4e zondag van Pasen – jaar A

A-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

Homilie op de 4e Paaszondag 2014: Herder zijn! (Jo. 10, 1-10)

Tielt, 11 mei 2014

Herders zijn een bezienswaardigheid. Je ziet er nog maar zelden. In Jezus’ tijd waren er nog honderden die met hun kudde het open veld in trokken en ’s avonds terugkwamen naar de schaapskooi. De herder ging dan wijdbeens in de opening van de omheining staan en de schapen kropen, terwijl de herder ze telde, één voor één tussen zijn benen door naar binnen. Hij was zelf de deur waarlangs ze naar binnen kwamen. Voor Jezus’ tijdgenoten klonk het daarom heel gewoon dat Hij zei: “Ik ben de deur voor mijn schapen.” Ze gingen via Hem naar binnen en de volgende dag liet Hij ze weer buiten. Hij was hun herder, de deur naar geborgenheid en veiligheid; tevens de deur naar de vrijheid, naar buiten.

Zo doen ook wij dat: voor goed volk gaat onze deur open; vrienden vinden bij ons gastvrijheid, gezelligheid, geborgenheid en zijn bij ons welkom. Maar voor dieven en voor hen die kwaad willen, gaat de deur dicht. De deur gaat naar buiten open om te werken en naar binnen open om er rust te vinden. De deur staat enerzijds voor openheid en anderzijds voor beschutting.

Als man en vrouw, als ouders herders willen zijn voor elkaar en voor hun kinderen, moeten ze een goed evenwicht zien te vinden tussen beschutting geven tegen de boze wereld en ruimte geven om de wereld te verkennen. De deur moet tijdig open, maar ook tijdig dicht. Want net als de herder Jezus moeten getrouwde mensen en ouders elkaar en hun kinderen beschermen tegen verborgen verleiders. En die komen meestal niet langs de gewone weg binnen. “Wie niet door de deur naar binnenkomt”, zegt Jezus, “is een dief of een rover.” En inderdaad: verborgen verleiders die via een sluiproute het leven van getrouwde mensen en dat van jonge mensen binnenkomen, zijn er genoeg. De reclame b.v., die ons dwingt tot almaar meer; allerlei slogans en al het aanlokkelijke waarnaar je kan surfen op het internet en die ons wijsmaken dat alles kan, alles mag en niets verboden of gevaarlijk is; de heldenverering op de televisie voor degene die het hardste kan slaan. Het zijn allemaal dieven en rovers die ons via sluiproutes beroven van echte normen en waarden. Het zijn slechte herders, die verkeerde wegen wijzen. En zeg niet te gauw: “Ik kan daartegen en mijn kinderen kunnen ertegen.” Toen mijn vader zaliger aan één van zijn zes groter wordende kinderen iets verbood, kreeg hij als antwoord: “Pa, het is toch allemaal niet meer als in de tijd dat jij jong was.” Waarop mijn wijze vader antwoordde: “Dat is juist. Er is heel veel veranderd. Maar wat er niet veranderd is, is dat de mensen niet immuun zijn tegen alles. Dat is zo als je jong bent. Het zelfs zo als je getrouwd bent. Er wordt te veel met vuur gespeeld niet alleen door jongeren, maar ook door volwassenen. Met alle triestige gevolgen en zelfs drama’s vandien.” Wat mijn vader meer dan 50 jaar geleden zei, blijft nog altijd van kracht.

Pas goed op wie en wat je binnenlaat in je gezin.

Het evangelie roept ons op om goede herders te zijn voor elkaar en voor al de mensen voor wie we verantwoordelijk zijn. We zijn geroepen om de deur open te zetten en elkaar de weg te wijzen naar “grazige weiden”, naar plekken waar echt geluk te vinden is. En we moeten onze deur ook durven dicht trekken om elkaar beschutting te bieden, warmte, veiligheid, rust en geluk.

Zo horen we ook kerk te zijn: een schaapskooi waarin een mens geluk en geborgenheid vinden kan. Geen onderkomen met vergrendelde deur, maar met open deuren, waar iedereen meetelt en welkom is. Een plek waar de schapen hun oren spitsen om te luisteren naar de stem van de goede herder die Jezus is, die ons in het donker behoedt en beschermt, die ons de weg wijst naar het echte leven en die ons er ook op uitstuurt om elkaar de goede weg te wijzen en ons behoedt voor verkeerde wegen.

Wie de herder Jezus volgt, gaat naar Hem binnen om zelf geborgenheid te vinden, maar gaat ook met Hem naar buiten om anderen geborgenheid te bieden. Wie Jezus volgt, moet van tijd tot tijd naar binnen bij zichzelf, rust zoeken, maar evenzeer naar buiten gaan en goed doen aan anderen.

Want geloven is een binnen- en een buitengebeuren.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online