Lucas is arts van beroep. In zijn Evangelieverhalen proef je dat hij de tragiek van ziekte en dood van nabij kent.
Hij spreekt rond de dood van Jezus dan ook vaak over niet zien, niet begrijpen, het maar niet kunnen geloven.
Er is alleen maar leegte. Nou, die verslagenheid, daar staan die twee Emmaüsgangers voor.
Ze zijn het spoor volledig bijster. En daarom trekken ze maar weg uit
Jeruzalem - stad van vrede - en slaan weer de richting in van Emmaüs,
de vestingstad. Terug naar áf dus.
Even had het erop geleken dat het wat ging worden met die Jezus en met zijn droom van een samenleving, gebaseerd op liefde. Maar Hij is opgepakt en terechtgesteld. Er doen wel een aantal sterke verhalen de ronde, maar al met al is het nu de derde dag. Derde dag?, denk ik dan. Alles wat belangrijk is in de Schrift gebeurt altijd op de derde dag: dat is de dag van de Eeuwige, dag van bevrijding, vervulling, licht, nieuw begin van leven. Er staat dus wat te gebeuren!
Op de derde dag leggen die twee de feiten nog eens naast elkaar, heel dat schokkende verhaal. Eerst dit en toen dat en Hij was onze hoop en we hadden nog zo gedacht…Maar het refrein is telkens: Hem zagen ze niet. Hij is nergens meer. En dan staat er ineens zoiets als: In hun spreken en zoeken naderde Jezus en trok met hen voort.
In dat heen en weer praten is Hij op een of andere manier bij hen, maar ze zien Hem niet. Hij is als een vreemde voor ze.
En dan stelt Hij hun die vraag: Waar hebben jullie het over? Ze houden hun pas in: Lees jij geen krant, kijk jij nooit naar het journaal? Weet jij dan niet wat er allemaal om gaat in de wereld van vandaag? Maar Hij vraagt door: Wat is er nu wérkelijk gebeurd? En ze vertellen over die afgang, en weer dat refrein: Hem zagen ze niet.
In hun verhaal geen spoor van opstanding, verrijzenis, voortgang, hoop.
Elke verwachting is opgedroogd. Ze zijn ontmoedigd en versleten. Het
houdt een keer op. We hebben er lang in geloofd, maar we weten nu wel
beter: het kwaad is weer eens sterker dan het goede. En waar is God dan
wel bij al die ellende? En dan opent Hij hun de Schrift.
Dat klinkt plechtig, maar wat Hij laat zien is de ándere kant van de geschiedenis, de ándere kijk op de feiten.
Ach jullie toch… Misschien heeft Hij schriftverhalen verteld van ooit de eerste scheppingsdag, die begon met licht uit het donker, en van Abraham die wegtrok uit Ur, van Jozef uit de put, Daniël uit de leeuwenkuil, Sara uit haar tent, een heel volk uit Egypte, gered uit de zee, water uit de rots, ballingen uit ballingschap, een lamme uit verlamming, een verloren zoon weer thuis, over brood genoeg voor allen, over vrede en verzoening, ieder mens recht gedaan, stenen weggerold, de dode die leeft en de zon die opgaat na een lange nacht. Allemaal dingen waar je alleen maar van kunt dromen. Maar het is wel telkens de ándere kant van de werkelijkheid: hoe deze wereld bedoeld is, waar ons geluk, waar vrede te vinden is en wie ons voorgaat op die weg.
Ach jullie toch… dat je niet inziet dat de dood van de Christus is als het vallen van graan in de aarde. Dat dit het einde niet is. Dat het allemaal doorgaat. Dat dat leven van die Jezus, zijn band met God, zijn prachtige liefde, alles waar Hij voor stond, dat dat allemaal met zijn dood niet ophoudt, maar juist het begin is van een nieuwe morgen. Dat Hij de enge ruimte van zijn eigen ego moest verlaten om zich in liefde te verbinden met het grote geheel, die grote stroom van het leven door alle tijden heen. Dat Hij staat voor de nieuwe mens en zo graag zou zien dat ook jullie opstaan uit je dagelijkse dood.
Zo wordt het avond op die derde dag. En de vreemdeling gaat met hen
aan tafel om het brood te breken. Hé, zie wat hier staat: na de
schriftuitleg, de preek dus, volgt het breken van het brood, de
Eucharistie. Dat was bij de jonge kerk kennelijk al zo. Gelovigen
hebben altijd twee lampen gehad om hun weg te vinden in het dagelijkse
leven: de verhalen uit de Schrift, die oproepen om mee te doen aan die
beweging van bevrijding en van liefde in de wereld;
en een tweede lamp: de Eucharistie, de viering van verbondenheid met Jezus en met alle mensen van goede wil.
Van oudsher komen ze daarvoor op de eerste dag van de week, bij elkaar.
En als ze dan weer opstaan en uiteengaan, zijn ze bemoedigd om op hun
eigen plaats weer te doen wat moet worden gedaan: ze gaan weer werken
aan een barmhartige samenleving.
Dat is wat hier verteld wordt over dat gebeuren op die avond van de
derde dag. Pas wanneer die reisgenoot de Schrift uitlegt, de verhalen
van liefde en bevrijding, en als Hij met hen Eucharistie viert daar in
Emmaüs, dan komen ze tot het inzicht: o God, Hij is het. We hadden al
zo’n warm gevoel van binnen. Maar meteen is Hij al weer weg. Zien,
soms, even, daar moeten we het mee doen. Maar dat is voldoende om op te
staan en om te keren: om met nieuwe moed de weg in te slaan naar de
stad van vrede, de morgen tegemoet.
Hij leeft, wij hebben Hem gezien, zeggen ze.
We herkenden Hem toen ons de Schrift werd uitgelegd en toen we samen het brood braken...
Ik herken in dit verhaal zoveel van mijzelf en van de samenleving van
onze dagen. Weij is opgepakt en terechtgesteld. hadden nog zo gehoopt
en het schiet allemaal maar niet op. Kijk maar naar het journaal! Hoe
mensen met elkaar omgaan! Zijn daar het kwaad en de dood niet sterker
dan de liefde en het leven? Waar is God bij al dat leed! En wat te
denken van de plaats van de kerk in de wereld van vandaag! Het wordt
allemaal minder. Waar moet dat eindigen? En hoe moet het verder met
deze geloofsgemeenschap, onze parochie hier op ’t Zand? We zijn zo
kwetsbaar geworden, lijkt het.
Nou, dit Emmaüsverhaal wordt aan ons doorverteld om er troost en moed uit te putten bij alles wat wij meemaken.
Om weer te beseffen dat ook nú aan kwaad en dood niet het laatste woord
is, al lijkt het er soms schrikbarend veel op. Eigenlijk wordt ons
gezegd: Zorg dat Hij niet voor niets gestorven is. Dat je je niet
overlevert aan de heersende machtsverhoudingen en ook niet aan je eigen
ego. Want dan gaat de samenleving er aan. Zorg dat Hij in jou, in onze
parochie hier op ’t Zand en overal blijft opstaan. Hijzelf loopt met
ons op, al herkennen wij Hem vaak niet. Hij is metgezel op onze
levenstocht, een engel op onze weg, God-met-ons. En Hij legt ons
onderweg de Schrift uit, geeft ons een andere kijk op de feiten.
We merken het vaak niet dat Hij het is die met ons aan tafel gaat als
wij het brood breken. Dat Hij ons weer aan zich bindt door dat
sacrament van liefde. Dat Hij is opgestaan en leeft! Door hier trouw
samen te komen laten wij zien dat wij, met Jezus en heel zijn beweging
van liefde in de wereld, verantwoordelijkheid willen blijven dragen
voor de toekomst van het leven.
Ook wij steken hier telkens die twee lampen aan om ons bij te lichten
op onze levensweg. En we zingen tegen alle terreur en vergelding in
over liefde en gerechtigheid, opstanding en nieuw leven. En dat doen we
om het vol te kunnen houden om die weg te gaan en om het geloof te
bewaren in een menselijke toekomst.
Nu wordt het morgen vast weer een dag als de dagen hiervoor. De media zullen niet ophouden te berichten over belegerde steden, vluchtende kinderen, angstaanjagende films en verdampende kerken. Maar daartegen zullen wij als gelovige mensen óns verhaal blijven zetten: dat Woord dat ooit de stilte heeft verbroken en dat méns werd. We zijn er in gedoopt, het maakt ons verantwoordelijk. Het zal altijd weer klank en stem krijgen, het zal een lied worden tegen de nacht in de samenleving. God weet komt het dan toch nog goed met ons mensen. Zo moge het zijn.