Wat doen ze toch met je?

A-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

“Hij is zeker gedoopt met warm water!” Men wilde dat vroeger nog wel eens zeggen van iemand, waarvan men vond, dat hij nergens tegen kon. De lage temperatuur van het doopwater was een eerste kennismaking met de hardheid van het leven en men vond dat een heilzame leerschool voor de pasgeborene. Mensen hebben allerhande redenen om een kind te laten dopen, maar een dergelijke motivatie hoor je nooit meer. Eerder wil men juist de vriendelijkheid en de tederheid onderstrepen hij een doopviering, dan klaarheid ook omdat het tot dat moment goed is gegaan en ook wil men het vaste voornemen uitdrukken om het kind te beschermen tegen alles wat maar enigszins op tegenspoed kan lijken. Bij een doop heeft de dopeling tegenwoor­dig veel meer reden om te lachen dan om te huilen en iedereen is dan ook tot in de ziel geroerd als er een lachje af kan.

Als Jezus zich bij Johannes presenteert voor de doop heeft dat een heel andere inhoud, Iemand die toen afdaalde in de Jordaan wilde daarmee zeggen, dat hij of zij zich weer wilde aansluiten bij de diepste bedoelingen van God met zijn volk. Tijdens de doortocht door de Rode Zee en hun jarenlang verblijf in de woestijn waren ze geïnformeerd over die bedoelingen. Het kwam er op neer, dat je altijd en onder alle omstandigheden niet alleen verantwoordelijk bent voor je eigen bestaan, maar even­goed voor het leven van elke broeder en zuster die op je weg wordt gezet en dat met name de minste, de achtergestelde, de lijdende moeten weten, dat jij er bent om hen weer op de been te helpen. Jezus formuleert dat tegenover Johannes nog eens heel duidelijk en kort met de woorden: “Gerechtigheid moet gebeuren.” Afdalen in de Jordaan en vragen om de doop is dan geen bede alleen om een voorspoedig leven, maar een keuze voor een betere wereld. En je weet, dat die keuze kruim kan kosten. Soms zul je daarbij mogen lachen, omdat iets van je dromen ergens wordt verwezen­lijkt, maar andere keren zul je knarsend op je tanden bijten van kwaadheid, omdat de mensenrechten op God-vergeten-wijze worden geschonden, of van pijn omdat jezelf gepakt wordt, terwijl je voor anderen opkomt. “Och kindje, wat doen ze toch met je?”, vraagt een of andere tante wel eens hardop als een van de dopelingen toch niet wil lachen terwijl het doopwater over het hoofdje vloeit, maar luidkeels begint te hui­len. Het is eigenlijk de vraag, die iedere keer hij ons opkomt als een mens de conse­quenties van zijn of haar doop op zich neemt en opkomt voor zijn broeders en zus­ters in deze wereld: “Wat doen ze toch met je?” Voor de meesten van ons is het lang geleden, dat het doopwater over ons is uitgegoten. Dat het ons niet heeft beschermd tegen alle onheil hebben we allang ondervonden. Misschien hebben we wel ooit gedacht: wat doen ze toch met me? Maar hebben we ook stil gestaan bij al die ande­ren, die het ook niet voor de wind ging, hij hen die armoede lijden, ziek zijn, die lij­den onder geweld en terreur tot op de dag van vandaag. Hebben we het werkelijk aan ons hart laten komen en ons bewogen afgevraagd: “Broeder, zuster, wat doen ze toch met je?” Zo’n vraag zal ons in beweging zetten om te kiezen voor gerechtigheid. En net als Jezus zullen we ons bevestigd weten door God zelf hij die keuze: jij bent mijn zoon, mijn dochter veel geliefd. Ze kunnen gerust naar jou luisteren…

Zoeken in Preken Online