Parochiebestuur en pastores vragen deze week ook uw aandacht
voor de P.C.I. (Parochiele Charitas Instelling).
U leest daar meer over in de nieuwsbrief van deze week.
Wij zijn trots op de ontwikkelingen binnen die instelling.
Steeds meer slagen ze er in parochianen
die bijzondere aandacht behoeven bij te staan.
Van de eerste christenen zeiden ze: ‘zie hoe die elkaar liefhebben.’
Het zou heerlijk zijn als ze van ons in de Bavo zouden zeggen:
‘zie hoe goed die mensen zorgen voor elkaar.’
Wij gaan vandaag even op bezoek
bij de parochie waar het allemaal begonnen is:
de parochie in Jeruzalem.
De vorige weken hoorden we
hoe ze alles gemeenschappelijk hadden
het brood braken in een of ander huis
-ze hadden toen helemaal nog geen kerken-
en in de tempel gingen luisteren naar de dienst van het woord.
Vandaag hoorde u over de eerste problemen.
Het gaat over immigranten
-waar we tegenwoordig een verkiezingsthema van maken-
het gaat over immigranten uit het noorden
(precies omgekeerd als bij ons).
Ze hebben in Jeruzalem geen familie
en als ze in nood komen moeten de Jeruzalemmers een sociaal vangnet bieden.
Dat levert klachten op –er is niets nieuws onder de zon-
maar dan gebeurt er iets belangrijks.
Neen er wordt geen anti-vreemdelingen partij opgericht
er wordt onmiddellijk een actie op touw gezet
om die mensen te helpen: zeven diakenen worden aangesteld
om te zorgen voor die buitenlandse geloofsgenoten met hun problemen.
Kon de kerk al die problemen aan?
Kan de kerk vandaag al die problemen aan?
We hopen het.
Wonderlijk genoeg heeft Jezus zelf vertrouwen in zijn mensen
te beginnen met de apostelen.
En dan gaan we nog verder terug in de geschiedenis:
naar het allereerste begin met Jezus.
Bij zijn afscheidsmaaltijd spreekt Hij vandaag in het evangelie
om te beginnen met PETRUS: de eerste Paus.
Hij wist hoe wankel Petrus was: ’eer de haan kraait
zul je mij driemaal verloochend hebben."
Toch zei Hij tegen die wankele Petrus ooit:
‘op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen’
en vandaag zegt Hij tot hem:
’laat je hart niet verontrust worden.'
Diezelfde Petrus krijgt vandaag zijn laatste instructies:
‘in het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.’
Een mooie tekst om een Paus mee op weg te sturen:
Gods ruimhartigheid kunnen wij ons niet groot genoeg voorstellen.
Het gaat niet alleen om het vaderhuis
waar wij na de dood eens terecht hopen te komen…
maar ook over hier en nu.
Wij, zoals wij nu leven zijn hier al welkom bij God.
Er is ruimte voor ons in Zijn plan: wij mogen er zijn!
Waar het de kerk betreft pleit Jezus dus voor een open kerk.
Onze tijd is bij uitstek geschikt
om daar eens goed werk van te maken.
Petrus krijgt goede instructies.
Datzelfde geldt voor THOMAS, die ook genoemd wordt.
Wij noemen hem te gemakkelijk ‘de ongelovige Thomas’
we hebben gezien dat dat geen pas geeft.
Van Thomas weten wij dat hij erg geschokt zou worden
door Jezus’ lijden en sterven.
Hij wilde na Jezus’ dood zeker weten dat God Hem met zijn wonden
niet had laten vallen en dat God alle lijdenden van later
ook niet in de steek zou laten –dat hoorden we een paar weken terug.
In dit gesprek leeft Jezus nog gewoon
al gaat hij zijn dood tegemoet
en dan verkondigt Jezus aan Thomas, juist aan Thomas
dat de weg die Hij gaan zal
-en dat zal de weg van het lijden zijn- goed is
ja dat Hij DE weg is.
Dat zegt Hij niet triomfantelijk maar overtuigd van de steun
die Zijn Vader Hem zal geven.
En later na Jezus’ kruisdood en zijn verrijzenis
zal Thomas verbaasd en dankbaar diezelfde Jezus
die gemarteld en gepijnigd is terug zien en verzuchten:
‘Oh mijn lieve Heer en Mijn God.’
En dan is er ook nog FILIPPUS, de derde vriend die vandaag toegesproken wordt.
Die is niet zo wankel als Petrus, die is ook niet zo verbaasd als Thomas
maar die is gewoon dom -hoewel de eerstgenoemde twee vaker
in de verkondiging op hun kop krijgen.
Filippus vraagt naar de wel heel bekende weg:
‘Heer toon ons de Vader.’
Jezus schudt zijn hoofd. ‘Filippus je hebt mij toch gezien…
wie mij ziet ziet de Vader.’
Mensen, ook ervaren gelovige mensen zijn niet gauw tevreden.
‘Ik zou zo graag een wonder willen, een bijzondere verschijning
waardoor het duidelijk wordt wie God is.’
Neen het geloof hangt niet van verschijningen af:
er is al zoveel duidelijk geworden: IN Jezus,
in de dapperen die in zijn voetspoor gingen.
En de gelovige van alle tijden mag weten dat Hij ons niet echt verlaten heeft:
‘WAAR TWEE OF DRIE
IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN!
Dat is troostend maar ook acticerend.
Hij zal mensen van alle generaties blijven oproepen
tot trouwe dienst aan elkaar:
‘WAT GE DE MINSTE DER MIJNEN HEBT GEDAAN,
DAT HEBT GE AAN MIJ GEDAAN.’
Jezus eindigt Zijn gesprekken met de drie vrienden
die we vandaag ontmoetten met een geweldige bemoediging.
Die geeft Hij door zijn grenzeloze vertrouwensuitspraak:
‘jullie zullen dezelfde dingen doen als ik,
ja grotere dingen zullen jullie doen.’
Dat vertrouwen in de Zijnen en over hun hoofden heen in ons
is zo groot dat het een beetje beschamend wordt zelfs.
Zijn wij dan zo bijzonder?
In de ogen van Hem en de Vader, wel.
Ieder van ons wordt persoonlijk aangesproken;
de kerk is niet een anonieme massa.
Men vroeg enkele jaren terug aan de toenmalige kardinaal Ratzinger:
‘hoeveel manieren zijn er om met God om te gaan.’
De kritische journalisten dachten dat hij zou zeggen: ‘één natuurlijk’
maar hij zei: ‘even zovele als er mensen zijn.’
Wij zijn allemaal stuk voor stuk levende stenen
van het grote nieuwe gebouw dat God wil oprichten
van een nieuwe mensengemeenschap.
We zijn allemaal nodig en onmisbaar.
Mannen en vrouwen,
wanneer zullen de vrouwen eindelijk de ruimte krijgen
die ze verdienen?
Jong en oud, sterk en zwak, vaders en moeders,
gehuwd en ongehuwd
-wel goed om dat laatste ook even te zeggen in meimaand moederdagmaand-
zo’n moeilijke dag voor mensen zonder kinderen en ongehuwden.
Als leden van deze kerkgemeenschap onder dit dak
krijgen wij de troostende tekst: ‘in het huis van mijn vader
is ruimte voor velen’ te horen opdat ook wij
ruimte bieden in ons hart voor anderen.
Als leden van deze kerkgemeenschap
krijgen wij te horen dat Jezus’ weg van soldariteit met de lijdenden
de weg is naar het leven.
En ook dat als wij met Hem omgaan, Hem navolgen
dat wij dicht in de buurt van God de Vader blijven.
We wachten op de Geest deze weken
om zelf ook wakker en levend
onze taak te kunnen gaan opnemen en vooral om vol te houden.
Aan het einde van de dienst zal ik u gaan vertellen
waarom dat zo extra nodig is.
Belijden wij eerst samen ons geloof
en daarin onze goede wil om samen te volharden:
iedereen is daarbij onmisbaar.
God zegene ons allen,
God zegene u en mij bij het dragen van onze verantwoordelijkheid
in de kerk en in de wereld.
Gebed:
Almachtige eeuwige God,
in uw huis is ruimte voor velen…
Leid ons binnen in die gemeenschap waar uw vreugde heerst
en laat ons in vrede en trouw uw opdrachten vervullen,
dat vragen wij omwille van Jezus Messias
de poort zijn naar Uw nieuwe toekomst,
AMEN.