Lucas heeft in deze evangelielezing op meesterlijke wijze de geloofsweg uitgetekend van elke gelovige. Op paasavond “waren twee leerlingen van Jezus op weg naar een dorp, Emmaüs geheten”. Schijnbaar een heel gewone weg, een alledaagse weg, maar op die dag was het een bijzonder zware weg. Je ziet het aan hun bedrukte gezichten. Zij hebben hun houvast verloren, het middelpunt van hun leven. Zij moeten nu hun hoge verwachtingen begraven en met loodzware voeten terug gaan naar de werkelijkheid, waarin ze wonen. De weg die zij gaan is een geloofsweg, verschillende stappen, die wij in elke geloofsweg terugvinden.
De eerste stap: “Zij spraken met elkaar over alles…” Het is goed dat je in zulke situaties met iemand kunt praten, dat je je aan iemand kunt toevertrouwen. Iedereen heeft behoefte aan iemand die naar hem luistert. Wat wordt hier duidelijk? Jezus is één en al aandacht voor hen en gaat met hen mee. Maar hun ogen zijn gesloten zodat ze Hem niet herkennen. Uit deze ontmoeting met de verrezen Heer, die voor hen verhuld is, wordt hun onderweg-zijn een onderweg-zijn naar het geloof. Zij meenden dat zij veel beter geïnformeerd waren dan die vreemdeling, die schijnbaar de enige was, die niet wist wat er in Jeruzalem gebeurd was. En toch was Hij het, die hun de Schrift ontsloot en een verklaring gaf aan de onduidelijkste feiten. Daarom konden zij later zeggen: “Brandde ons hart niet in ons?” Dat is een eerste stap naar het geloof: het inzicht in de grote lijnen van het heilsplan van God, dat door de Schrift verduidelijkt wordt.
Zij hadden de vreemdeling eerst eenvoudig uitgenodigd, zoals je een gast uitnodigt. Dat was de gewoonte in Palestina en iedereen vond het vanzelfsprekend, dat je een vreemde liet overnachten als het avond werd. Dus gebruikte Hij met hen de maaltijd, en tijdens die tafelgemeenschap herkenden ze Hem, bij het breken van het brood. Brood breken is een oude naam voor Eucharistie. De eucharistieviering met de Verrezene leidt tot het herkennen. Later vertelden zij aan de anderen “hoe zij Hem herkend hadden bij het breken van het brood”. Dat is de tweede stap: tafelgemeenschap met de Verrezen Heer voert tot het herkennen.
Maar dit is nog niet het laatste. “Onmiddellijk stonden zij op en keerden naar Jeruzalem terug.” Zij die terneergeslagen vertrokken, keren begeesterd terug. Moedeloos waren zij weggegaan; nu ziet alles er heel anders uit. Jezus heeft voor hen nieuwe mogelijkheden geopend. Dat is de derde stap: wie de boodschap van de verrijzenis begrepen heeft, wie de verrezen Heer ontmoet heeft, die kan daarover niet meer zwijgen.
Jezus zelf, de Verrezene, leidt ons op de weg van het geloof. Als wij het niet meer zien zitten, komt Hij ons achterna en wil een stuk weg met ons meegaan. En terwijl Hij met ons meegaat, kunnen wij onze nood klagen in het gebed. Hij zal ons niets verwijten, wel stille vragen stellen: Wist gij dan niet dat lijden heerlijkheid is? Langzamerhand zullen onze ogen opengaan en zullen we een beetje inzicht krijgen in wat God met ons voorheeft. Vaak is het heel anders dan wij denken. Ook ons leven moet delen in het paasmysterie: van duisternis gaan we naar licht, van lijden naar heerlijkheid, van dood naar leven.
Wij kunnen, evenals die leerlingen van Emmaüs, met oog en hart tegenwoordig zijn bij de viering van de Eucharistie. Als wij daar horen hoe Christus dank zegt en zien hoe Hij brood breekt en hoe Hij aanvaardt een gebroken mens te zijn en hoe Hij zichzelf uit handen geeft, dan kan ook ons hart brandend worden. Dan durven we misschien dit gebroken brood uit zijn handen aannemen om zelf gegeven mensen te worden. Van Hem zullen wij kracht ontvangen om naar de wereld terug te keren en getuigenis af te leggen van zijn verrijzenis. De Heer leeft! Dat geeft hoop en alles krijgt zin.
Laten we vandaag vragen: Blijf bij ons, Heer, en kom met ons aan tafel en doe het nog eens voor hoe wij ons leven moeten breken als brood. Laat even het licht van uw aanwezigheid over ons stralen, dan kunnen wij, als Gij verdwijnt uit onze verdwaasde ogen, de weg weer verder gaan…