Gedoopt tot geliefde kinderen van een hartelijke God (2005)

A-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

Jezus’ doop was een keerpunt in Zijn leven.
Dertig jaar lang ongeveer
was Hij verborgen gebleven in Nazareth.
En na Zijn doop begon Hij plotseling
rond te trekken en in het openbaar te spreken.
Op dat keerpunt in Zijn leven
moet Hij een cruciale ervaring hebben meegemaakt.

Toen Hij tot volwassen man was uitgegroeid,
trok Hij naar de boetepredikant Johannes,
die de mensen uitnodigde zich te laten onderdompelen
in het water van de Jordaan.
Het was een gebaar van innerlijke bekering en zuivering.
Jezus ging er in de rij staan,
als Mens onder de mensen, als Mens mét de mensen.
Hij sloot zich aan bij die lange rij wachtenden van het volk Israël\

  • en eigenlijk van heel de wereld -
    die ook nu nog
    verlangend uitzien naar innerlijke bevrijding.

    Waar kunnen wij best gaan staan om God te vinden?
    In de rij van de kleinen.
    God wordt niet gevonden
    in de wolken van een uitzonderlijke extase,
    ook niet in de eenzame filosofische reflectie,
    wél langs de weg van de heel concrete mensengeschiedenis,
    door solidair te worden met de eenvoudige mensen
    en hun diepste verzuchtingen.
    Zo deed ook Jezus het.
    Hij wilde niet beter zijn dan de anderen.
    Meer dan in het water,
    liet Hij Zich eerst onderdompelen
    in de massa van de kleinen en de kwetsbaren.

    Maar juist op dat moment gebeurt er iets unieks, zegt het evangelie.
    De hemelen gaan open. Gods Geest daalt neer, zo zacht als een duif.
    En een stem klinkt uit de wolken:
    “Gij zijt Mijn geliefde Zoon,
    de Man naar Mijn hart!”

    Die woorden uit de hemel openbaren
    Jezus’ ware persoonlijkheid.
    Uiterlijk lijkt Hij een zondige mens, zoals u en ik.
    Maar eigenlijk is Hij de Geliefde Zoon van God.
    Door deze ‘liefdesverklaring’ van God,
    ervaart Jezus dat Hij een beminde mens is,
    dat Hij graag gezien wordt,
    en wel door een God, die niet veraf is,
    maar Wiens Liefde Hem heel nabij is,
    Wiens menslievendheid over Hem neerkomt
    als met de zachtheid van een duif.
    Jezus ervaart dus een hartelijke God, zoals een Vader.
    Dat was Jezus’ persoonlijke godservaring.

    Herkennen wij hierin niet
    dat levensvertrouwen dat elke gelovige ervaart?:
    “Ik ben graag gezien door God.
    Ik ben de moeite waard bemind te worden.
    Wat er ook met mij gebeurd is, ik ben een beminnenswaardig mens.
    En God is voor mij niet veraf.
    Hij is de Liefde die mij omringt en draagt.
    Hij is de diepste kern van mijn bestaan.
    Ondanks mijn uiterlijk voorkomen, en beperktheid
    ben ik een geliefd kind van een hartelijke God!”

    Zo’n godservaring brengt ook een opdracht met zich mee.
    Jezus werd bewust van Zijn originele zending:
    Hij moest namelijk die nabije, liefdevolle God
    aan iedereen gaan verkondigen.
    Jezus zag blijkbaar in dat Hij niet meer
    verborgen moest blijven wachten,
    maar dat Hij Zelf naar de mensen toe moest gaan
    en de eerste stap moest zetten, zoals de liefde altijd doet.
    Gedreven door de Geest
    begint Jezus dan ook, na Zijn doop, rond te trekken,
    ook naar de armen, de kleinen, de zieken.
    Hij wil allen laten aanvoelen dat God liefdevol is
    en hen echt bemint zoals een Vader,
    zonder eerst voorwaarden te stellen.
    Hij beseft meer dan ooit dat het Zijn roeping is
    de ‘hartelijkheid’ van God te tonen.
    En dus begint Hij een tocht van genegenheid,
    van goedheid, van bevrijding en vergeving.
    “Hij ging al weldoende rond” zegt het evangelie.

    Werden ook wij niet gedoopt in de kracht van de Heilige Geest?
    Worden ook wij dus eigenlijk, vanaf die dag, niet gedreven
    om de hartelijkheid van onze God te tonen met woord en daad?

    En Jezus trekt daarvoor weg van de Jordaan, weg van Johannes.
    Want ook Zijn methode is nieuw.
    Ondanks het feit dat Johannes een goede voorloper was,
    verkondigde die toch eerder een schrikwekkende God,
    een God die, met Zijn streng oordeel en vernietigend vuur,
    de mensen bedreigend tot bekering wilde brengen.
    Jezus wil juist geen vertegenwoordiger zijn
    van een straffende, dreigende God,
    maar van de hartelijke God,
    van de Redder die geneest, die aanmoedigt en vreugde brengt.
    Zijn methode is dan ook nooit de dreiging en het vuur,
    maar de methode van de Dienaar van Jahweh:
    “Het geknakte riet niet breken,
    de kwijnende vlaspit niet doven”,
    dat betekent dus zachtheid en geduld, barmhartigheid en dienstbaarheid.
    Heel het leven van Jezus zal er dan ook in bestaan
    al dienend de mensen tot God brengen.

    Ook voor ons is ons doopsel
    het begin van een leven van dienstbaarheid,
    ieder volgens zijn talenten en mogelijkheden.
    Ook wij kregen er de zending
    om diegenen die ons omringen
    niet te bedreigen of te veroordelen, maar te dienen.
    Een voortdurende opgave voor ieder van ons.

    Zo herkennen wij dus, in de doop van de Heer Jezus,
    de diepe zin van ons eigen doopsel en van gans ons leven.
    Ons leven wordt echt de moeite waard
    als wij ons durven laten onderdompelen
    in al het goede dat leeft bij de eenvoudige mensen
    om zo steeds opnieuw geboren te worden,
    dag na dag, tot een leven van moedige dienstbaarheid,
    ook tegenover de kleinen en de zwakkeren,
    dus zonder macht of dreiging.
    Zo groeien ook wij om gaandeweg
    geliefde kinderen van God te worden
    en mensen naar Zijn hart.

Zoeken in Preken Online