Het gezin als ideaal. We dromen er denk ik allemaal van, als kind als volwassene als oudere.
Een gezin vol harmonie, geborgenheid, vertrouwen, gezelligheid, veiligheid.
Wie of wat houdt die droom in ons overeind?
De realiteit laat zien immers dat het aantal echtscheidingen toeneemt, net als het aantal relaties, en er komen steeds meer jouw, mijn en onze kinderen, bewust geen kinderen, steeds meer mensen zijn alleengaand.
Het gezin als ideaal is misschien wel voor de helft van de bevolking helemaal geen optie, sluiten we hen dan gewoon buiten de gezinnen en de andere helft, de samenwonenden, leven die niet veelal in en met een onbereikbaar ideaal?
Misschien is het eerlijker als we dat gezinsideaal ter discussie zouden stellen.
Toegeven dat dit ideaal in de praktijk nauwelijks realiseerbaar is. Leven in gezinsverband en opvoeden is een moeilijke opdracht waar we misschien vaak te gemakkelijk aan beginnen en ook te gemakkelijk een punt zetten achter, vanuit dat ideaal. Samenleven binnen een relatie is een moeilijke opdracht, waar en hoe heb je geleerd te werken aan een relatie? Wie is er oprecht geïnteresseerd in jouw relatie, wie draagt die moeilijke opdracht mee?
Het lijkt of er in onze samenleving nog maar weinig taboes zijn, ik heb de indruk, dat het praten over je relatie en over opvoeding nog taboes zijn. We komen ermee op de proppen als de scheiding bijna een feit is of dat het kind het huis verlaten heeft.
Als ouder en partner maak je tig keer per dag een keuze: ergens bij zijn of niet, ergens op ingaan of niet, betrokken of niet te betrokken zijn, niet zien of te weinig zien.
Opvoeden kan je zo onzeker maken, de verantwoordelijkheid kan zo groot voelen dat het nauwelijks te dragen is.
Als alleengaande, of als alleenstaande partner met kinderen lijkt het misschien of je buiten de wereld staat, omdat je mening niet gevraagd wordt, of je geen visie, geen inzicht, geen verlangen hebt. Het zou kunnen zijn dat ene de helft van de samenleving worstelt met zijn relatie en gezin ook intens kan genieten en de andere helft zou daar bij wijze van spreken part noch deel aan hebben.
Een taak als opvoeder en opvoeding in brede zin, een samenleving, vraagt om verantwoordelijkheid en inzet van alle leden, van buren, oma’s en opa’s, ooms en tantes,
van docenten, mensen uit de straat en de wijk, van parochies, gemeentes, van kloostergemeenschappen. Het is geen taak die je in je eentje of als gezin alleen kunt dragen,
en zo is het ook nooit geweest, tot voor kort. Zodra het welzijn van mijn buren, mijn straat, mijn ouders, mijn familie me onverschillig laat of wordt, en gezien wordt als taak van de overheid, zouden alle natuurlijke alarmbellen in ons moeten gaan rinkelen,
opvoeden is een natuurlijk gegeven van mens en dier
zodra je daar aan tornt, doe je jezelf tekort
niet alleen omdat er dan mensen in de kou staan
maar vooral omdat ikzelf dan niet kan geraken bij wat echte vreugde geeft:
meeleven met een ander, een kind, een oudere, een leeftijdgenoot
en alles wat daaruit voortkomt, dat alleen maakt leven de moeite waard.
Samenwonenden, alleenwonenden, naast elkaar in een straat
wat zouden ze elkaar veel kunnen geven,
waarden zoals Jesus Sirach die noemt,
aanzien bij de kinderen,
oordelen die ertoe doen, vergeving, vreugde, verhoring, schatten,
niet kwalijk nemen, niet verachten, goed willen doen, accepteren dat je elkaar opvoedt,
Opvoeden is samen durven dromen zoals Josef,
vanuit een overgave dat je ook geleid wordt
om het kwetsbare kind op te voeden.
Daarvoor heb je mensen nodig, in elke staat, gehuwd of ongehuwd
en ook de koning zonder macht en gezag aan het bewind te laten
door te beseffen dat we op moeten staan,
te vluchten soms van waar je niet aan mee wil doen,
te gaan wonen waar je tot je recht komt,
van kinderen niet vragen te doen wat jij niet kon opbrengen,
hen ruimte geven om te experimenteren
in vertrouwen kinderen hun weg laten zoeken
hen verhalen te vertellen waarvan jij leeft
opdat vervuld wordt wat bij monde van de profeten gezegd is:
hoe Hij en ook wij Nazoreeër genoemd kunnen worden. Amen