Priester:
Het evangelie was niet alleen een verhaal van lang geleden, maar ook ons verhaal.
Met een bedrukt gezicht bleven ze staan.
Zo vaak staan wij in het leven met een bedrukt gezicht.
Het leven is vaak een weg met zijpaden. Wij ontmoeten hindernissen.
de ene mens botst er wellicht vroeger tegenaan dan de ander en méér dan de andere:
Faillissement, ziekte, lijden, ontrouw, verlies, illusies, depressie
ouderdom, de dood, zoveel vormen van leed.
Wij hadden gehoopt zegden de leerlingen van Emmaüs en zeggen ook wij dikwijls:
Lector:
Het kruis kan je niet wegdenken uit je leven
Met zijn twee balken staat het er midden in. Je stoot je er aan. Het doet je pijn.
Driemaal kan je er onder vallen, driemaal moet je er bij opstaan.
Toch is het kruis nooit een dood punt. Het is de enige weg naar verrijzenis en leven.
Priester:
De leerlingen spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen
Leeft in jouw hart ook die hunker om te spreken over wat is voorgevallen,
over je lukken en mislukken, over je vallen en weer opstaan…?
Al sprekende wordt je mens:
Mensen bij wie je je thuis kan voelen spreken over kleine kanten en kwetsuren,
over de bovenste lagen van je hart en stilaan door boren naar de diepste bron van leven:
je verlangen om een goed mens te zijn.
Lector:
Een dood punt in het leven in mijn leven, in jouw leven.
Bedrogen in mijn verwachting, ontgoocheld in mijn dromen.
De weg gaan van de donkere nacht zonder geloof in een nieuwe morgen.
Ontgoocheld en pijn, ze horen nu eenmaal bij het leven.
Leven is altijd ebbe en vloed, nacht en dag,
winter en zomer, duisternis en licht, droom en werkelijkheid.
Priester:
Het Emmaüsverhaal is meer dan ons verhaal v. ontgoocheling, verdriet en verlatenheid.
Het is een Paasverhaal: mensen die onderweg tot geloof komen, tot genezing.
De twee stappers ontmoeten onderweg een vreemdeling.
Zijt gij de enige vreemdeling die niet weet wat er deze dagen gebeurd is?
God neemt een ongewone gestalte aan. Hij is een vreemdeling
Wanneer wij de vreemde in onze kring binnenlaten, kan deze de gestalte van een engel,
de gestalte van God aannemen. Die voorbijganger, die vreemde wordt een helper.
Ze babbelen niet over koetjes en kalfjes.
Wat je belast, moet niet onderdrukt of verzwegen worden.
Jezus nam tijd om te luisteren.
Lector:
Luisteren: niet denken dat ik gelijk heb. Luisteren: niet menen dat de andere verkeerd is
niet denken dat ik de oplossing heb.
De toestand van de ander eerbiedigen, hoe deze ook mag zijn.
De gevoelens van de anderen eerbiedigen, hoe dat deze zich ook uitdrukken.
De weg van de ander eerbiedigen, waarheen deze ook mag leiden.
God eerbiedigen in de andere, op welke wijze Hij zich ook vertoont.
Priester:
Er verloopt heel wat tijd vooraleer de leerlingen in Emmaüs aankomen.
De tijd nodig om de weg van Jeruzalem naar Emmaüs verschilt van mens tot mens.
Vooraleer in de donkere tunnel het daglicht opnieuw doorbreekt
kunnen weken en maanden verlopen.
Sommige mensen verblijven heel lang in het donker
zodat ze zouden gaan twijfelen of de Heer wel met hen meetrekt.
Wij zijn nog altijd onderweg.
Wij zijn onderweg naar het grote avondmaal van het eeuwig leven.
Omdat we nog onderweg zijn behoeven we ons er niet over te verwonderen
dat ons hart af en toe vermoeid is.
We hebben alle redenen om te bidden “Blijf bij ons, Heer”
Lector:
“Heer blijf bij ons, de zon gaat onder”
Wij boden dan het avondbrood den vreemden man,
die langs de baan met ons was meegegaan.
En wijl hij ’t zegenend de ogen sloot, gebeurde het:
Zijn aangezicht verklaarde in een hemels licht waarin hij plotseling verdween…
Dit was het wonder. Wij stonden weer alleen, doch vouwden blij onz’ handen.
Het was alsof Hij door ons heen verdween en ’t licht in ons is blijven branden.
Blijf zo in ons, o Heer, de zon gaat onder!
Priester:
Terwijl Hij met hen aanlag, nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het.
Het is een duidelijk verwijzing naar de eucharistie.
We mogen hier aan tafel komen
war de vreemde vriend wordt die het brood van zijn liefde met ons breekt
Lector:
Heer, blijf bij ons en kom met ons aan tafel en doe het nog eens voor:
hoe wij het brood te breken hebben van ons hart
en met geschudde korven aan anderen delen.
Heer, blijf bij ons en kom met ons aan tafel en doe het nog eens voor
hoe wij de wijn te schenken hebben van geluk
uit eigen broze kruiken vol warme vreugde.
Heer, schuif nu de bank waarop Ge zit nog dichter bij de tafel
dan kunnen wij - als Gij verdwijnt uit onze verbaasde ogen -
op deze plaats misschien een broer of zuster zien.
Priester:
Blij zijn en hopen, durf jij dat? Al zie je niet het einde,
al weet je niet wat je aan de volgende bocht te wachten staat…
Toch vertrouwen dat alles zin heeft,
dat ook de donkerste nacht het licht van de nieuwe morgen in zich draagt.
Daarin geloven is geloven in de verrijzenis is geloven in de Verrezene.