Beste dorpsgenoten,
“Nadat de viering van Christus’ Paasmysterie is afgerond met het Pinksterfeest, herdenken wij vandaag dankbaar wat de Heer op de vooravond van zijn lijden en sterven heeft gedaan opdat, na zijn heengaan, zijn offer ons altijd in herinnering zou blijven en op genadevolle wijze voortdurend onder ons aanwezig zou zijn. Op Sacramentsdag gaan onze gedachten uit naar Hem, die met de sporen van het lijden in zijn verheerlijkt lichaam, onze Middelaar bij de Vader is.”
Dit is een stukje uit de inleiding die voorafgaat aan de teksten en gebeden van dit feest. Er ontbreekt aan dat het een feest is dat te maken heeft met voedsel, met eten en drinken van het lichaam van Christus, de H.Eucharistie.
Vrijdagavond zag ik op het nieuws beelden uit Amman, de hoofdstad van Jordanië, een land dat straatarm is vergeleken met sommige buurlanden, die schatrijk zijn door de olie in hun gebied. Toch wordt er in Amman heel veel en hoog gebouwd zoals te zien was. Werk genoeg, zou je denken. De werkelijkheid is anders. Buitenlanders doen het werk goedkoper. De werkende middenklasse heeft geen kansen meer, op de duur blijven er alleen heel rijken en armen over. Een bouwvakker, met een paar jonge kinderen, vertelde dat zijn gezin alleen wat te eten krijgt op een dag dat hij het geluk heeft werk te vinden.
Nu we het feest vieren van brood en wijn, de gedaanten van het vlees en bloed van Christus, worden her en der nog plechtige processies gehouden met de luxe van wierook en allerlei ceremonies. Tegen die traditie in kunnen we ook denken aan het feit dat eten en drinken een luxe aan het worden zijn voor heel veel mensen in onze wereld, iedere dag opnieuw. We kunnen denken aan Birma en aan China, aan veel streken in Afrika, waar niet alleen eten en drinken maar het leven zelf een luxe geworden zijn
De bouwvakker uit Amman heeft me de ogen geopend.
We vereren brood en wijn als het lichaam en bloed van Christus, alsof het gaat om iets dat alleen te maken heeft met ons heilig katholiek geloof, als een heel heilige eigenaardigheid van ons katholieken.
In het evangelie staan de woorden: “Het brood dat ik zal geven, is mijn vlees ten bate van het leven der wereld.” Er wordt niet gezegd : Ten bate van mijn land, of van mensen die het zelfde geloven als ik.
Zou de tijd niet gekomen zijn dat we met dat brood en wijn niet langer meer zo exclusief omgaan?
Jezus schrok er in zijn doen en laten niet voor terug om solidair te zijn. Hijzelf vroeg om te drinken aan een niet-joodse vrouw, hij vroeg om te komen eten in het huis van een tollenaar, dat is iemand die voor afperser werd aangezien, hij deed grote massa’s van mensen voor hoe ze elkaar met kleine beetjes toch aan eten konden helpen : door die kleine beetjes met elkaar te delen, zonder aanziens des persoons: Delen werd vermenigvuldigen.
Hebben wij van Jezus niet ons bezit gemaakt, een kostbaar erfstuk dat we voor onszelf houden en dat we met niemand mogen delen?
Zouden we niet eerder in de geest van Jezus handelen als we hem niet meer verpakken in grote, eeuwenoude rituelen en ons in plaats daarvan zijn wereldwijde mentaliteit bewust eigen maken?
We kunnen die bouwvakker in Amman niet helpen, wat we wel kunnen is onze aandacht uitbreiden, ons inleven in de honger van anderen, meestal ver weg.
Als we samen eten, zouden we dan ook niet samen denken aan de honger die geleden wordt op de wereld. Dat is wel geen mis vieren maar wel een daad stellen, waarin Jezus die “aan het leven der wereld” dacht, zeker in terug kent.
Het feit dat wij het goed hebben, dat we genieten van eten en drinken, van onze veiligheid, dat we ons in goede handen voelen, wanneer we dat alles in dankbaarheid aanvaarden, dan beoefenen we een vorm van solidariteit, dan brengen we die ouderwetse eucharistie op een nieuwe manier in praktijk. Ons genieten en ons dankbaar zijn veranderen het klimaat op onze aarde.
Met deze dagelijkse aandacht voor de wereld, even dagelijks als het nieuws er over , voegen wij aan ons eten en drinken solidariteit toe, wereldwijd. Dat heeft een uitwerking te vergelijken met die aanbidding van het Allerheiligste ergens in een stille kapel.
De ruimte waarin onze aardbol zweeft en waarin wij leven, en in- en uitademen, die ruimte werkt als een versterker die ons meeleven en onze solidariteit-hier-en-nu versterkt, en die wereldwijd doorgeeft “ten bate van het leven der wereld” waar het nodig is.
Mogen we de woorden van Jezus “Het brood dat ik zal geven, is mijn vlees ten bate van het leven der wereld,” niet verstaan in dat perspectief? Mogen wij in ons denken niet even solidair zijn als Jezus zelf?
Dit mag alternatief, vreemd, naïef, voor u klinken. Het zij zo.
Wat Jezus zei, klonk zò vreemd dat zijn apostelen er niet aan wilden! “Toen zij de woorden van Jezus hoorden, zeiden velen van zijn leerlingen: “Deze taal stuit tegen de borst. Wie kan daar naar luisteren?”
Ik eindig met een verhaaltje over een duif en een muis die samen filosofeerden over het gewicht van één enkele sneeuwvlok. Volgens de duif weegt één enkele sneeuwvlok minder dan niets. “Moet je niet zeggen”, wist de muis. “Ik heb zitten tellen hoeveel sneeuwvlokken er op een dikke tak vielen. Dat waren er twee miljard, drie miljoen, drie en dertig. Pas toen die ene volgende sneeuwvlok op de tak viel, brak hij opeens af en viel op de grond. Zoveel weegt één enkele sneeuwvlok .”
Zoveel weegt ook onze solidariteit. Jezus moet daarvan geweten hebben.
Sacramentsdag (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit