2e zondag in de paastijd

A-cyclus · Paastijd · 2e zondag van Pasen · wit

Een Amerikaans efficiency-bureau dat onderzoekt hoe bedrijven dienen te worden opgezet, heeft eens met de beschikbare gege­vens die ze hadden over de apostelen gezegd dat Judas eigenlijk de aangewezen leider zou zijn geweest. Hij was vastberaden, duidelijk, zuinig op de centen, had een politieke slimmigheid en wist wat hij wilde.

Jezus dacht daar heel anders over. Hij koos voor de onzekere Petrus die voortdurend stuntelde en geregeld de verkeerde din­gen zei en deed. En ook Tomas die het allemaal niet zo zeker wist, de weifelaar met zijn kritische vragen wordt één van de leiders van de jonge christenheid. Hij heeft meer tijd nodig, maar Jezus gunt hem zijn eigen tempo om tot geloof te komen. Overigens vinden de zekerweters, mensen met een duidelijke mening vrij gemakkelijk waardering, tenminste in eerste instan­tie. Bij nader inzien is het soms anders. In verenigingen, in be­drijven, in clubs zijn er altijd mensen die het zo mooi en duide­lijk kunnen zeggen. Ze komen heel vastberaden voor de dag. Ze zeggen: zo en zo moeten we dat aanpakken en ze gaan heel rechtlijnig op hun doel af. Maar er zijn er ook altijd die zeggen: Ik weet het allemaal nog niet, ik moet er nog eens over naden­ken, ik twijfel nog, gun me nog even de tijd. En vaak zijn die laatste niet de slechtste en blijken die zekerweters, die hardlo­pers inderdaad doodlopers te zijn.

Simon Carmiggelt gaf één van zijn boeken de titel mee: ‘Twijfe­len is toegestaan’. Het had vandaag de titel kunnen zijn van de evangelielezing. Het is van de ene kant een waarschuwing aan allerlei kerkmensen, die de twijfel willen uitbannen, die geloven willen verengen tot het gehoorzaam onderschrijven van zeker­heden.

Van de andere kant is het een bemoediging voor al die mensen die hun tijd nodig hebben. Mensen die zeggen: daar ben ik nog niet aan toe, dat kan ik niet geloven, misschien kom ik nog eens zover.

Tomas twijfelde natuurlijk niet aan alles. Als gelovige jood was zijn geloof in God vanzelfsprekend. Hij twijfelde niet aan de Thora, de joodse leefregel door Mozes gegeven. Hij geloofde net als zijn vrienden dat rabbi Jezus een heel bijzondere profeet was, een man van God. Maar dat Hij uit de dood zou zijn opge­staan, wilde er bij hem niet in. Dat kon hij niet zomaar geloven, dat had z’n tijd nodig.

Een dierbaar iemand sterft. Hij is dood en zij intens verdrietig en vol met vragen. Zekerweters hebben dan altijd nog wel iets te zeggen. Maar de beste troosters zijn degenen die niet weten wat ze moeten zeggen. Een zekerweter zal kunnen zeggen (goed bedoeld overigens): ‘je man is bij de Heer’. Dat lijkt gelovig, zo­iets zeggen, en het is een eeuwenoude geloofsuitspraak, maar als zo’n uitspraak te vroeg komt, is het een dooddoener die al­leen maar pijn doet. Pas als degene die is achtergebleven na soms een lange en moeizame tijd zelf een beetje is verrezen en is opgestaan uit haar verdriet, pas dàn en als zij zelf het zegt: ‘Mijn man is goed af, die is bij God…’, pas dan is het een waar­achtige geloofsbelijdenis.

Je kunt mensen niet verplichten tot geloof. Niet zien en toch geloven dat is prachtig, zegt Jezus. Maar dat heeft zijn tijd no­dig, dat moet mogen groeien.

In het boek de Handelingen der Apostelen vertelt Lucas hoe dat geloven groeide onder de eerste christenen. Ze legden zich toe op de leer van de apostelen, ze bleven bij elkaar komen, deelden wat ze hadden, braken het brood en bleven samen bidden.

Zo groeide het toen en zo kan ook nu geloof groeien: samen­komen, samen luisteren, samen bidden, samen delen…

Zoeken in Preken Online