Homilie op het Feest van de H. Drieëenheid: Het gesprek met Nicodemus
(Jo. 3, 16-18)
Tielt, 15 juni 2014
Ik moet iets opbiechten. Ik ben een beetje jaloers op Nicodemus uit het evangelie omdat hij zijn ernstige vragen niet in de media behandelde en niet roddelde, maar ze aan Jezus stelde in de rust en de stilte van een persoonlijk gesprek met Jezus. Er is immers geen gehucht, geen dorp, geen stad, waar niet geroddeld wordt. Meestal louter mondeling. Af en toe wordt die ook neergeschreven. Kwaadsprekerij is een geliefkoosd gezelschapsspel.
Daarenboven dreigt er in onze maatschappij een nieuwe dictatuur, waartegen blijkbaar niemand opgewassen is, de dictatuur van de media. Wat in een boek, een krant, “Humo”, “Dag Allemaal”, enz. geschreven wordt, wat in het T.V.-journaal gezegd wordt , lijkt de echte waarheid te zijn. Zoals de feiten voorgesteld worden in uitzendingen als de Zevende Dag, Telefacts, de Vulkaan van Geert Hoste of de Droge Humor van Philippe Geubels, worden als de waarheid geslikt. Een jongetje van 10 jaar zei aan zijn vader: “Papa, dat kan niet waar zijn, want het staat niet in de krant.” Zelfs als je kunt bewijzen dat wat gezegd of geschreven wordt niet waar is, dan nog kun je daar niet tegen op. Niets lijkt beter op echt geld dan vals geld.
Het fenomeen is niet nieuw.
Het doet me denken aan wat vele jaren geleden Libert Vander Kerken in de Standaard der Letteren geschreven heeft over “de echo en de papegaai”.
Echo is een Grieks woord dat onveranderd in verscheidene West-Europese landen werd overgenomen. Voor de Grieken was de natuur één en al leven, bevolkt met goden en godinnen. Echo was zo’n godin. Zij was een nimf, een godin van lagere rang. Er waren heel wat soorten nimfen: zeenimfen, bron- en riviernimfen, boomnimfen en bergnimfen.
Echo was een bergnimf, want nergens klonk haar stem mooier dan in bergen en valleien. Maar Echo was niet altijd echo geweest. Ze was eerst een praatziek godinnetje dat graag roddelde over de esbattementen van de bewoners van de Olympos, de berg der goden. Op zekere dag liep ze de woede op van Zeus, de oppergod, omdat ze zijn vrouw Hera zo lang had opgehouden met haar kletspraatjes. Echo werd om haar gebabbel gestraft en zou voortaan alleen nog de laatste woorden kunnen herhalen van wat ze hoorde zeggen.
En toen gebeurde het dat Echo verliefd werd op Narcissus: een jonge, beeldschone man, de zoon van de schone blauwe nimf Leiriope. Iedereen was verliefd op Narcussus, maar niemand zozeer als Echo. Maar Echo kon na Zeus’ bestraffing haar liefde niet uitspreken. Op een dag dat Narcissus bij het water van een beek zat, werd hij Echo gewaar, maar Echo was onzichtbaar, want ze was alleen nog maar een echo. Narcissus wist dus niet dat het Echo was. “Is hier iemand?” riep Narcissus. “Iemand” antwoordde Echo. “Waarom vlucht je mij?” vroeg Narcissus. En Echo zei “Vlucht je mij?” “Kom bij mij” zei Narcissus. “Kom bij mij” klonk de weergalm. Narcissus gaf het op. Hij zal de liefde van Echo nooit kennen. En nu had Narcissus alleen nog oog voor de weerspiegeling van zijn mooi gelaat in het water. Dat werd zijn ondergang.
Roddeltantes als Echo, zo zijn er vele in onze maatschappij. Ze isoleren op korte tijd zichzelf van de andere mensen en storten anderen in een isolement. Tragisch! Maar een wijze les!
Een variante op de echo is de papegaai, die zonder nadenken napraat wat hij hoort. Ook papegaaien zijn er in overvloed. Ze zijn verlekkerd op nieuws en nog meer op nieuwtjes. Ze leven ervan. Je kan ze niet tegenkomen of ze houden je staande met de vraag: “Heb je het al gehoord?”
Op die zucht naar sensatie spelen de nieuwsmedia gretig in. Veelal zijn ze slechts een nagalm van wat verteld of gefantaseerd wordt, zonder enige garantie van waarheid. En dat wordt geloofd.
Dat deed Nicodemus niet. In de stilte van de nacht besprak hij zijn problemen met Jezus. Jezus zei hem vooral dat hij moest geloven dat Gods Zoon in de wereld gezonden is niet om de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden. Maar die redding is maar mogelijk als de mens zelf bereid is herboren te worden, d.w.z. zich te bekeren en naar Jezus’ voorbeeld de mensen in de wereld niet te veroordelen maar ze in liefde nabij te zijn.
Dat is serieus werk, waardoor je niet opvalt.
Maar ja, zo staat er in de Schrift: “Het Rijk Gods komt niet met veel gedruis.”
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt