Sacramentenprocessie (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit

De afgelopen week was ik in verband met mijn werk in München. De laatste dagen goot de hemel royaal regen uit, maar op donderdag was het wonderlijk genoeg ineens weer droog. Dat was de dag waarop het verkeer in de binnenstad een andere route moest rijden, omdat er de jaarlijkse Sacramentsprocessie werd gehouden. De notabelen liepen fraai uitgedost mee, met in hun kielzog de priesters, paters, broeders, zusters, bruidjes, misdienaars, mannen en vrouwen, allen voorafgaand aan de monstrans, die door de bisschop onder een baldakijn werd rondgedragen. Wij doen het vandaag hier wat simpeler.
Wat mij al lang bezig houdt is de vraag: wat is er in de loop van de afgelopen tweeduizend jaar toch gebeurd met dit sacrament van de eucharistie? Het begon allemaal zo eenvoudig, met een groep vrienden die Jezus rondom zich had verzameld om samen het paasfeest te vieren. Ze kwamen bij elkaar om te gedenken dat hun voorouders bevrijd waren uit de slavernij dankzij Gods ingrijpen en trouw. Wat ze deden? Eten, drinken en bidden, - ernstig, eenvoudig en emotioneel. Ze stonden in een lange traditie, maar tegelijkertijd op een keerpunt in de geschiedenis, want er begon ook een nieuwe traditie. &Doet dit om mij te gedenken&, zei Jezus. Met andere woorden: vergeet nooit en te nimmer wat wij hier gedaan hebben. Ik heb mij met heel mijn hebben en houden gegeven aan jullie en aan allen die na jullie komen. Jullie moeten net zo doen, als je in mijn voetspoor verder wilt.
En zo deden ze ook, die eerste leerlingen van Jezus. Ze kwamen samen in het huis van de een of de ander, en ze aten, dronken en baden. Ze braken samen en voor elkaar het brood. Toen de groep volgelingen begon te groeien, werd de tafel te klein en konden die particuliere huizen de mensen niet meer bevatten. Er werden langwerpige schuren gebouwd, die na verloop van tijd uitgroeiden tot grotere gebouwen. In plaats van met zijn allen om de tafel te zitten, raakten de meeste mensen langzamerhand letterlijk van de tafel verwijderd. De gebouwen werden kerken, en nog verder groeide de afstand tussen tafel en volk.
Tegelijkertijd ontstond er een andere opvatting over Gods aanwezigheid in de wereld. Dat Jezus tussen de mensen in geleefd had, dat hij hen had aangeraakt, met hen gehuild en gelachen had - het was voor de leidinggevenden teveel van het goede, niet plechtig genoeg. God hoorde boven, en de mensen beneden, vonden ze. Het goddelijke en het menselijke moesten uit elkaar blijven, de mens was immers niet waardig om het goddelijke te naderen. De kerken werden groter en hoger. Er kwam een priesterkoor, en er werd een koorhek gebouwd, zodat de mensen letterlijk gescheiden werden van het heilige. Ze hadden nog amper deel aan de viering, die gedaan werd door een priester met zijn rug naar het volk. De volkstaal werd vervangen door een taal die niemand verstond. Om nog enigszins onderling contact te maken belde een misdienaar tijdens de consecratie, zodat de mensen hun privé gebeden konden onderbreken en konden opkijken naar een kleine hostie, die de priester boven zijn hoofd optilde. Er werd verkondigd dat mensen eigenlijk onwaardig waren om het sacrament te ontvangen, en dat ze dat daarom zo min mogelijk moesten doen. Hun lichaam was niet waardig om het lichaam van Jezus te ontvangen, werd gesteld, en hun handen al helemaal niet. De priester zou voortaan de hostie leggen op de tong van volwassen mensen, die daardoor werden verkleind tot kinderen. In plaats van als volwassen mensen deel te nemen aan de viering, werd de eucharistie een plechtig drama, waar je eerbiedig naar mocht kijken.
Van een intieme tafel was de eucharistie een afstandelijk kijkspel geworden. En zo bleef het tot aan het Tweede Vaticaans Concilie. Toen besloten de bisschoppen uit de hele wereld, dat die immense afstand niet de bedoeling van Jezus geweest kon zijn. Ze besloten de liturgie te ontdoen van allerlei zaken en opvattingen, die in de loop van vele eeuwen waren aangeslibd. En zo verdwenen de manipel en de voetgebeden, het laatste evangelie en het wereldvreemde Latijn. De altaartafel kwam meer naar het midden van de ruimte, zodat de priester samen met de andere gelovigen als het ware weer een kring kon vormen. De vredesgroet keerde terug en de voorbeden. De keuze van teksten uit de bijbel werd aanzienlijk uitgebreid. Mannen en vrouwen kregen een rol in de liturgie, zij het nog bescheiden, en bij de communie ontvingen zij voortaan het hemelse brood in hun handen als een rechtstreeks geschenk van God. Jezus wilde als het ware zó die mensenhanden aanraken, die gewerkt hadden, kinderen gedragen hadden, geliefkoosd en gebeden hadden.
Er zijn mensen, hoog en laag, die bang zijn van deze ontwikkeling. Ze hebben God liever niet zo dicht bij zich in de buurt. Ze vinden dat het heilige om afstand vraagt, grote afstand. Het zijn dezelfde bezwaren die Jezus tijdens zijn leven op onze wereld meer dan eens als verwijt kreeg te horen. Maar hij, die ons &vrienden& heeft genoemd, wil niets liever dan met ons omgaan als een vriend: nabij, troostend, uitdagend. Hij kan onze honger stillen met zijn aanwezigheid. Hij kan onze dorst lessen met zijn gaven. Als wij zo Sacramentsdag kunnen vieren, zijn wij bevoorrechte mensen.
Toen het feest van Sacramentsdag door paus Urbanus IV in 1264 werd ingesteld, schreef de Italiaanse dominicaan Thomas van Aquino een beroemd geworden lied over de eucharistie, dat sommigen van u nog wel kennen, Adoro Te devote. Daaruit wil ik tenslotte één couplet voorlezen:

Tedere gedachtenis aan des Heren dood,
Gij geeft ons het leven, zalig levensbrood,
laat mijn ziel toch leven elke dag van U,
laat zij U toch smaken, U genieten nu.

Zoeken in Preken Online