H. Drie-eenheid (1999)

A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Lang geleden vroeg ik op deze dag van de Drie-eenheid aan de aanwezige misdienaar: Begrijp jij dat van de drie-ene God? Jawel. zei die in alle onschuld. Toen heb ik gezegd: wil jij dan alsjeblieft de preek houden, ik snap er niets van. En als er onder u iemand is die er alles van snapt, laat hij of zij dan alsjeblieft naar voren komen en ons uitleg geven. Nu zou ik van verbazing omvallen zijn als er iemand gekomen was. Want laten we eerlijk zijn: we weten met God geen raad. We zien onszelf als gelovige mensen, dwz we geloven in God, we geven God een plaats in ons leven, we bidden tot God, we kunnen misschien nog een paar titels of formules noemen die we ooit over God geleerd hebben, maar dan houdt het wel op.
Veronderstel we komen een heiden tegen, iemand die nooit van God en godsdienst gehoord heeft, hoe zouden we hem uitleggen wat het voor ons betekent te geloven in God? Wat, wie God voor ons is. Wie het weet, mag het zeggen.
Je hebt wel mensen die alles van God schijnen te weten, of die in elke geval denken dat ze alles, bijna alles, van Hem weten. En zij praten over God alsof ze Hem in hun broekzak hebben zitten. Ze zeggen: als je geen raad weet met God, dan geloof je niet echt. En ik denk eerlijk gezegd het tegenovergestelde: zij die eerlijk bekennen dat ze geen raad weten met God, geloven waarschijnlijk veel meer en veel beter dan zij die een heleboel weetjes over God kunnen spuien, maar wel vergeten dat God niet te vangen is in woorden.
Vroeger was geloven veel gemakkelijker, althans dat dachten we. Je had de catechismus met zijn formules, de 12 artikelen van het geloof, je had allerlei voorgeschreven gebeden en vieringen. Je wist precies waar je aan toe was met God. Als je je plichten maar vervulde, zat je goed met God. en als er eens iets verkeerd zat, kon je gaan biechten, om het goed te maken, met God, het goed maken met de naaste, daar werd vaak niet aan gedacht. Als je maar goed zat met God, want: God zal je straffen, als je verkeerd zit.
God, als stok achter de deur om je in het gareel te houden, maar kunt u zich voorstellen dat er nu heel velen zijn die zeggen: in die God geloof ik niet meer? En ze hebben groot gelijk. Mensen hebben alle tijden door geworsteld met God en dat zullen ze wel blijven doen, dat hoort bij geloven. want God is niet te vangen in onze menselijke woorden en begrippen.
God zit a.h.w. vol tegenstrijdigheden, minstens voor ons gevoel. God is almachtig, wordt er gezegd, maar Hij kan (of wil) blijkbaar niets veranderen aan die belabberde situaties in de wereld. God is goed, God is liefde, maar waarom laat hij dat zoveel kwaad toe. God geeft om mensen, maar waarom merken zovelen dat nooit. Of zoals iemand zei naar aanleiding van het sterven van een nog jonge mens: Van boven wordt ons geleerd rechtvaardig te zijn, maar Hij zijn het zelf niet.
En zo kun je nog wel even doorgaan. God is verwarrend. En soms hebben mensen een godsbeeld, waar je van meteen al zegt: dat kan helemaal niet, dat mag je niet van God zeggen, dat is al te menselijk. En mensen bang maken met God, dat kan nooit zijn bedoeling zijn God zien als een grote boeman waar je angst voor moet hebben, dat kan niet. Nu is zeggen wat God niet is, veel gemakkelijker dan zeggen wat hij wel is. Maar misschien moeten we ons denken over God wat bijstellen. Mensen geven God een gezicht, ze maken zich een voorstelling van Hem, maar vaak geven ze Hem een veel te menselijk gezicht.
Maar misschien moet je zeggen: mensen moeten God zeker een gezicht geven, maar niet alleen in hun gedachten maar veel meer in hun leven. Die onzichtbare God moet zichtbaar worden in mensen, mensen zijn, moeten het gezicht zijn van God, zoals Jezus van Nazaret het gezicht was van God. Daarom werd hij zoon van God genoemd. Maar wij moeten allemaal kinderen van God zijn. En als we praten over Gods goedheid, Gods liefde, Gods zorgzaamheid, dan zijn dat lege woorden tenzij wij dat zichtbaar maken in onze daden, precies zoals Jezus dat tijdens zijn leven gedaan heeft. Vandaag vieren we het feest van de heilige Drie-eenheid, daarmee proberen we ook iets van God te zeggen. Drie heeft iets van volheid, volledigheid.
Elke mens heeft iets van een drie-eenheid: wat hij is, wat hij zegt, wat hij doet, dat zijn a.h.w. drie lagen in een mens. Die drie lagen kun je ook vinden in God: wat Hij is in zijn wezen, en als zodanig is hij voor ons ongrijpbaar, maar we noemen hem Vader. Wat hij zegt: hij sprak zich uit in de Zoon, het Woord, zo noemt Johannes hem, en in de menselijke gestalte van Jezus kunnen we iets van God ontmoeten. En ten derde: in wat Hij doet, in wat Hij uitwerkt in zijn geest, die nog steeds zichtbaar wordt in vele mensen die zich als kinderen van God gedragen.
Dit zijn natuurlijk ook maar beelden, maar ze maken ons wel dit duidelijk: God is meer dan een mysterieuze figuur ergens in de hoge hemel, nee, Hij beweegt, Hij is, Hij bestaat ook in mensen.

Zoeken in Preken Online