Vandaag is het een bijzondere dag, bijzonder voor Laurens, Julie Boaz en Inge en hun vaders en moeders en broers en zussen, omdat zij de eerste communie doen. We vieren feest vandaag omdat deze vier kinderen er vanaf vandaag helemaal bijhoren en het Brood en de Beker van Jezus met ons kunnen delen. Heel belangrijk omdat we door dat delen van Brood en Beker weet hebben van Jezus en telkens weer geloven dat hij in ons midden is.
Eigenlijk gaat het vandaag over ‘geven’ en ‘krijgen’. Ja, natuurlijk, Boaz, Julie, Inge en Laurens krijgen als communicant vandaag cadeautjes, want dat hoort er bij en laten we eerlijk zijn, dat is iets leuks: het krijgen natuurlijk maar ook het geven en zo iemand blij maken. Maar het ‘geven’ en ‘krijgen’ waar het vandaag over gaat heeft nog een diepere betekenis. Ieder van ons weet dat we er alleen maar kunnen zijn dank zij ‘geven’ en ontvangen’. We zijn er omdat we een vader en een moeder hebben die veel van hun leven hebben gegeven ter wille van ons. Ze hebben het beste van zichzelf gegeven, ze hebben zichzelf van alles ontzegd, om het mogelijk te maken dat wij er zouden zijn en zouden uitgroeien tot de mensen die we nu zijn.
En als je daar nog dieper op ingaat en met gelovige ogen kijkt dan weet ieder van ons dat we niet bestaan omdat we dat zelf bedacht hebben of geregeld maar dat we het leven gekregen hebben. Dat hoorden we in het verhaal van het levenreddende ‘manna’ maar ook uit het verhaal van de broodvermenigvuldiging. Om het maar eens in de sfeer van de eerste communie te zeggen: ons leven is een cadeautje. Dat we hier vandaag bij elkaar zijn om te vieren dat ouders zo voor hun kinderen zorgen en dat kinderen vreugde zijn voor ouders dat is het grootste cadeau dat je kunt krijgen op een dag als vandaag.
We proberen hier in onze geloofsgemeenschap van ’t Zand, waar we samen kerk zijn, de eerste communie altijd te vieren op ‘sacramentsdag’. De dag waarop we bijzonder eraan denken dat Jezus ons de tekenen van brood en wijn heeft gegeven, tekenen die je kunt zien als een zelfportret van Hem: want zijn hele leven was geven en delen, inzet voor de ander ervoor zorgen dat niemand in de kou staat, iedereen is welkom hoort erbij en telt mee. In het bijzonder heeft Jezus ons leren zien dat ons hele leven een mysterie is van geven en ontvangen uit Gods hand, die hij eenvoudigweg ‘Onze Vader’ noemde.
Mensen zijn geroepen om voor elkaar een cadeau te zijn, geroepen om vreugde en blijdschap voor elkaar te bewerken, geroepen om stil te staan bij het bijzondere van ons eigen leven en dat van anderen, geroepen om elkaar nodig te hebben. Als we daar vandaag eens bij stil staan rondom deze vier kinderen, dan kunnen we de diepe betekenis van eucharistie - dankbaar zijn- heel goed aanvoelen.
Maar zoals dikwijls in het leven, er is ook een schaduwkant. Kinderen zijn de vreugde van hun ouders, maar er zijn ook momenten waarop ouders een ander verhaal vertellen. Ze zijn ook de zorgen van de ouders en de teleurstelling. En ook omgekeerd. Naast de vreugde die altijd is verbonden met geven en krijgen is er in ons leven ook altijd die tegenstelling en donkere kant, we zien dat ook bij Jezus.
Hij gaf ons zijn tekenen van brood en wijn op de laatste avond van zijn leven, in de uren voordat hij ter dood werd gemarteld zijn lichaam gebroken, zijn bloed vergoten. Het leven beleven in de voetsporen van Jezus dat wil niet zeggen dat we onnozel zijn geworden en geen weet meer zouden hebben van het kwaad, van de gerichtheid op onszelf, van de neiging om het leven puur uit onszelf te bekijken, de neiging om de ander te willen overheersen, jezelf tot het middelpunt van de wereld te maken, de ander te vergeten en klein te maken. Een christen heeft daar alle weet van en weet ook welke gevolgen dan kan hebben: onschuldige mensen bekopen het met lijf en leden, kijk maar naar Jezus.
Maar precies ook in het kijken naar Jezus zien we at er geen enkele reden is tot pessimisme en somberheid ondanks de kwalijke kanten die we bij onszelf ontdekken ondanks de gevolgen die het kwaad kan hebben. Na de woorden van Jesus over brood en beker, belijden we altijd het ‘mysterie van ons geloof’. Dan zeggen we: als we eten van dit brood en drinken uit deze beker verkondigen wij de dood des Heren totdat hij komt. Het eten en drinken van de tekenen van Jezus maakt ons, zo kan ik het ook zeggen, tot mensen die leven vol hoop. Jezus heeft wel geleden van het kwaad dat hem werd aangedaan, maar daar is het -zo geloven we- niet bij gebleven. Hij is de Levende, die hoop geeft aan alle mensen: uiteindelijk mag je hopen op de gift van het leven, op perspectief dat God zal geven aan ons en aan iedere mens. Christenen zijn mensen van hoop, een echte christen kan geen pessimist zijn.
Pittige gedachten misschien maar ze moeten gezegd worden en overwogen, om op basis van realisme vandaag vooral blij te zijn om kinderen in ons midden, om God die zich in de vrolijkheid en blijdschap in kinderen laat kennen; blij en dankbaar te zijn omdat we vieren dat ons leven Gods gave is, zo kunnen we zijn geloofsgemeenschap opbouwen een gemeenschap van hoopvolle mensen,telkens weer opnieuw,
God geve het.
Beluister preek en preeklied op de site van deFranciscus Xaveriusparochie