Enkele jaren geleden werd Henk Baars wereldkampioen veldrijden. Heel Diessen stond op zijn kop. Op de televisie kwam ook een tante van Henk aan het woord: ‘Jongen’, zo zei tante Anna in goed Brabants, ‘wa haolde oe eige toch in oewe kop, al da geploeter en gedab deur dieë modder… As ‘t een peerd moest doen zouwen ze er de dierenbescherming naor laoten kijken, ‘t is beulenwerk'.
Wel vaker zie je op de televisie The survival of the fittest, het overleven van de sterkste. Een achttal oersterke kerels zag ik een aantal haast bovenmensenlijke opdrachten uitvoeren. Zo moesten ze aan een touw gehangen van de ene rotspunt naar de andere zien te komen, een riskante afdaling maken, een ijskoud bergmeer over zwemmen en met een boomstam op de schouders zo snel mogelijk via allerlei hindernissen de finish zien te bereiken. “t Is beulenwerk’, zou tante Anna zeggen.
In de samenleving van alledag is het vaak niet veel anders. Ook daar lijkt het soms op een ‘survival’. Ook daar zien we de zorg om te overleven, ook daar is volop competitie en wordt van het leven een onderlinge wedstrijd gemaakt. En dat - bedoelt het evangelie te zeggen - dat maakt er het welzijn niet beter op.
Natuurlijk, sommige mensen moeten zich wel degelijk druk maken en knokken om het hoofd boven water te kunnen houden en met ‘kijken naar de vogels in de lucht en de bloemen op het veld’ komt er geen brood op de plank.
Maar er zijn en blijven minder bedeelde mensen, die met al hun armoe uitblinken in levenskunst. We kennen allemaal mensen die blij zijn met hun kleine tuintje en iedere krokus die de kop opsteekt. Een debiele jongen zag ik vrolijk trommelen op zijn tweedehands drumstel terwijl er pianisten chagrijnig doen over de klankkleur van hun peperdure vleugel. Of: de ene broer is postbode en zit in zijn vrije tijd met zijn hengel aan het kanaal, de andere, in te goeie doen geraakt, zit opgesloten achter de hekken van zijn villa, bewaakt door grote honden… Een arme rijke.
De mammon dienen, iets bereiken, veel presteren, is dikwijls beulenwerk en maakt niet echt gelukkig. Ook op het gebied van geloven zien we mensen soms geweldige inspanningen leveren; mensen die alle wetten van Bijbel en kerk onderhouden, soms op het verbetene af. Ze zijn gaan denken dat geloven een kwestie van veel presteren is. Het kan hen nooit streng genoeg zijn. Van geloven hebben ze ook een soort wedstrijd met zichzelf gemaakt.
Voor al dat soort gelovigen klinkt vandaag Jesaja: God houdt ook van je als je er geen aanspraak op kunt maken, ook als je niets presteert. Hij houdt van je zoals een moeder van haar kind. Hij laat je nooit vallen. Dat is geen kwestie van jouw ver-dienste, maar van zijn genade.
Hoef je dan niks te doen? Kun je dus zorgeloos met je armen over elkaar gaan zitten? Nee, zegt Jezus, je moet Gods koninkrijk zoeken en de gerechtigheid.
Dat wil zeggen: Maak van het leven geen wedstrijd, beul je niet af omwille van het klatergoud, zorg niet altijd eerst voor jezelf en kijk ook eens naar de zorg die God aan jou besteedt.
Ten slotte: Kijk vooral naar mensen die moeite hebben met overleven. Met andere woorden: Wees zorgeloos, maar zorg voor mensen met echte zorgen.