Homilie op het feest van de Heilige Familie-A
27 en 28 december 2025
als evangelie werd gelezen: Mattheüs 2,13-15.19-23
Inleiding
Beste mensen,
vandaag vieren we het Feest van de Heilige Familie (en daarin staat in dit A-jaar vooral de figuur van Jozef centraal); we lezen het evangelieverhaal over de vlucht naar Egypte; de eerste lezing heeft het vooral over de ‘vader’ – en het is morgen / het is vandaag ook het Feest van de Onschuldige Kinderen…
Dat zijn een beetje veel thema’s tegelijk, natuurlijk, voor een zondag tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Ik heb geprobeerd om al die mogelijke preek-sporen wat te verkennen en te bundelen, vooral aan de hand van beelden uit de actualiteit.
Tussen haakjes: wat een geluk dat hier op deze parochie haast nooit de tweede lezing voorgelezen wordt. Die komt vandaag uit de brief van Paulus aan de christenen van Kolosse. Met daarin die fameuze zin: ‘Vrouwen, wees onderdanig aan uw man, zoals het christenen betaamt…’ (Kol. 3, 18) Wees gerust: we gaan dat hier niet voorlezen vandaag. Jullie hebben het dus niet gehoord… In deze vredevolle dagen van Kerstmis moeten we geen problemen zoeken – niet in de Kerk, en niet in de (al of niet heilige) familie…
Laten we luisteren naar wat de Schrift ons vandaag te vertellen heeft.
Beste mensen,
Overal is er in de wereld in de voorbije dagen weer gezongen van ‘Stille nacht, heilige nacht…’ En ook van ‘I am dreaming of a white Christmas…’
Kerstdag is in Bethlehem echter jaar na jaar geen witte, maar een rode Kerst – een bloedbad in een inktzwarte nacht. De nacht van de kindermoord is aardedonker. De herders, de wijzen, de engelen, ze zijn allemaal vertrokken en de hemel zwijgt weer. Het is maar even ‘Vrede op aarde geweest’. ‘Kerstmis is dien dag dat ze niet schieten…’, zingt Wannes Van De Velde…
Dat zijn de harde feiten – en de evangelist Mattheüs laat ze bewust in zijn kerstverhaal staan. Hij registreert en rapporteert ze zelfs nauwkeurig, als was hij de Rudy Vranckx van zijn tijd. Trouwens, hij heeft ze nodig om straks zijn verhaal over de Man van Nazareth verder te kunnen schrijven. Hij moet Jozef de dromer in Egypte zien te krijgen – want dat roept oude verhalen op, van dromen over brood dat gedeeld wordt dank zij een nieuwe politiek en een nieuwe economie, in broederschap en onderlinge solidariteit… En hij moet Jezus als een nieuwe Mozes door een Stem vanuit het eeuwig Brandend Braambos uit Egypte laten wegroepen om het Volk Gods uit de ellende van dat piramidenland te bevrijden…
We vieren het Feest van de Heilige Familie vandaag, maar het is ook Vluchtelingenzondag.
Het evangelie toont ons drie mensen op weg als Strangers in the night – vluchtelingen op de dool. Zij vormen hoe dan ook een gezin, dat is vanouds: een ‘reisgezelschap’ van gelijkgezinden die voor elkaar eten en drinken zoeken en zorg willen dragen.
Kijk naar deze foto die mij werd toegestuurd vanuit Latijns-Amerika. Hij schrijft er bij: ‘En dat in de 21° eeuw – een schande voor een wereld die zich beschaafd noemt! Als we iets willen begrijpen van het mysterie van Gods menswording in de geschiedenis (van Kerstmis dus) – dan zullen we moeten mediteren bij deze foto…
En kijk naar deze merkwaardige kerststallen – in deze kerstdagen van internet geplukt:
De methodistische kerk in Claremont (California) plaatste een ongewoon kersttafereel voor de kerk. De Heilige Familie is uit elkaar getrokken en apart in kooien gezet. Een confronterende verwijzing naar de manier waarop vluchtelingen uit Latijns-Amerika worden ‘opgevangen’ wanneer ze de grens met de Verenigde Staten oversteken.
Een kunstwerk van straatkunstenaar Banksy: een traditioneel kersttafereel met in de achtergrond van beton een gapend gat in de vorm van een ster, dat doet denken aan het gat van een mortiergranaat. De installatie heet ‘Scar of Bethlehem’ (litteken van Bethlehem), een woordspeling op ‘Star of Bethlehem’. Het kunstwerk is te zien in het Walled Off Hotel in Bethlehem. Alle kamers van het hotel kijken uit op de grensmuur die Israël om het Palestijnse gebied heen heeft gebouwd.
Zijn plaats was niet in de herberg…
Rochus Zuurmond, een Nederlandse exegeet, pleitte er ooit voor om de veelgeciteerde regel uit het kerstverhaal: ‘Er was voor Hem geen plaats in de herberg’, op een heel andere wijze te lezen en te vertalen, nl.: ‘Zijn plaats was niet in de herberg…’ Het was dus vanaf het begin (en volgens de Schrift is dat ook altijd: ‘in begin-sel, in principe) niet de roeping en bestemming van Kind van Nazareth om comfortabel en beschut te leven, ver weg van de aardse ellende. Zijn plaats en missie bevonden zich van begin af aan in de harde wereld, om mensen nabij te zijn, daar waar de klappen vallen. Zijn plaats was en is daar waar men niet welkom is, tussen hen die in deze wereld met de rug worden aangekeken…
En toch… Mag ik jullie op dit Feest van de Heilige Familie wat beelden tonen van vaders op de vlucht naar Egypte? Het zijn echt wel vaders op hun best…
Een vader op zijn best is een zorgende vader…
‘Let Mum Rest’, heet dit kerststalletje. Paus Franciscus vond de foto die hij ervan onder ogen kreeg schitterend Terwijl in bijna alle kerststalletjes Maria zich over het kindje Jezus ontfermt en Jozef ergens op de achtergrond tussen herders, os en ezel wat staat toe te kijken, zijn de rollen hier omgedraaid. Op de voorgrond zit Jozef, met in zijn armen de pasgeboren Jezus. Achter hem ligt Maria een dutje te doen.
Een vader op zijn best is een spelende vader…
Op de vlucht naar Egypte – Een pauze tijdens de lange reis - Gerard Héman De vermoeide Maria zit met het kind op haar schoot tegen een knotwilg aangeleund. Jozef ligt languit op zijn buik op het gras van het weiland. Hij heeft een bloemetje geplukt voor de kleine Jezus. Op de achtergrond – Hollandser kan het niet – drie windmolens. Maar de wieken staan als drie kruisen donker tegen de horizon afgetekend…
De Standaard - vrijdag 30 maart 2012 - © Photo News Een Syrische man speelt met zijn dochter in een vluchtelingenkamp in Boynuyogun, in het zuiden van Turkije, niet ver van de grens met Syrië.
Syriërs aan de Grieks-Macedonische grens, in betere tijden (c) Pieter Stockmans – uit MO* 17 maart 2016
Wij zijn altijd onderweg – maar nooit zonder ‘het kleine meisje hoop’
In voorbereiding van deze preek was ik nog wat op zoek naar goeie afbeeldingen van de ‘Vlucht naar Egypte’. En bij het doorbladeren van een jeugdbijbel kwam ik ineens bij deze afbeelding uit.Het is een verbeelding in heldere kleuren, en het is prachtig, vind ik, hoe in dit stilstaande beeld de bange haast van het vluchten gevangen is. Je ziet dat deze mensen zich opgejaagd voelen. Je ziet het aan de schuin naar voren gebogen houding van Maria. Het opgeheven hoofd van de ezel met z’n oren gespitst. En de hand van Jozef die hem alvast een zetje lijkt te geven: vooruit, wegwezen! In zijn andere hand een zak vol bagage. Een tweede zak staat nog naast hem op de grond en je kunt je zomaar voorstellen dat die daar in de haast zal achterblijven.Angstige haast. Wat wil je, als een wrede dictator je kind naar het leven staat?
Maar kijk dan eens naar de kleine Jezus… Daar zit hij, rechtop met zijn armpjes om de hals van de ezel geslagen, als een onbezorgd vrolijk kind dat op zondag gaat paardje rijden! Je ziet het spontane enthousiasme van een kind dat nog geen weet heeft van de dreiging om hem heen en blij verrast is dat ze al zo vroeg uit rijden gaan. Het heeft iets verrassends en ontroerends, waardoor ik er naar wil blijven kijken. Als een glimlach door de tranen heen. Het valt op hoe het net lijkt of de kleine Jezus met z’n handjes op de nek van de ezel nu al de leiding wil overnemen, als een tweede Mozes, klaar om zijn volk uit Egypte te bevrijden. En let vooral op dit detail: in het groen van het manteltje van Jezus zien we de kleur van de hoop.
Het verdriet en de miserie in onze wereld vallen niet weg te poetsen. Ook niet door de komst van Jezus op aarde. Maar bij God krijgt die ellende toch niet het laatste woord. In de vrolijke kleine Jezus, in zijn groene manteltje van hoop, zien we getekend hoe we met al het verdriet van de wereld toch op weg zijn naar huis.
Zie, daar loopt het leven zelf, daar gaat de hoop, verwachting is op weg naar het onbekende zo kwetsbaar en zo broos.
Het oude, altijd nieuwe leven is weer opgestaan. Het is weer klein geworden, argeloos en gaat opnieuw op weg,
nieuwsgierig - of het nooit is weg geweest.
(Marijke de Bruijne)
En nog zo’n ontroerend beeld, uit de krant van 17 maart 2018:
Beit Sawa, Oost-Ghouta, in Syrië. Een kind slaapt in de reistas van zijn vader op de vlucht. Als je zo dicht bij je vader bent, dan kan je toch niets gebeuren..?
Beste mensen,
we staan vlak voor het begin van een nieuw jaar, midden in een wereld van hardheid, angst, twijfel en onzekerheid, soms verlatenheid. Ik wens ons allen toe dat niet de angst regeert in onze wereld. Dat we als Jozef durven dromen van een wereld die goed is, van de wereld van God. Ik wens ons allen toe dat we ons durven toe te vertrouwen aan al het goede dat van boven komt: nabijheid, bevrijding, liefde, tedere zorg, licht in het donker. De Eeuwige zelf, ons nabij gekomen in een weerloos kind, spelenderwijs gezeten op een ezeltje. Het kleine meisje hoop geborgen in zijn manteltje van groen, dat ons meetrekt door de tijd… Of dat als ons meest kostbare, kwetsbare goed, rustig ligt te slapen in de reistas van zijn vader. Want ‘Alles van waarde is weerloos…’, zegt de dichter. Maar ook: ‘Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens…’
Dus beste mensen, laat dit mijn nieuwjaarswens zijn voor jullie allen:
Leef met aandacht, dicht bij je hart. Val niet uiteen.
Leef de dag van vandaag. Bekeer je tot het alledaagse, de zorg voor elkaar, een goed woord.
Luister en leer zien. het heilige in elk mensenkind.
Zie: een vader met de armen om zijn kind wiegt het in het ogenblik.
Dat is het wonder. God met ons. Het is zo tastbaar rakelings nabij.
Blijf altijd in de buurt van het kwetsbare leven.
(vrij naar L.J. Parlevliet)
Zo moge het zijn, een heel jaar lang straks, in 2026.
Voorbeden
Omwille van Hem, die genoemd wordt: Zoon van God, Kind van mensen, bidden wij:
Voor de kleinen, de kwetsbaren in ons midden; voor allen, hier en elders, die door het leven zijn getekend en geschonden; voor kinderen, waar ook ter wereld, voor wie er geen plaats is, ongewenst als zij zijn en al bij voorbaat kansloos. Dat zij mensen ontmoeten die zich hun lot aantrekken en in woord en daad laten blijken: Ik zal er zijn voor jou… Laat ons bidden.
Omwille van Hem, die genoemd wordt: Man van genade, Mens van vrede, bidden wij:
Voor allen die oorlog en onderdrukking aan den lijve ondervinden; voor allen die ten onrechte van hun vrijheid werden beroofd; voor vluchtelingen zonder land en zonder naam; voor allen die leven in conflict met anderen en geen oplossing zien: dat zij mensen ontmoeten die zich hun lot aantrekken en in woord en daad laten blijken: Ik zal er zijn voor jou… Laat ons bidden.
Omwille van Hem, die genoemd wordt: Licht der wereld, Weg ten leven, bidden wij:
Voor allen die, teleurgesteld en ontgoocheld, hun toekomst somber inzien; voor zij die alleen staan en juist in deze dagen hun eenzaamheid voelen, meer dan ooit; voor zieken zonder hoop op genezing: dat zij mensen ontmoeten die zich hun lot aantrekken en in woord en daad laten blijken: Ik zal er zijn voor jou… Laat ons bidden.
God-met-ons, zo bevelen wij bij U aan: al uw mensen, heel uw wereld. Wij vertrouwen ze aan U toe, op hoop van zegen. Amen.
geert dedecker