Fundament of fundamentalistisch? (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 9e zondag · groen

Geliefde parochianen,

Deze week is de film uitgekomen Beyond Fitna. Een film tegen de film Fitna. In de nieuwe film wordt beweerd dat ook de bijbel oproept tot geweld. Is dat zo?
De meeste katholieken weten niet zoveel van de bijbel. Ik denk dat velen van u deze vraag ontkennend zullen beantwoorden en zullen zeggen: de bijbel roept op tot naastenliefde. Denk maar aan het verhaal van de barmhartige Samaritaan.
Helaas moet ik deze katholieken ongelijk geven. Helaas moeten we toegeven dat de nieuwe film gelijk heeft. Als wij de bladzijden uit de Koran willen scheuren die oproepen tot geweld, dan moeten we ook een heel aantal bladzijden uit de bijbel scheuren die oproepen tot geweld. Ik ga u drie voorbeelden geven:

In psalm 149 staat: “Laten Gods getrouwen met lofzang voor God uit hun kelen en een vlijmscherp zwaard in hun hand de wraak aan de heidenen voltrekken, de volkeren bestraffen, hun koningen in ketenen slaan, hun vorsten in ijzeren boeien en voltrek aan hen het vonnis zoals het geveld is. Dit is de glorie van al zijn getrouwen. Lof aan God”.

1 Samuel 15: 1 Samuël sprak tot Saul: De HEER heeft mij gezonden om u te zalven tot koning over zijn volk, over Israël; luister dus naar het woord van de HEER. 2 Dit zegt de HEER van de machten: `Ik ga de Amalekieten straffen, want zij hebben Israël de weg versperd toen het optrok uit Egypte.’’ 3 Ruk dus uit en sla de Amalekieten neer en wijd° alles wat hun toebehoort aan de vernietiging; spaar hen niet, maar dood iedereen, mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, kamelen en ezels.'

En in Deuteronomium 2: 31 Daarop heeft de HEER mij gezegd: Nu ga Ik Sichon en zijn land aan u uitleveren. Begin de verovering en neem het land in bezit.’’ 32 En toen Sichon zelf met heel zijn leger tegen ons was uitgetrokken, 33 heeft de HEER onze God hem aan ons uitgeleverd; wij hebben hem verslagen met zijn zonen en zijn hele legermacht. 34 Al zijn steden hebben wij in die dagen veroverd; een voor een hebben wij ze aan de vernietiging gewijd°, mannen, vrouwen en kinderen, zonder iemand in leven te laten.

Deuteronomium is het tweede wetboek. Daaruit is ook de eerste lezing van vandaag genomen waarin Mozes tot het volk sprak: “Prent mijn woorden in uw hart en in uw ziel”.
Op vele plaatsen wordt het woord van de Heilige Schrift Gods woord genoemd.
Wat moeten we hier nu mee?

We moeten niet ontkennen dat de bijbel ook oproept tot geweld. Maar we moeten wel opmerken dat deze teksten allemaal in het Oude Testament staan. Deze teksten vatten wij niet op als tijdloze wetten die voor altijd gelden. Voor ons is de bijbel geen wetboek dat uit de hemel is komen vallen. Wij moeten een realistische kijk op de bijbel hebben. Dat wil zeggen dat wij het Oude Testament zien als een verzameling geschriften die de visie van verschillende stammen van verschillende generaties in het verre verleden in een ver land aan ons overlevert.
In die bijbelse geschiedenis zien wij een ontwikkeling van steeds verdergaande openbaring en zicht op Gods ware aard. De primitieve mens heeft door de hele geschiedenis heen God steeds beter leren kennen totdat in Jezus Christus Gods openbaring is voltooid.

De primitieve gelovigen hadden bijvoorbeeld nog het idee vanuit hun natuurgodsdiensten dat je de eerste vruchten van het land en de eerstgeboren jongen van elk dier als een brandoffer aan God moest opdragen. Ook Abraham had nog dat idee en ging dus braaf zijn zoon Isaak opofferen om gehoorzaam te zijn aan God zoals hij dat zag. Maar het verhaal van Abraham maakt ons duidelijk dat God geen mensenoffers wil.

Zo meenden de primitieve joodse gelovigen dat ze vijandige volken totaal moesten uitroeien met vrouwen en kinderen en zuigelingen en al. Jezus maakt ons duidelijk door zichzelf te offeren aan het kruis dat God niet de dood van mensen wil, zelfs niet van zijn vijanden. In de bergrede neemt Jezus heel duidelijk afstand van een aan tal opvattingen uit het Oude Testament. Hij scheurt er als het ware heel wat bladzijden uit.

Hij zegt bijvoorbeeld: “U hebt gehoord dat tot onze voorvaderen gezegd is: U hebt gehoord dat er gezegd is: Oog om oog, tand om tand. Maar ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht. … U hebt gehoord dat er gezegd is: U zult uw naaste beminnen en uw vijand haten. Maar ik zeg u: bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen”.

In diezelfde Bergrede staat het evangelie van vandaag waarin Jezus zegt: “Ieder die mijn woorden hoort en er naar handelt, kan men vergelijken met een man die zijn huis op rotsgrond bouwt”.
Niet het woord van het Oude Testament in haar letterlijke betekenis is het fundament van ons leven want dat leidt tot fundamentalisme. Maar de boodschap van Jezus en van het Nieuwe Testament zoals we die in de gemeenschap van de kerk en met de hulp van de heilige Geest verstaan is ons fundament. Daar moeten we onze kerk en het huis van ons geloof op bouwen.

Het gaat er dus niet om wat er letterlijk in de bijbel of in de Koran staat, maar hoe we de teksten interpreteren; hoe we er mee omgaan.

In de eerste lezing stond bijvoorbeeld: “Prent mijn woorden in uw hart en in uw ziel. Bind ze als een teken op uw hand en draag ze als een band om uw voorhoofd”. De orthodoxe joden voeren dit letterlijk uit: zij hebben zwarte vierkante doosjes met de 10 geboden op perkament geschreven er in, die ze met zwarte bandjes om hun arm en hoofd bidden als ze gaan bidden of bijbellezen. Maar die bijbelse opdracht is natuurlijk niet letterlijk bedoeld.

Zo moet zowel de Koran als de bijbel gelezen worden als boeken van een bepaalde tijd, uit een bepaalde cultuur en vooral uit een bepaalde ontwikkelingsfase van het geloof in God. Die ontwikkeling gaat door tot op de dag van vandaag. Ik wil daarom besluiten met de anekdote van de man in de boekhandel:

Er was eens een boekenwurm die in een boekhandel het Oude Testament vond. Hij kocht het en las het in één adem uit. De volgende dag ging hij terug naar de boekhandel en vroeg of er ook een 2e deel was. Jawel, zei de boekhandelaar en verkocht hem het nieuwe Testament. Ook dat las hij in ene adem uit. De volgende dag ging hij opnieuw naar de boekhandel en vroeg of er ook nog een derde deel was. “Jawel, zei de boekhandelaar, er komt een derde deel, maar het derde deel is nog niet uitgegeven. Dat wordt momenteel nog geschreven. Het derde deel is uw levensverhaal”.

Zoeken in Preken Online