Geen bewijzen eisen, maar tekens zien - wonden worden littekens door vergeving (2005)

A-cyclus · Paastijd · 2e zondag van Pasen · wit

Na Goede Vrijdag waren de eerste leerlingen
diep ontgoochelde mensen.
Zij hadden Jezus, hun Vriend en Meester,
op het kritieke moment in de steek gelaten.
Zij hadden Hem verloochend en waren gevlucht.
De eerste leerlingen waren beschaamd en innerlijk diep gekwetst.

En nu gebeurt er bij hen in de eerste Paasweek
een stille ommekeer.
Die ontmoedigde eerste leerlingen zijn eerste christenen geworden
door een nieuwe ontmoeting met Jezus,
die bij hen opnieuw binnenkwam,
ook al hadden zij de deuren van hun hart gesloten
uit grote vrees, schaamte en ontgoocheling.
Zij hebben ervaren dat Jezus tot ieder van hen zei:
“vrede, vergeving, Ik vergeef je!
Ondanks je verloochening, je vlucht, blijf Ik je graag zien!”
Zo raakte Jezus, heel discreet, zonder veel woorden,
ieder van Zijn vrienden op een bepaald moment heel persoonlijk,
juist op hun meest gevoelige plek, hun innerlijke kwetsuur.
Hij vergaf hun hun ontrouw en moedeloosheid:
Maria Magdalena met haar overdreven verdriet dat haar beknelde,
het koppel van Emmaüs dat vol hopeloosheid
van Jeruzalem wegvluchtte,
Petrus met zijn verloochening die hem dagenlang bitter deed wenen,
vandaag Thomas met zijn ongelovige nuchterheid
die zijn hart verhardde.

Thomas was er namelijk niet bij geweest op Paasavond
toen de Heer met Zijn vergeving
bij Zijn leerlingen was binnengekomen.
En Thomas wilde het niet geloven.
Hebt u dat al meegemaakt
dat een vriend of vriendin u niet wil geloven
en tegen beter weten in
verstokt blijft vasthouden aan eigen opvatting?
Thomas had ruzie gemaakt met zijn beste vrienden.
Het was één tegen allen geweest.
Hij had zichzelf buiten de groep gezet.
Thomas had acht vreselijke dagen meegemaakt.

Maar wij begrijpen hem zo goed,
Want zijn twijfels zijn toch ook onze twijfels.
In ons leeft immers ook die nuchterheid
van de Thomas van de eerste Paasavond:
“Hoe kan de verrijzenis nu waar zijn?
Beeldt gij u niets in? Waar zijn de bewijzen?
Eerst wil ik betasten en zien, en dan misschien geloven!”
Thomas is de vertegenwoordiger van die nuchtere mens,
die ook in elk van ons steekt en die de neiging heeft
om alleen de zichtbare, technische buitenkant van de wereld
te aanvaarden,
de dingen die wij kunnen zien, meten,
controleren, verifiëren en exact bewijzen.
“En al de rest is inbeelding, bestaat niet echt!”

Nu is het natuurlijk heel belangrijk
dat onze uiterlijk-technische wereld correct werkt. Het is zeer goed.
Alleen mag men bij al die technische deskundigheid nooit vergeten
dat er ook nog een binnenkant,
een innerlijke wereld bestaat, die nog veel belangrijker is:
de wereld van het hartelijkheid, van de edelmoedigheid,
van de vergeving, van de zelfgave, van de liefde.
Dat kan men niet precies, exact meten of controleren.
Ik kan dat alleen maar proberen te tonen met tedere, broze tekens.
En dat lukt dan nog alleen maar als iemand anders
ook delicaat genoeg is om dat broze teken te aanvaarden,
om te beseffen dat een frele bloem of een tedere kus
een ‘teken’ is van mijn veel diepere, innerlijke genegenheid.

Acht dagen later laat de Heer weer voelen dat Hij er is.
En nu is Thomas er wel bij. En wij hier ook!
Jezus komt ons genezen van onze harde nuchterheid,
die alleen maar bewijzen eist, maar nog geen tekens durft zien.
Hij begint met ook over ons Zijn vrede en vergeving uit te spreken.
Zo laat Hij voelen dat Hij ons blijft liefhebben,
ondanks onze twijfels en ons ongeloof.
En dan nodigt Hij ons uit naar Zijn wonden te kijken,
niet alleen met ons hard verstand, maar met ons beminnend hart.
Hij vraagt ons in die wonden méér te zien
dan alleen maar de uiterlijke bewijzen van marteling, lijden en dood.
Hij vraagt ons erin de littekens te leren zien van Zijn liefde,
van een liefde die zich totaal geeft
en die daardoor sterker is dan elke dood.


En dan spreekt Thomas, in onze naam,
die prachtige geloofsbelijdenis uit:
“Mijn Heer en mijn God!”.
dwz. dat Thomas nu in Jezus meer ziet
dan alleen maar een dode Gekruisigde.
Thomas erkent Jezus nu, ondanks Diens kruisiging en dood,
als de God van zijn leven, als Zijn levende God,
die hem nu zo duidelijk de tekens van Zijn liefde toont,
nl. door hem zijn ongeloof te vergeven.

Alleen wanneer wij voor onze diepste kwetsuren
vergeving durven ontvangen,
zullen ook wij beginnen, in plaats van bewijzen te eisen,
de tekens van liefde te zien en te erkennen,
die God vandaag aan ons toont.
Met open wonden of kwetsuren die maar steeds blijven bloeden,
daar kunnen wij niet mee leven.
Dan moeten wij die eerst verzorgen
en kunnen niet anders dan alleen aan onszelf denken.
Maar met littekens - toegegroeide wonden, aanvaarde kwetsuren -
daarmee valt wel te leven.
Daarmee is wel openheid en zorg voor anderen mogelijk.

Dat is verrijzenisgeloof:
de wonden in onszelf en in onze wereld\

  • en die zijn er, wij kunnen er niet naast kijken -
    als littekens durven zien en aanvaarden.
    En dat kunnen wij door juist op die plekken of domeinen
    waar wijzelf of onze wereld diep werden gekwetst,
    nog meer liefde en vergeving te tonen.
    Als onze kwetsuren juist de plaatsen worden
    waar de vergeving wordt uitgesmeerd, zoals balsem op een wonde,
    dan kunnen onze wonden littekens worden,\
  • toegegroeide wonden, aanvaarde kwetsuren -
    plekken waar wij tonen dat de liefde,
    ondanks groot lijden, toch sterker is.
    Dat is verrijzenisgeloof.

    “Zalig zij die niet zien, maar toch geloven!”
    Dat is voor ons gezegd.
    Wij, wij geloven, niet omdat wij zichtbare bewijzen hebben,
    maar omdat wij, zoals die eerste leerlingen,
    enkele broze, bescheiden tekens herkennen
    van Jezus’ liefde die sterker is dan de dood.

    Wáár merken wij ze?
    Wáár leren wij ze vooral zien, die broze tekens?
    Hier in de Eucharistie.
    In een stuk brood en wat wijn
    leeft de verrezen Heer nu onder ons,
    tastbaar, merkbaar, lichamelijk dus.
    Hier vinden wij de kracht om ons leven te breken en te delen
    en anderen te vergeven.

    Ons verrijzenisgeloof kan alleen worden versterkt
    door een nieuwe, persoonlijke ontmoeting met Jezus.
    Daarom is het heel goed dat wij,
    op het moment van de Consecratie van elke Eucharistie,
    bij het opkijken naar dat schamel stuk brood,
    in de stilte van ons hart dat prachtig woord herhalen
    dat wij vandaag van de gelovige Thomas hebben geleerd:
    “Mijn Heer en mijn God!”

Zoeken in Preken Online