In een circus laten ze wel eens zien dat iemand zich vanuit grote hoogte laat vallen in het vertrouwen dat hij of zij beneden veilig wordt opgevangen door een groepje collega’s dat ervoor klaar staat. Dat groepje moet wel heel betrouwbaar zijn, anders doe je zoiets niet. Het blijft een spannend evenement, want wij zijn er aan gewend te leven met heel veel wat niet betrouwbaar is. In de reclame wordt rijkelijk gebruik gemaakt van hele of halve waarheden. Dat weten we en daarom gaan we niet over een nacht ijs en proberen er achter te komen of het dit keer allemaal klopt. Dan googelen we wat op internet, maar die informatie is ook niet helemaal te vertrouwen en wat ons via andee rmedia wordt voorgehouden is meestal zo ingekleurd dat de hele waarheid nauwelijks of niet te achterhalen is. Goedgelovige mensen worden makkelijk bij de neus genomen. Wie niemand en niets gelooft komt ook niet heelhuids door het leven, want dat is te kort om alles precies te onderzoeken. Voorzichtigheid, kritisch onderzoek, dat is de enige mogelijkheid om betrouwbaarheid te achterhalen en hoopvol en vol vertrouwen door het leven te komen.
Maar waar en bij wie kun je daarvoor te rade?
Als het gaat over geloof in God en in Jezus Christus als zijn gezant en onze lotgenoot, dan zijn er evengoed heel wat redenen om niet iedereen die zegt daarover de waarheid in pacht te hebben, om dat tot het eigen geloof te maken, zo maar als waar aan te nemen, zo maar de opgestuurde weg te volgen. Misschien was het in het verleden niet ongewoon om alles wat de paus, de bisschop of te pastoor beweerde zonder meer aan te nemen en ernaar te handelen. Misschien is die goedgelovigheid wel goeddeels verdwenen doordat we door zo veel onwaarheid worden omgeven.
Maar dan was die apostel Thomas, waarover het evangelie van vandaag, toch wel zijn tijd vooruit. Hij behoorde niet tot degenen die al bij voorbaat alles afwijzen wat ze niet zelf hebben bedacht, maar hij nam de tijd om tot een eigen invulling van zijn geloof te komen. Waar ging hij te rade? Om te beginnen bij zijn mede-apostelen, maar dat was hem in elk geval niet genoeg. De meest betrouwbare die hij in deze kende was Jezus zelf. Er is soms een hele weg te gaan om te ervaren dat Jezus een levende is, ook nadat Hij is gestorven. Hij was te rade gegaan bij de vrouwen die het graf leeg vonden, bij Petrus die Jezus als de levende zei te hebben ontmoet. Het was hem niet genoeg totdat hij zelf zo’n ontmoeting had. Het lijden, de wonden, het sterven bleef wat het was, maar daaraan voorbij is Jezus in Thomas tot leven gekomen. Dat gebeurde niet door een geloofsbelijdenis op te zeggen. Thomas heeft in zijn verdere leven nog heel veel lijden en wonden gezien en Jezus is in Hem meer dan een beetje tot leven gekomen.
Waarom op deze morgen zo lang stil gestaan bij deze man?
Is hij, juist hij, niet iemand waarin velen van ons zichzelf herkennen. Mogen wij, nu we meer dan moeite hebben met wat ons is voorgehouden, nu wij op zoek zijn naar vorm en inhoud van een persoonlijk doorleefd geloof, nu wij voorzichtig en kritisch te rade gaan bij inhoud van de Heilige Schrift, bij gelovige mensen om ons heen, bij de disgenoten aan de tafel van de Heer, bij goede mensen om ons heen, mogen wij nog wat tijd hebben om telkens een stapje verder te komen en geduld met onszelf?
Dank je wel Thomas, sinds jij het zo hebt gedaan mogen wij dat ook, ook wij staan klaar voor een ontmoeting zoals jij die hebt gehad. Amen