Vandaag vieren wij het feest van de drie-ene-God, in de loop van de tijd in het christendom ook benoemd als de H.Drievuldigheid, of de God in drie personen of de God in drie naturen. Persoonlijk kies ik liever voor de term de drie-ene-God.
Dit ‘dogma’ van de drie-ene-God geeft soms nogal wat problemen. Het feit dat het in de christelijke kerken een ‘dogma’ is, levert op zichzelf al problemen. Een dogma is een erg geconcentreerde, uitermate samengebalde verwoording in één zin of in enkele woorden van een vrij complexe, in ieder geval erg veelvoudige en genuanceerde ervaring van iets. Iedereen van ons die een heel intense ervaring meemaakt, weet dat zo’n intense ervaring verwoorden een stamelen is,nagenoeg niet onder woorden te brengen, laat staan samen te vatten in één zin of in enkele woorden. Dat is ook zo met de kerkelijke dogma’s waarbij men zegt: je moet het maar aanvaarden, je moet het maar geloven, ook al begrijp je het niet, want het is een mysterie.
Het is inderdaad een mysterie, maar moeten we alle mysteries zomaar onnadenkelijk aanvaarden, of mogen we er ook met mekaar over spreken er over nadenken? De priester-professor van wie ik theologie kreeg en die de cursus over de drie-ene-God gaf, vertelde ons dat zolang hij op het seminarie zat, er over die drie éné God niet eens gesproken mocht worden, want het was een mysterie.Ik geloof niet dat dit de bedoeling van dogma’s of mysteries is, tenzij een heilige angst.
Ook in onze contacten met andere monotheïstische godsdiensten -dus godsdiensten die maar één God vereren- is onze visie op de drie-ene-God een blijkbaar onoverkomelijk probleem.
Zowel het Jodendom als de Islam kunnen maar niet begrijpen dat wij onszelf monotheïstisch noemen - dus zeggen dat we maar één God vereren- als wij spreken van Vader, Zoon en Geest, want dat zijn voor hen dan drie Goden.
Het dogma als zodanig vind ik geen mysterie, maar wel God …en vooral Gods nooit ontgoochelde, nooit ophoudende goedheid. Niet zozeer het dogma vind ik een mysterie, maar juist God.
Niemand heeft ooit God gezien, ook Jezus hier op aarde niet.We kunnen niet zeggen dat we God kennen dat we precies weten wie Hij is. Zo hebben we boijvoorbeeld voor het lijden in de wereld geen enkele verklaring, terwijl we geloven dat God alle lijden wil uitsluiten en we Hem belijden als ‘almachtig’. We hebben God niet op zak. Telkens we Hem proberen te omschrijven, te omvatten, ontsnapt Hij weer aan onze omschrijving, want telkens is Hij weer anders dan wij vermoeden.
In de Bijbel staat geen enkele omschrijving van God, laat staan een formulering van de drie-ene-God. De Bijbel (zowel oude als nieuwe testament) zijn ervaringsmomenten van God in de menselijke geschiedenis, hoe mensen God ervaren hebben.En iets van iemand ervaren is iets heel anders dan iemand ‘kennen’. In het Joodse of voor-christelijke geloof heeft men God vooral ervaren als diegene die redding brengt uit de slavernij, uit onderdrukking en vernedering. En die men veel later heeft ervaren als de Schepper van de wereld, diegene die de wereld gewild heeft en er blijvend bezorgd om is. In het nieuwe testament heeft men God ervaren in Jezus’ spreken en handelen, die niet alleen een volk maar iedere individuele mens wou optillen uit vooroordelen, vernedering en uitsluiting.
In de Bijbel hebben we maar twee ‘omschrijvingen’ van God: Jezus die spreekt van God als VADER (mijn Vader is ook uw vader) en in het evangelie van Johannes: “God is goedheid”.
‘God is goedheid’, zegt Johannes. Het is juist daarop dat het ‘dogma’ van de drie-eenheid zich gebaseerd heeft. Een ervaring die in het beginnend christendom geleidelijk gegroeid is en die door de kerk uiteindelijk als dogma geformuleerd is en opgenomen onze geloofsbelijdenis in 589.
Laat me toe stamelend iets te zeggen over hoe het dogma van de drie-ene-God
iets over Gods goedheid probeert te verwoorden.
Wij geloven dat God de wereld geschapen heeft (vanuit welke wetenschap-pelijke of niet-wetenscahppelijke wereldverklaring je dat ook wil bekijken), dat God de wereld gewild heeft, de mens als zijn partner en medeschepper gewild heeft en dat Hij met de wereld het goede, eigenlijk het beste voorheeft.
In het scheppingsverhaal lezen we dat Gods Geest, niet God, maar zijn Geest, boven de chaos zweefde die er aanvankelijk was, en dat Gods Geest daarin orde, levensvatbaarheid, schepping gebracht heeft. Gods Geest is iets anders dan God. Mijn geest is iets anders als Patrick Flo, want ik ben nog meer dan mijn geest en toch is mijn geest van mij. Patrick Flo als persoon en mijn geest zijn twee verschillende dingen en toch zijn ze één.
We hebben al God en Geest die blijkbaar van mekaar te onderscheiden zijn en toch één zijn.
Uit goedheid, opdat de mens houvast zou hebben om te weten wat goedheid is, opdat alle mensen op deze wereld leven ten volle zouden kunnen hebben, heeft Gods Geest ons de 10 geboden gegeven, beter: 10 adviezen, tien wegen, tien krachtlijnen om tot goedheid voor alle mensen te komen!
Omdat God in Zijn goedheid om de mens bezorgd is, stuurt Hij ons Jezus, waarbij diezelfde Geest van God bij het doopsel van Jezus Hem overschuduwt en niet meer van Jezus wijkt, zodat Jezus geheel onder Gods Geest inderdaad kan zeggen: “De Vader en ik, wij zijn één. Wie mij ziet [in deze wereld], ziet de Vader [in deze wereld]. Jezus is het gelaat, de icoon , de afstraling van God …..in déze wereld.
Na de dood van Jezus blijft de Geest van God in onze wereld verder werken net zoals Hij dat ook vroeger deed, maar ook Jezus Geest, ik zou stamelend durven zeggen: Jezus’ Geest in SAMENSPRAAK met de Geest van de Vader, en zo samen één Geest vormen.
Ik weet niet of het je al opgevallen is dat in het scheppingsverhaal, bij de schepping van de mens staat: “Laten WIJ nu de mens maken.” Voor veel theologen en exegeten is dit niet een ‘majestatisch pluralis' d.w.z. een wij-vorm die bijvoorbeeld koning gebruikt -‘Wij, Koning der Belgen”. Zij zien er iets heel anders in. Liefde kan niet op zichzelf.Als er op de wereld maar één mens zou zijn dan zou er geen menselijke liefde bestaan. Liefde is juist een gerichtheid op iets of iemand buiten jezelf. Daarom zeggen ze :God is **relatie.**God is geen eenzaat, geen einzelganger, geen egotripper, geen in zichzelf gekeerd wezen, maar iemand die juist in relatie wil staan, een SUBJECT in de eigenlijke betekenis van het woord: iemand die betrokken wil zijn, die geraakt wil worden, die in dia-loog wil gaan (hoe dikwijls zien we dat niet in de bijbel), die zich wil laten emotioneren door ….zijn geest die ook IN de wereld is (niet God is in de wereld want daarvoor is Hij te groot [en tevens transcendent] , door Jezus - een afstraling van Hem- , door mensen en daardoor ook telkens weer anders wordt ten goede.
Vader, Zoon en Geest kunnen we van mekaar ‘onderscheiden’ , zoals mijn voeten te onderscheiden zijn van mijn handen of van mijn geest, maar eigenlijk zijn ze allemaal MIJ, al hebben ze allemaal andere ‘functies’. Misschien help dit voorbeeld om, naar analogie, iets beter de formulering van de drie-ene-God te bergijpen die eigenlijk wil zeggen: God is goedheid.