Mensen die in Amerika of Canada zijn geweest
en daar een zondagsviering hebben bezocht
hoor je vaak enthousiast vertellen dat de pastoor aan de deur staat
als je binnenkomt en iedereen persoonlijk verwelkomt,
en bij het uitgaan ook iedereen weer uitgeleide doet.
Het drukt iets uit van verbondenheid, van bij elkaar horen.
In die landen waar de afstanden enorm groot zijn,
is de zondagsviering echt een moment van ontmoeting
niet alleen met de pastoor maar met alle parochianen.
En de zeg maar meer geestelijke ontmoeting in de eucharistie
gaat ook gepaard met een meer materiele ontmoeting rond een kop koffie.
Wij kennen die gewoonte niet maar het heeft wel wat.
En als Jezus in deze tijd ergens pastoor zou zijn,
zou hij misschien wel hetzelfde doen.
In het evangelie van vandaag gaat hij zelfs een stap verder:
hij staat niet aan de deur, hij is de deur,
door hem kun je binnen gaan in de kudde
die door hem goed en zinvol leven vindt.
Het beeld van de herder en zijn schapen kennen we wel,
het drukt iets uit van vertrouwen tussen leiders en volgelingen,
zoals de schapen zich vertrouwen toe aan de herder.
Het beeld van de deur klinkt ons wellicht wat vreemd in de oren.
Maar zijn toehoorders van toen begrepen precies wat hij bedoelde:
dat beeld was ontleend aan hun dagelijks leven.
Overdag trokken de herders er met zijn schapen op uit
en ’s avonds kwamen zij terug naar het dorp
en de schapen werden daar naar een omheinde ruimte gebracht
om ze in de nacht te beschermen tegen roofdieren en dieven.
De herder ging wijdbeens in die nauwe opening staan
en liet de schapen tussen zijn benen door naar binnen gaan,
dan kon hij ze gemakkelijk tellen.
Hier komt het beeld van de deur vandaan.
En de wachtpost liet de bekende herders binnen
maar hield vreemdelingen buiten de poort.
Wederzijds vertrouwen wordt met deze beelden heel treffend weergegeven.
En dat is een wezenlijk element van gelovig zijn:
je toevertrouwen aan Jezus als je herder en leidsman ten leven,
kiezen voor hem en met hem in zee gaan in het vertrouwen
dat hij je het echte leven geeft.
De evangelietekst, hoewel voor ons niet zo gemakkelijk te verstaan,
is een heel indringende beschrijving van geloven,
maar er zit wel een addertje onder het gras.
De context van dit verhaal is namelijk een twistgesprek
dat Jezus voerde met de joodse Farizeeën.
Hij verwijt ze dat ze blind zijn, niet zien waar het echt om gaat.
In de tekst van vandaag vergelijkt hij hen met dieven en rovers
en met vreemden waar de schapen niet naar luisteren.
Geen wonder dat ze woedend zijn en zijn dood willen.
Maar Jezus legt wel de vinger op de zere plek:
als je, juist als de schriftgeleerden, je altijd formeel opstelt
en iedereen alleen maar confronteert met de regels en wetten,
dan ben je geen herder maar een vreemde
en dan luisteren de schapen niet meer. als er geen echt vertrouwen is, dan is er geen leven.
En hier precies ligt denk ik een groot probleem voor de kerk van Jezus
zoals die in deze tijd gestalte krijgt,
niet zozeer op het niveau van de parochies
maar wel op landelijk en op wereldniveau.
Veel kerkleiders van vandaag
zijn vervreemd van de gelovigen aan de basis.
Ze maken zich druk over allerlei dogma’s, regels en wetten,
maar de vertrouwensrelatie is er niet meer
en de meeste gelovigen luisteren niet meer naar hun boodschap.
Ze zijn geen open deur meer waardoor mensen in de kerk binnenkomen
om zich te warmen aan de sfeer van geborgenheid en wederzijds vertrouwen.
Ze zijn voor velen juist een gesloten deur,
waardoor mensen niet meer binnen komen
maar ergens buiten blijven rondzwerven.
Het verwijt dat Jezus in het evangelie maakt aan het adres van de Farizeeën
zou hij, denk ik, ook vandaag maken aan het adres van veel kerkleiders.
Nu is het gemakkelijk genoeg om een beschuldigende vinger uit te steken
naar degenen die nu herders in Jezus’ kerk zijn, zouden moeten zijn.
We moeten ook naar onszelf kunnen kijken en onszelf de vraag stellen:
draag ik echt bij aan een sfeer van wederzijds vertrouwen
in onze kleine gemeenschap?
Ben ik echt een gelovige, die echt voor Jezus’ weg gekozen heeft,
Ben ik een herder, die vertrouwen wekt,
een deur waardoor anderen kunnen binnengaan?
Misschien is het ook goed een soort gewetensonderzoek te houden bij onszelf.