Hebt u nooit op een zaterdag een supermarkt bezocht om dat drukke gedoe gade te slaan? Met schreeuwende reclame wordt alles aangeprezen, de mensen verdringen zich voor de overvolle rekken, ze hebben geen oog voor de mensen rondom zich, ze kijken alleen naar de producten en in lange rijen staan ze verveeld te wachten bij de kassa. Stelt u zich dan ook nooit de vraag: Draait het leven dan alleen maar om eten en drinken? Zijn er dan geen belangrijker dingen? Als dat het leven is van de mensen, wat blijft er dan nog over om eigenlijk te leven? Natuurlijk kun je niet zonder eten of drinken, natuurlijk heb je kleren aan je lijf nodig, natuurlijk kijk je naar het goedkoopste, het voordeligste, maar is dat nu alles? Wij zijn vandaag al zo bezig met te zorgen voor morgen, dat wij vergeten vandaag te leven. Van louter drukte ver¬vreemden wij van elkaar. Zouden onze kinderen ook nog zo blij zijn met deze levenswijze van produceren en consumeren, of zouden zij naar hogere levens¬waarden vragen?
Het zijn allemaal vragen waarmee het evangelie van vandaag zich ook bezighoudt. Het evangelie spreekt immers ook van ‘zich angstig zorgen maken’, van ‘najagen en tobben’. Nu zegt Jezus ons duidelijk: echt leven is meer dan eten en drinken; de echte zorg voor je lichaam gaat verder dan alleen de kleding en met al je zorgen kun jij jezelf niet groter maken. Een man zaait en maait om in het leven te blijven, vogels doen dat niet, een vrouw werkt en spint om kleren te maken, lelies hoeven dat niet, want God zorgt voor hen; zou Hij dan niet veel meer voor jou zorgen? Jullie zorgen zouden op de eerste plaats moeten gaan naar datgene wat echt inhoud kan geven aan je leven. Niemand kan twee heren dienen, je moet een keuze doen: je moet kiezen door een rangorde van waarden te scheppen in je leven en in die rangorde kan maar één ding de eerste plaats innemen. Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid. Daar gaat het allereerst om.
Maar wat bedoelt Jezus dan met het Rijk Gods? Welke zorg kunnen wij daarvoor dragen? Gods zorg kennen wij goed genoeg uit zijn evangelie. Het Rijk Gods groeit midden onder ons, daar waar wij hongerigen te eten geven, waar naakten gekleed worden, waar zieken gesterkt worden, waar vluchtelingen beschermd worden, waar vrede wordt opgebouwd. Deze zorg van God moet ook in ons leven op de eerste plaats komen en wij moeten ze zichtbaar maken voor de mensen. Als in de lezingen van vandaag zo dikwijls gezegd wordt dat God ons nooit vergeet, dan kunnen wij dat pas echt geloven als de mensen zorgend met elkaar omgaan.
Je mag niet zeggen: God heeft ons vergeten. Als er in deze wereld mensen doodgaan van honger, dan komt dat omdat wij die mensen vergeten. Als er mensen wonen in krottenwijken, dan moeten wij God daar niet de schuld niet van geven, dat komt omdat wij geen zorg dragen voor die mensen. Tot driemaal toe beklemtoont Jezus dat God wel voor ons zorgen zal, daaraan mogen wij niet twijfelen, de vraag is of wij die zorg van God beantwoorden door voor anderen te zorgen. God wil ons nodig hebben, via ons wil God de mensen van eten en kleding voorzien, via ons wil God de daklozen een woning bieden. Als wij op de eerste plaats zorg zouden dragen voor de komst van Gods Rijk, dan zouden de mensen ook kunnen ervaren dat God de mensen niet verlaat. Hij heeft zich toch zelf genoemd: Ik zal er zijn voor u.
Zeker, dit is geen gemakkelijk opgave, maar wij mogen vertrouwen dat wij daarbij gesteund worden door Gods trouw, die ons leven draagt. God zal ons al het nodige geven, maar dan hebben wij ook op onze beurt de plicht zorg te dragen voor de mensen in nood. Zeg niet meer: ‘De Heer heeft mij verlaten, mijn God heeft mij vergeten’, maar het is onze plicht dat wij goede beheerders zijn van Gods gaven, door evenals God zorg te dragen voor de mens in nood.