26 en 27 april 2014 - Beloken Pasen - Godelieveparochie Roeselare – Noël Bossuyt
Hand.2, 42-47
1 Pet.1,3-9
Joh. 20, 19-31
Homilie
Lieve mensen,
Hebben jullie, net als ik, ook altijd veel sympathie gehad voor Tomas, de ongelovige,
de twijfelaar? Hij kan alleen maar in het wonder van Pasen geloven als hij de wonden
in de handen en de zij van Jezus mag betasten. Herkennen wij onszelf niet in die figuur?
Toch wil ik vandaag even een ander aspect uit dit verhaal van Johannes onder de aandacht
brengen. D’er zijn niet alleen die leerlingen die zichzelf hebben opgesloten, bang als ze
zijn. D’er is niet alleen die Tomas die spijkerharde bewijzen vraagt, maar er is ook Jezus, de
Heer, de Verrezene. Hij laat meteen aan de leerlingen zijn handen en zijn zij zien. Een
eenvoudig maar sterk gebaar.
Hij, de Opgestane, de Sterke die door de dood heen is gegaan, de Winnaar die lijden en onzin
heeft overwonnen, laat meteen zijn kwetsuren zien. De verrezen Man van Nazareth doet zich
in deze ontmoeting niet anders of mooier voor dan Hij is. Hij had dat kunnen doen. Hij had
fluwelen handschoenen kunnen aantrekken en zich op zijn paasbest kleden. Dan zouden die
kwetsuren in zijn handen en zijn hart niet zo zijn opgevallen. Zijn aanwezigheid als Goede
Vrijdag-mens zou zijn leerlingen niet zo hebben geshockeerd. Hij had hen kunnen sparen.
Maar hier geen doofpotsituaties. De waarheid wordt niet toegedekt. Dit was de waarheid: de
leerlingen hadden Jezus in de steek gelaten, ze hadden Hem verraden. En zij waren op hun
beurt ontgoocheld, bedroefd en bang. Hij had zich laten doen. Hij had geen weerstand
geboden. Hij had zich laten kapot maken. Dit is de waarheid: we zijn allemaal gekwetste
mensen.
Hij, de Verrezene, de Heer, ontvlucht die waarheid niet. Hij komt in hun midden dwars door
hun gesloten deuren en zegt:" Vrede zij met u". Dat wil zeggen: “Jullie mogen niet
ontgoocheld zijn. Niet om mijn kwetsuren, niet om die van jullie. Kwetsuren mogen niet het
laatste woord hebben, niet over mij, niet over jullie, niet over ons als Kerk-gemeeenschap.”
Als we zo’n vredesontmoeting kunnen en durven mogelijk maken tussen mensen onderling,
tussen Kerk en maatschappij, dàn zijn we de dood voorbij, dààr zijn we aan de overkant, dààr
is het Pasen voor goed.
In dit merkwaardig verhaal van “wonde en wonder” situeert Johannes de stichting van de
Kerk. “Zoals de Vader mij heeft gezonden, zo zend ik jullie uit”, hebben we gehoord. Meteen
worden ons de plaatsen aangewezen waar we naar toe moeten gaan om een nieuw begin te
maken. We moeten vertrekken vanuit de ruimte waar Hij, de gekwetste, de getekende Mens is
gaan staan. Het slachtoffer, de zwakke moet centraal staan in ons denken en doen. “Als de
Kerk niet dient, dient ze tot niets”, heeft Mgr. Gaillot gezegd. De plaatsen voor die Kerk zijn
alle plaatsen waar gekwetste en getekende mensen leven: op palliatieve zorgen,bij
gedetineerden, drugverslaafden, asielzoekers en mensen zonder papieren, daklozen
en mensen op de vlucht, kinderen met ADHD en andere syndromen, bij echtgescheidenen,
gelijkgeliefden, uitgeslotenen en armen. Daar moet iets van Pasen zichtbaar en tastbaar
worden. Als Kerk krijgen we de opdracht en de verantwoordelijkheid om telkens weer op weg
te gaan. Om gekwetste en getekende mensen in hun waarde te herstellen. Om met hen de
waarheid onder ogen te zien dat leven en liefde sterker zijn dan alle onzin en dood. Dan
mogen en kunnen we mensen vergeving, heling en genezing aanzeggen Dan pas zijn we als
kerk geloofwaardig.
Zo moge het zijn.
Voorbeden
Validen zijn de grootste gehandicapten omdat ze zo moeilijk of helemaal niet beseffen hoe teer, breekbaar en uniek het leven is….
Bidden wij voor moeders en vaders, opvoeders en begeleiders
dat ze zich niet sterker en voller voordoen dan ze zijn
maar het kleine kwetsbare in hen toelaten
en ruimte geven
stilte laat ons bidden
Bidden wij voor de leiders van kerk en wereld
dat ze zich klein en kwetsbaar durven opstellen
en zo gaan beseffen dat ze precies daardoor authentieker
en geloofwaardiger zijn…
stilte laat ons bidden
Bidden wij voor onszelf
dat we onze eigen kwetsuren niet uitvergroten of wegstoppen
maar er vrede mee vinden
dat ze misschien wel een geschenk kunnen zijn voor de ander
die met ons gaat…
stilte laat ons bidden