Zondagavond zijn de Kardinalen in conclaaf gegaan. De grote vraag is: Wie zal de volgende Paus zijn? Maar belangrijker is: Hoe moet de volgende Paus zijn?
Wat moet zijn profiel zijn en vooral welke klemtonen moet zijn beleid kenmerken?
Een veilige gids om hierop een antwoord te vinden is te luisteren naar de schrift. De vijfde paaszondag geeft ons enkele richtingwijzers.
- De eerste lezing heeft het over de jonge kerk.
Het is een kerk van mensen. Met zijn succes en zijn problemen. Blijkbaar was er in die jonge kerk een gezag, een Petrus die het evenwicht tussen Verkondiging van de Blijde boodschap en een moreel gedrag in het concrete leven wist te realiseren.
Evenwicht tussen de actie en de contemplatie; tussen het eerste gebod en het tweede gebod. Opvallend is dat die jonge kerk zo creatief weet om te gaan met personeelstekort en vooral kijkt naar de kwaliteit van de mensen. Het moeten mensen zijn met een goede naam in de gemeenschap en vol van de geest en wijsheid. Mensen met een stuk enthousiasme en gezond verstand.
De Paus zal iemand moeten zijn die vooral de verkondiging van de Christelijke boodschap wil brengen, de hoop die deze boodschap inhoudt voor alle mensen en voor ieder mens.
Daarnaast zal hij ethische aansporingen moeten geven die de mens vooral oproepen en stimuleren tot het kiezen van het meest menselijke en algemeen menselijke goed.
-
De tweede lezing heeft het vooral over het fundament van de kerk: Christus is het fundament. Hij is de hoeksteen waarop de kerk gebouwd is. Niet de paus is degene die alles moet samen houden. Christus is de hoeksteen. In de mate dat de paus zich onder en achter het woord en leven van de Christusfiguur plaatst zal hij ook garant staan voor het fundament van de kerk. Hij moet een “bezielde bezieler” zijn, met het bewust zijn van Johannes de Doper: “Hij moet groter worden, ik kleiner”.
-
Het evangelie plaats de kerk in zijn wijdse omgeving. De kerk is die zichtbare menselijke gemeenschap, met als eigen fundament Christus, maar opgenomen in het rijke leven van God zelf. God is het volle leven. God is ook het eindpunt van alles: de voltooiing.
In het huis van mijn Vader is plaats voor velen. Jezus laat duidelijk aanvoelen dat God het eindpunt van alles is, dat Hijzelf opweg is naar het eindpunt.
God is de God van alle godsdiensten en van alle zoekende mensen, waar ook en in welke cultuur ook.
De nieuwe paus zal vooral een echte Godsman moeten zijn. Iemand die zijn blik en zijn hart wijd openstelt voor alle godgelovende mensen, alle godzoekende mensen, ja zelfs voor alle mensen die zoekend zijn naar de zin en het meer in het leven. Het zou goed zijn dat de nieuwe paus een gezagvol iemand zou zijn in de Katholieke ruimte, in de religieuze ruimte en in de internationale ruimte van onze wereld.
Voor deze bezinning heb ik mijn licht opgestoken in de lezingen van de 5de paaszondag en in het boek “Habemus Papam” uitgave Davidsfonds.