4e zondag in de paastijd (1999)

A-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

Een paar jaar geleden fietste ik eens op de Veluwe toen ik daar een herder met zijn kudde schapen tegen kwam. Dat is als zodanig al een heel mooi gezicht, maar het mooiste vond ik de herdershond. Terwijl de kudde bezig was het fietspad over te steken, ging de hond midden op het fietspad staan, voor mij, met een blik van: waag het niet om verder te fietsen.
Ik vind het altijd fascinerend om zo’n herdershond bezig te zien, hoe die achter de kudde aanholt en zorgt dat alles de goede kant op gaat, en die op een holletje achter achterblijvers en treuzelaars aangaat; hoe die erbij staat, een en al alertheid: de ogen die de bewegingen van de schapen in de gaten houden, gespitste oren die elk commando van de herder willen opvangen.
In het evangelie van vandaag noemt Jezus zichzelf de deur van de schapen, hij had zich ook de herdershond kunnen noemen, die beeldspraak was voor ons denk ik duidelijker geweest dan het beeld van de deur van de schaapsstal.
Jezus was Gods herdershond. Hij zei van zichzelf: Ik ben gekomen om de wil van de Vader te doen, en dat heeft hij op een bijzondere manier gedaan, zodat hij zichzelf ook de goede herder kon noemen.
Misschien hebt u jaren geleden ook die Tv-serie “de Herdershond,” gezien over die kapelaan en zijn werkzaamheden in de parochie, uit de tijd dat een pastoor nog kapelaans hadden om het werk te doen, terwijl hij zelf het wat rustiger aan kon doen. De pastoors waren soms in die jaren meer de luxe paarden en de kapelaans de werkpaarden, maar ze moesten wel dansen naar de pijpen van de pastoor, zoals een herdershond zijn werk doet op de commando’s van de herder.
Nu zijn kapelaans een luxe en de pastoors moeten alleen het werk doen. Maar dat laatste is gelukkig helemaal niet waar: de gemeenschap draait niet om de pastoor alleen: het is ieders verantwoordelijkheid, ieders taak. Je zou kunnen zeggen: iedere parochiaan is geroepen om herdershond te zijn, niet om naar de pijpen van de pastoor te dansen, die tijd is gelukkig voorbij.
De pastoor is ook een van de parochianen, en wij zijn allemaal geroepen om herdershond van de Heer te zijn, om samen te zorgen voor de kudde, de gemeenschap, te zorgen dat die bij elkaar blijft, dat niemand verloren loopt, en dat niet zomaar op eigen houtje, naar eigen inzichten, maar op de commando’s van onze Herder, en dat is Jezus, de goede Herder, die hart heeft voor de schapen en die dat op een bijzondere manier heeft laten zien.
Een goede herder zorgt voor zijn schapen door goede leiding te geven aan zijn herdershonden. En een goede herdershond laat zich altijd sturen door de herder, hij of zij is de ogen, de handen en de voeten van de herder zelf.
Zo moeten wij, als de herdershonden van de Heer, steeds erop gespitst zijn om zijn commando’s, zijn boodschap te horen, het zijn signalen die anderen vaak niet eens opvangen, maar die bij ons de leidraad zijn, moeten zijn voor ons handelen; steeds scherp om ons heenkijkend om toch goed te zien waar iemand in onze omgeving in de knel komt op welke manier dan ook, waar wij in beweging moeten komen om te zorgen dat hij of zij niet verloren loopt maar bij de kudde blijft.
Die roeping hebben we allemaal, u en ik, en we zullen alleen een levende parochiegemeenschap zijn als we allemaal, ieder op eigen wijze, die roeping waar maken.

Zoeken in Preken Online