Sacramentsdag A 3a
LEZING UIT HET BOEK VAN DE WET
Deuteronomium 8,1-2
Het verblijf in de woestijn was voor Israel de gelegenheid om zich bewust te worden van het levende en persoonlijke karakter van zijn verbond met God.
Door de gave van het manna ontdekt het volk zijn ware honger, die alleen gestild kan worden door het Woord van God.
01. alle geboden die Ik u heden voorhoud,
moet gij nauwgezet volbrengen.
Dan zult gij leven, talrijk worden en bezit gaan nemen van het land
Dat Jahweh uw vaderen onder ede beloofd heeft.
Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaar,
die de Heer uw God u in de woestijn heeft laten maken.
Hij heeft u toen (vernederd) hard aangepakt
Om uw gezindheid te leren kennen;
Hij wilde zien of gij zijn geboden zoudt onderhouden of niet.
Hij heeft u vernederd en u honger laten lijden,
maar u ook het manna te eten gegeven,
dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien.
Hij wilde u daardoor laten beseffen,
dat de mens niet leeft van brood alleen,
maar van alles wat uit de mond van de Heer komt.
De kleren van uw lijf zijn niet versleten
en uw voeten zijn niet gezwollen, al die veertig jaren.
Besef dan dat Jahweh uw God u heeft opgevoed
zoals een man zijn eigen zoon opvoedt
en dat gij de geboden van Jahweh uw God moet onderhouden
door zijn wegen te gaan en Hem te vrezen
Voorwaar, Jahweh uw God brengt u in een heerlijk land,
Een land met beken vol water, met bronnen en stromen,
die op de bergen en in de dalen ontspringen,
een land met tarwe, gerst, wijnstokken, vijgen en granaatappels,
een land met vette olijven en honing,
Een land waar gij niet zuinig hoeft te zijn met brood
En waar het u aan niets ontbreekt,
een land waar ijzer zit in het gesteente
en waar men koper delft uit de bergen.
Maar als gij daar volop te eten hebt,
prijs dan Jahweh uw God om het heerlijke land dat Hij u schonk.
Wacht u ervoor Jahweh, Uw God te vergeten,
en zijn geboden, voorschriften en bepalingen,
die Ik u heden opleg, niet na te leven.
En wanneer gij volop te eten hebt, mooie huizen bouwt,
veel runderen en schapen krijgt, zilver en goud ophoopt,
zodat al uw bezittingen toenemen,
13. laat dan uw hart niet hoogmoedig worden ,
zodat gij Jahweh uw God vergeet,
die u uit Egypte, dat slavenhuis, heeft geleid.
Die u door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft gevoerd,
vol giftige slangen en schorpioenen,
door dat dorstige land zonder water;
die uit de keiharde rots water voor u deed ontspringen.
Die u in de woestijn het manna te eten gaf,
dat uw vaderen ooit hadden gezien.
Hij heeft u vernederd en op de proef gesteld, om u ten slotte wel te doen.
En mocht bij u de gedachte opkomen:
Met eigen kracht en met mijn sterke hand heb ik deze rijkdom verworven
bedenk dan, dat het Jahweh, Uw God is,
die u kracht schenkt om rijkdom te verwerven,
omdat Hij tot vandaag toe het verbond gestand doet,
dat Hij met uw vaderen onder ede heeft gesloten.
En als gij Jahweh uw God vergeet, achter andere goden aanloopt,
hen vereerd en u voor hen neerbuigt,
dan verzeker Ik u heden, dat gij zult omkomen.
zoals Jahweh de volken voor u heeft doen omkomen,
omdat gij niet naar Jahweh uw God heeft geluisterd.