inleiding
Johannes de Doper keek uit naar de Messias.
Hij vertelde over Hem aan wie kwamen luisteren naar zijn prediking.
Plots stond die Messias daar:
eerst in de menigte, dan oog in oog met de Doper
in de wachtrij van dopelingen.
Hij die Johannes nog als ‘groter dan mij’ had aangekondigd,
plots zo klein dat Hij het doopsel vroeg???
Hoe kon dat?
Dat Gods Zoon klein wou worden om óns groot te maken,
denken we daar voldoende aan?
Heer, help ons Uw Zoon te zien midden onder ons.
bezinning
“Met jou wil ik een verhaal schrijven,
en verhaal met jou in de hoofdrol.”
God zei het nadrukkelijk tot zijn Zoon
op de dag dat die zich liet dopen.
En wie erbij stond, mocht het horen.
Hij zegt het ook vandaag tot elke dopeling - jong of oud.
Hij heeft het ooit tot ons gezegd
en Hij wordt het niet moe dat te herhalen!
Heel bijzonder daaraan
is dat beide verhalen mogen samenkomen:
God heeft zijn Zoon aan ons geschonken
om ons te helpen in een mooi verhaal.
We schrijven het niet met pen of papier, niet aan het computerklavier,
We schrijven het met het hart,
aangemoedigd door de zekerheid dat God ons liefheeft,
ook al horen we dat vandaag met een iets ouder klinkend woord:
“Ik vind welbehagen in jou”.
2019-2020 - A - Doopsel van de Heer