”. En hoe hoger hij de bergen introk, hoe vaker dat zijn geroep weerkaatst werd. Maar toen het al avond werd, werd hij bang en verlangde naar zijn warm bed. En toen hij daar een paar uur gezeten had, vertrok hij met de moed in zijn schoenen naar huis. Toen de jongen thuis kwam, was zijn moeder heel blij, en omdat hij verkleumd was van de kou, maakte zijn moeder hem een heerlijke tas warme melk gereed. Toen vertelde de jongen aan zijn moeder waarom hij was weggelopen. De moeder zei toen: “Nu moet ge morgen dezelfde weg gaan doen en dan roept ge telkens: “Moeder, ik hou van U”. ’s Anderendaags deed de jongen dat en de echo, de weerkaatsing beantwoordde zijn roep: “Ik hou van u, hou van u, hou van u…” Toen begreep de jongen plots hoe zijn moeder van hem hield en vol blijdschap keerde hij terug naar huis.”
Paus Franciscus schrijft in zijn boek “De vreugde van het evangelie” hoe hij begrijpt dat mensen soms kwaad zijn op hun Moeder, de heilige Kerk. Sommige kerkelijke normen en regels irriteren hen. En als die mensen dan afstand nemen van de Kerk, worden ze harder, verbitterd vaak. Ze zijn niet gelukkig eigenlijk.
De paus zegt: kijk eens welk een vreugde uitgaat van de Blijde Boodschap. Jezus sluit niemand uit, Hij brengt ze weer in de groep. Hij laat ze zijn tedere liefde voelen. Zijn barmhartigheid primeert op de wetten. Richt al je aandacht daarop en jullie zullen gelukkig zijn. Roep het uit over de bergen en het zal weergalmen zodat anderen het horen. En zo wordt het meer en meer een gemeenschap van vreugdevolle christenen.