Wat zou het toch fijn zijn als je kinderen op school altijd een tien zouden halen.
Wat zou het toch mooi zijn als je altijd het goede van een ander zou kunnen zien.
Wat zou het toch prachtig zijn als de zon altijd voor je zou kunnen schijnen
Wat zou het fijn zijn als onze Paus, die afgelopen week is overleden, niet alleen voor de Polen voor de Italianen maar ook voor alle Nederlanders een groot en heilig man zou zijn geweest.
Wat zou het toch buitengewoon zijn als we altijd goed gezond zouden zijn, als alle ziekten zouden zijn uitgebannen.
Wat zou het toch heerlijk zijn als we altijd honderd procent zouden kunnen vertrouwen op onze medemensen.
Wat zou het toch fantastisch zijn als ons geloof altijd zo groot zou zijn dat altijd totaal zouden geloven in Jezus Christus, die is gekomen om ons mensen de blijde boodschap te brengen. Wat zou het magnifiek zijn als we echt altijd zouden beleven dat het voor ons voor eens en voor altijd Pasen is geworden en dat de verrijzenis van Jezus voor ons voor eens en voor altijd de deur naar het nieuwe leven heeft geopend.
Wat zou het prachtig zijn als we zo konden leven en zo konden geloven, dat er geen twijfel meer, geen angst, geen onzekerheid meer zouden bestaan.
Maar we weten allemaal wel –denk ik – als we in onszelf kijken, dat we lang niet altijd alles zeker weten, dat we ook tekort schieten, dat dromen lang niet altijd uitkomen en dat ook ons geloof in God soms heel kwetsbaar is en broos. Gelukkig staan we daarin niet alleen, want de Paasverhalen, die we vanaf eerste paasdag hier horen, zijn allemaal verhalen, waarin nog onzekerheid en twijfel een grote rol spelen: wel willen , maar nog niet kunnen geloven.
Thomas, die de zekerheid wilde hebben, dat Zijn Heer verrezen was en vandaag de Emmausgangers, die op weg zijn naar Jeruzalem. Ze hebben gehoord van Jezus’ dood en misschien ook wel van het lege graf, maar ze weten niet wat ze ermee aanmoeten: met de dood van Jezus was toch alles voorbij?
Vandaag de dag zijn er –denk ik – veel Emmausgangers: mensen die wel willen geloven, maar die merken dat het niet altijd even goed lukt. Er is veel dat ons afleidt: het leven van alle dag; de mooie spullen in de winkels; de sensatieprogramma"s op de t.v. en de mentaliteit van ieder voor zich, die zich steeds meer lijkt te manifesteren om ons heen.
Er is ook veel dat ons vragen doet stellen bij het geloof: Hoe kan God (als die er dan is) dit toelaten; de dood van ons kind, van mijn vader, de oorlog in de wereld en ga zo maar door.
Nee… altijd geloven voor de volle honderd procent dat het voor eens en voor altijd Pasen is geworden, is erg moeilijk. De paasverhalen die we deze week in de kerk lezen, proberen ons te overtuigen, dat het werkelijk Pasen is, dat Jezus’ dood niet het einde is, maar een nieuw begin ook voor ons. Die overtuiging mag ook in ons groeien. We zijn allemaal Emmausgangers op weg naar Jeruzalem: de stad van geluk, maar onderweg komen we van alles tegen. Daarom zoeken we houvast, richting en steun bij God en bij elkaar.
In het evangelie staat: brekend en delend herkenden ze hem. Even lichtte het in hen op dat hij Jezus was, de verrezene. Voor ons mag dat ook zo zijn als we hier samen komen om zijn verhalen te horen en zijn brood te delen.
Natuurlijk zou het prachtig zijn als we altijd het volle Paasgeloof zouden bezitten, zouden voelen in onszelf, maar ook als het maar af en toe en even doorbreekt, kan het ons aanzetten het te blijven zoeken alle dagen van ons leven. Amen