* De voorgelezen evangelietekst (Joh 14,1-12) is de aanhef van Jezus’ eerste afscheidsrede. We horen erin Jezus die weergaloos één is met de Vader: “Wie Mij ziet, ziet de Vader” (v.9). En: “Geloof Mij dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is.” (v.10-11). Eerder nog zei Hij: “Ik en de Vader wij zijn één” (Joh 10,30). Hij was icoon van de Vader, een menselijk prisma op God. Vanuit die identiteit heeft Hij de Vader voortdurend open geleefd en verkondigd met woord en leven.
* Jezus is uniek. Zijn gelijkheid met God doet Hem onvergelijkbaar uitrijzen boven Boeddha of Mohammed. Juist daarom kon Hij zeggen: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven” (v.5). Niet: “Ik ben een weg, maar de Weg. Wie de Weg is, is noodzakelijk ook de Waarheid en is het Leven. Pasen is dat deze Christus blijvend onder ons leeft ! En van hieruit doet Jezus ons twee beloftes:
1. De eerste belofte luidt: “Als Ik ben heengegaan en een plaats voor u bereid heb, kom Ik terug om u op te nemen bij Mij opdat ook gij zult zijn waar Ik ben” (v.3).
-
Wij zijn vaak geneigd die zin te verstaan in de betekenis dat Jezus ons later eens zal opnemen bij Hem, na onze dood of bij het eindoordeel, in de verdere toekomst, in de hemel. Tekst dikwijls gebruikt in een uitvaart. Voor Johannes is het oordeel en het leven reeds nu aanwezig. Jezus’ wederkomst begon al met zijn verrijzenis. Sindsdien kwam Hij in gemeenschap met heel zijn Kerk en met ieder die Hem aankleeft. En Jezus zal verduidelijken: “Ik zal u niet verweesd achterlaten. Ik keer tot u terug… Gij zult Mij zien, want zie Ik leef en ook gij zult leven. Op die dag zult ge weten dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u…” (Joh 14,18-20). En Hij herhaalt: “Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug” (Joh 14,28). Daarom: “Geloof in Mij” (v.1,10,11,12). Geloven is niet puur cerebraal een waarheid aanvaarden. Het is een levende persoon aanhangen met hart en ziel.
-
Maar het gaat méér dan om een samen zijn bij elkaar. Het gaat om Jezus’ verblijf in ons: “Gij in Mij en Ik in u” (v.20): De taal uit de Broodrede (Joh 6,56). Meer nog. Hij is onafscheidelijk één met de Vader en de Geest. Het wordt de inwoning van de H. Drie-eenheid, de volheid van God: “Wij zullen tot hem komen en ons verblijf bij hem nemen” (Joh 14,23). Zijn volle leven wordt het onze. Dat klonk klaar in zijn woord tot de nog onbekeerde Saulus, die de christenen vervolgde: “Ik ben Jezus, die gij vervolgt” (Hand 9,5). Daarom schreef Paulus aan de Korinthiërs: “Gij kunt toch van uzelf getuigen dat Christus in u is” (1 Kor 13,5). Die zekerheid heeft heel zijn leven bezield: “Niet ik, maar Christus leeft in mij” (Gal.2, 20). En andersom Paulus leeft in Christus. Het is een in elkaar wonen. Wederzijds. Hij kon er niet over zwijgen. De term “in Christus” komt 164 maal voor in zijn brieven. Johannes zal herhalen: “Blijf in Hem” (1 Joh 2,27;28). Jezus vereenzelvigt zich met ons.
2. En de tweede belofte is: “Wie in Mij gelooft zal ook zelf de werken doen, die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen” (v.12). Ongelooflijk ?
-
Met veel nadruk had Jezus al eerder gezegd: “Mijn Vader is voordurend aan het werk, en ook Ik houd niet op met werken” (Joh 5,17). “De Zoon kan niets uit zichzelf, maar alleen datgene wat Hij de Vader ziet doen… Nog grotere werken dan deze zal Hij Hem tonen, zodat ge verbaasd zult staan.” (Joh 5,19-20). Heel het handelen van Jezus was de activiteit van de Vader zelf in Hem. En nu zegt Hij opnieuw: “De Vader is het, die blijvend in Mij zijn werk verricht” (v.10).
-
Jezus breidde die gedachte uit in de aansluitende parabel van de wijnstok: “Blijf in Mij, dan blijf Ik in u… Wie in Mij blijft, terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt ge niets.” (Joh 15,4-5). En wat verder: “Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt: dat gij rijke vruchten draagt. Zo zult ge mijn leerlingen zijn.” (Joh 15,7). Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.” (Joh 15,16). Die doorleefde inwoning werd bij Paulus de motor van zijn handelen: “De liefde van Christus laat ons niet met rust” (2 Kor 5,14). Ook in ons is Christus’ liefde niet steriel. Wij leven niet voor onszelf. Christus stuwt ons naar de anderen.
* Dat is het geheim van onze ware pastorale actie. Van nature willen wij zeer actief zijn uit eigen kracht, volgens eigen planning en methodes, misschien soms eigengereid. Verliezen we ons niet in structuren of in een ‘actie om de actie’ met publiceerbare resultaten ? Heimelijk voor ons eigen succes ? Of gaat het om zijn succes? Als wij niet werken vanuit de verrezen Christus, en in de Geest die Hij ons gegeven heeft, dan oogsten we niet de vruchten die de Heer verwacht of die de gemeenschap echt nodig heeft. Het gaat hier niet om spectaculaire stunten, maar om datgene wat feitelijk zijn werk is: de ware evangelisatie van de wereld, in verkondiging en in liefdedienst. In eenheid met Hem kunnen we meer, of kan Hij meer met ons, dan wat Hij op aarde heeft gedaan. Door degenen in wie Hij voluit mag leven doet Hij wonderen. Zo heeft vanuit die liefde Chiara Lubich, nu onlangs overleden, via de Focolare in 182 landen 3 miljoen mensen in liefdebeweging gebracht. Aan 300.000 boeddhisten maakte ze Jezus bekend. Vanuit die liefde heeft Mother Teresa gewerkt. En zo zijn er velen, heel velen. Christus zelf is het die doorheen zijn getuigen op diverse wijzen In de wereld het onnoembare realiseert. Vandaag. “Ja grotere werken zal hij doen”.