VIERDE PAASZONDAG A
uit de homilie van Bisschop Jacques Gaillot – weekend 27-28 april 1996
bij Handelingen 2, 14a.36-41 en Johannes 10,1-10
Bisschoppen onder elkaar zijn wel eens geneigd – hier in West-Europa toch – elkaar te vragen: “Hoeveel priesters heb jij nog in je bisdom?” Dat is voor mij geen belangrijke vraag. Veel belangrijker is de vraag: “Hoeveel christelijke gemeenschappen heb je al?” Dààrvan hangt de toekomst af: of er genoeg gemeenschappen zijn van christenen. Groepen waar men samen probeert te ontdekken en te doen wat christen-zijn vandaag vraagt. Er zijn zulke groepen, ze ontstaan. Een pastorale werkgroep in een ziekenhuis. Of op school. Hier of daar ook een parochieraad, of een team. Een gezinsgroep, een christelijke basisgroep… Ze onderscheiden zich van ‘gewone’ werkgroepen hierdoor: ze zijn er niet alleen om iets te organiseren voor anderen, om te ‘organiseren’ wat de ‘Kerk’ altijd georganiseerd heeft, maar ze zoeken samen, hier en nu, wat het voor elk van de aanwezigen, en voor de groep als geheel betekent: christen-zijn, zich plaatsen op het spoor van Jezus van Nazareth. Ze zoeken wat ze daarvan kunnen proberen voor te leven, en hoe ze dit kunnen verwoorden in vieringen en gebed. Ze geloven mettterdaad wat er in de eerste lezing staat: “*die belofte (nl.: dat ze de Heilige Geest zullen ontvangen) geldt u, uw kinderen, en alle mensen, waar dan ook, zovelen de Heer onze God zal roepen.**” *Daarom hechten zij zoveel belang aan het samen zoeken. Ze zijn in de volle, in de feitelijke zin van het woord ‘voorgangers’; mensen die hun taak, hun roeping verstaan. Ze weten maar al te goed dat hun diepste opdracht is, altijd en overal: het léven van mensen bevorderen – “opdat ze leven zouden hebben, en wel in overvloed” (slot van het evangelie van vandaag). Ze zetten zich daadwerkelijk in voor méér vrede, voor sociale gerechtigheid en voor de zorg voor onze planeet ‘aarde’. Ze weten dat ze niet langer ‘aan de wereld’ zo maar te dicteren hebben wat goed is, en wat kwaad. Ze weten dat ze samen met alle mensen van goede wil mogen zoeken naar wat ‘het meest menselijke is’ – ook als het gaat over geboorteregeling, abortus of euthanasie, over homo-relaties of over echtscheiding… Ze zijn niet langer geobsedeerd door alles wat met seksualiteit te maken heeft, en weten ook hun man- of vrouw-zijn te waarderen als een geschenk van de Schepper. Ze voelen zich – in het spoor van de goede herder – niet geroepen om geboden en verboden uit te vaardigen, om te oordelen en te veroordelen, maar om op zoek te gaan en blijde boodschap te worden voor allen die aan de rand van het leven zijn geraakt. We danken vandaag, in deze viering, omdat er ook in deze tijd zulke mensen zijn, zoals dat altijd al is geweest. En we bidden dat er altijd opnieuw zulke mensen mogen opstaan in ons midden. Maar we bidden en ijveren ook om herders, bisschoppen en een paus die uiteindelijk déze willen erkennen en bevestigen. Die zulke mensen tot priester willen wijden, of ze nu man of vrouw zijn, gehuwd of ongehuwd. Als het maar mensen zijn die de hun toevertrouwde mensen “bij naam kennen”. Als het maar ‘voorgangers’ zijn waarvan de parochianen (de leden van de groep) weten dat ze dié stem mogen volgen, dat ze niet zullen geslacht of opgeofferd worden aan ‘hogere principes’, zoals daar zijn: ‘de gehoorzaamheid’, de ‘volgzaamheid’, de ‘nederigheid’ of de ‘onfeilbaarheid’. Als het maar begeleiders zijn die helpen zoeken om “weide te vinden”. Die helpen te zoeken naar leven, in overvloed! Eén is er die we daarbij gerust in het midden mogen zetten, als een blijvend referentiepunt: dé Herder, onze Heer Jezus. Gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was. Tastbaar en zichtbaar geworden Liefde, waarlijk ‘God aan het licht gebracht’…