‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad, …’ Daarmee begint
de Evangelielezing. ‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad,
…’ Mocht u zich weleens afvragen of je de wereld moet beminnen,
of juist haten, of negeren, of ontwijken, dan vindt u hier het
antwoord. We moeten de wereld beminnen. Dat is mooi, hoor ik iemand
denken. Ik hou wel van uitgaan, een stuk in mijn kraag drinken, een
leuke tijd met vrienden en vriendinnen, alles wat de wereld te bieden
heeft, ik houd wel van de wereld.
Dan is het goed te weten dat Jezus ook zegt: ‘Wie zijn leven
bemint, verliest het, maar wie zijn leven in de wereld haat, zal het
ten eeuwige leven bewaren (Joh. 12, 25)’. Daarmee wordt meteen
het verschil duidelijk. Het is hetzelfde verschil dat de Kerk al
generaties aan haar kinderen voorhoudt: ‘Je moet de zonde haten,
maar de zondaar beminnen.’
Is dat niet vreemd en moeilijk, de zonde haten, maar de zondaar
beminnen, je leven in de wereld haten, maar de wereld beminnen!? Het is
begrijpelijker als je het betrekt op je eigen kinderen. Als ze ouder
worden, kunnen ze dingen uithalen die niet door de beugel kunnen, ook
heel ernstige dingen die je volstrekt moet afkeuren, en toch is het de
bedoeling, zoals bij de verloren zoon en de trouwe vader, dat je je
kinderen blijft liefhebben.
Iemands daden, iemands gedrag moet je soms afkeuren, maar daarmee wijs
je de persoon nog niet af. Dit is een een oerchristelijke houding die
al wortels heeft in het Oude Testament, in de geschiedenis van het
Joodse Volk. God vergeeft de zonden, als de zondaar berouw heeft en
zijn leven betert, want God bemint zijn schepselen en kent hun
zwakheden.
Maar hoever moet je gaan? Is er toch niet ergens een grens aan de
liefde, een grens aan de tolerantie, een grens aan de verdraagzaamheid?
Moet je op een gegeven moment niet zeggen: ‘Tot hier en niet
verder!’? Ja en nee, ook hier hetzelfde onderscheid. Bij het
gedrag, bij verkeerde daden moet je soms heel streng zijn, maar aan de
liefde voor de ander mag nooit een grens worden gesteld, we horen het
vandaag in het Evangelie.
Want de zin loopt door: ‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad,
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, …..’ Denk je eens
in, een slechte wereld, het Romeinse rijk, de Helleense wereld, het
Perzische rijk, Germanen en even zovele volken en landen, ze voeren
oorlog, beroven elkaar, lopen achter een menigte afgoden aan, er wordt
gemoord, uitgebuit en bedrogen. Dat is de wereld waarin Jezus wordt
geboren. Voor die wereld geeft God zijn Zoon. ‘Zozeer heeft God
de wereld liefgehad, …’ Dat is toch onbegrijpelijk, of niet.
Het wordt begrijpelijker als je de wereld blijft zien als Gods
schepping, en als je beseft dat God trouw blijft aan het werk van zijn
handen, met een oneindige trouw.
In gesprek met parochianen komt weleens ter sprake dat ouders er moeite
mee zouden hebben als hun zoon priester zou worden of als een dochter
zou kiezen voor het religieuze leven, celibatair leven, veel dingen
prijs geven, een offer brengen. Ze zien de last die op hen afkomt,
problemen, momenten van eenzaamheid, in een harde wereld die met haar
verlokkingen overal aanwezig is. Je moet inderdaad wel veel van de
Kerk, van de mensen, van de wereld houden, als jij jouw zoon of dochter
aan de wereld toevertrouwt.
Maar omgekeerd zie ik het ook gebeuren. Ik zie ouders die het prima
vinden als hun kinderen uitgaan, het plezier van de wereld met volle
teugen indrinken, geen weerstand bieden aan de verlokkingen, want zo is
nu eenmaal de tijd, en alles doen wat ze vroeger zelf niet gedaan
zouden hebben, want je moet met je tijd meegaan. Kleine kinderen die
ongecontroleerd alles zien wat de TV je woonkamer inslingert. De meest
domme en kromme meningen en opinies worden als de grootste waarheid
aangeboden. En onwillekeurig bemoeilijken ze een gezonde gedachtengang.
We hebben moeite om onze kinderen aan God te geven, omdat we weten dat
God hen de wereld in stuurt. Maar ondertussen geven we ze zelf aan de
wereld op een manier waarop God het nooit zou doen. Want wie ván
God is, die is wel in de wereld, maar niet ván de wereld. De
wereld zal hem of haar haten, omdat ze wel ín de wereld maar
niet ván de wereld zijn. Zo is de werkelijkheid van God.
Ín de wereld zijn, de wereld beminnen, maar niet ván de
wereld zijn en dus de haat van de wereld verdragen, maar toch de wereld
blijven beminnen.
‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren
Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan,
maar eeuwig leven zal hebben.’ God wil niet dat mensen verloren
lopen of verloren gaan door een wereld die zijn kinderen opslokt. God
wil de wereld redden, omdat Hij de wereld, alle mensen, heel de
schepping bemint.
Maar is dat niet een onmogelijke opdracht: ‘ín de wereld
zijn, niet ván de wereld zijn, de wereld beminnen, terwijl de
wereld jou haat, omdat je wel van God wil zijn en niet van de wereld.
Kun je in de wereld rondlopen, alles zien, alles ervaren, meemaken en
er toch niet in opgaan? Vrienden scheiden, collega’s op je werk
bedriegen de klant en de belasting, tijd voor God maken, vinden ze
verloren tijd, het leven is genieten. Kun je daar middenin staan en
toch er niet in opgaan en kun je de anderen dan blijven beminnen, dat
wil zeggen, van tijd tot tijd op de punten wijzen, het goede
voorhouden, terwijl je weet dat de wereld je daarom zal haten. En houd
je daarbij zelf stand, houd je stand in je huwelijk, blijf jij eerlijk
en als het niet helemaal lukt, belijd je dan schuld en herstel je de
fout?
In de wereld, niet van de wereld. ‘Zozeer heeft God de wereld
liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, …..’
God houd zoveel van de mensen dat Hij zijn kinderen iedere keer opnieuw
in de wereld stuurt. Terwijl Hij weet wat de wereld met zijn kinderen
zal doen. Gods liefde moet wel mateloos, onpeilbaar en tegelijk
wereldvreemd zijn.
Misschien lijkt dit alles ver verwijderd van het thema van dit weekend,
drievuldigheids-zondag, maar het heeft er alles mee te maken. De Vader
geeft zijn Zoon, de Zoon geeft de Geest. Zoals de Vader de Zoon zendt,
zo zendt de Zoon ons. Alles door de ene Geest. De heilige
Drievuldigheid bemint actief, geeft en herschept zo de wereld tot een
nieuwe eenheid, Gods eenheid. Door ons in de wereld te sturen, met alle
risico’s vandien. Maar met zijn Geest en gedragen door zijn
liefde, kunnen we in de wereld zijn, zonder door de wereld te worden
opgeslokt, kunnen we Gods drievuldige liefde geven en de afwijzing
verduren, zoals zijn Zoon het ons heeft voorgedaan, zoals de Geest het
ons leert. Amen.\
Voorbede
Priester
Bidden wij vol vertrouwen tot God, die ons drievuldig nabij is,
die drievuldig liefdevol is en drievuldig trouw.
Lector
Bidden wij voor Gods Kerk op aarde, om een waarachtige eenheid in
denken en doen, eenheid tussen alle ledematen van de Kerk, eenheid
tussen huwelijkspartners, eenheid tussen kerkgenootschappen, eenheid in
het treven naar het goede, eenheid in liefde en dienstbaarheid.
Laat ons bidden.
Bidden wij voor onze wereld, voor regeringsleiders om respect voor God
en een houding tot luisteren bereid. Bidden we voor
overheidsinstellingen, dat zij altijd het welzijn van de mensen dienen.
Bidden we voor verenigingen en recreatieve organisaties, dat zij in
alles het goede bewaren zoals God het heeft geschapen en bedoeld.
Laat ons bidden.
Bidden wij voor de gezinnen, om een echte verdieping van het geloof, om
nieuwe wegen in het geloofsgesprek, om verdiepte onderlinge trouw, om
wederzijds begrip voor elkaars eigenheid, om liefdevolle en wijze inzet
voor de kinderen, om bevordering van culturele waarden, om blijdschap
en dankbaarheid.
Laat ons bidden.
Bidden wij om standvastigheid, zodat wij allen Gods liefde blijven
doorgeven in deze samenleving, dat we zelf standhouden in geloof en
trouw, elkaar in het goede ondersteunen en helder zijn in het afwijzen
van het kwaad, uit kracht van Gods drievuldige liefde.
Laat ons bidden.\