Deze weken horen we in de zondagsevangeliën Jezus spreken van het Koninkrijk van God. Hier ligt het hart van de verkondiging van Jezus die de werkelijkheid van alledag omdraait. In zijn gesprekken met de godgeleerden van zijn tijd, zet hij hen vaak op het verkeerde been. Wanneer je op basis van uitsluitend wetten en regelgeving blijft redeneren, kan de boodschap van de barmhartige God wel eens aan je voorbij gaan. Je kunt zo opgaan in de jota’s en tittels van de wet dat je het grote verhaal van de liefde van de scheppende God niet meer ziet.
De boodschap van Jezus geeft een diepte aan het menselijk bestaan die duidelijk maakt dat de mens zelf een groot mysterie is. In zijn verkondiging spreekt Jezus voortdurend van een nieuwe relatie tussen God de Vader en de mens. Het lastige voor zo’n relatie is dat deze Vader ons begrip en onze werkelijkheid overstijgt. Onze tijd heeft daar moeite mee: alleen wat zichtbaar en meetbaar is behoort tot onze werkelijkheid en dus tot dé werkelijkheid. Iets anders kan niet serieus genomen worden.
Is die dagelijkse werkelijkheid van ons zo bevredigend? Vervult die werkelijkheid het verlangen dat ons drijft? Het verlangen naar oprechte liefde, naar evenwichtige rechtvaardigheid, naar belangeloze barmhartigheid? Jezus maakt duidelijk dat dit verlangen dat bij iedere mens sluimert, slechts zijn grond vindt in de transcendente God: God die groter is dan onze werkelijkheid, geeft aan dat de roeping van de mens in Hem geworteld is. Hij is de garantie dat we ons eigen verlangen en wensen laten toetsen door de blijvende standaard van Gods liefde, rechtvaardigheid en barmhartigheid.
Een van de verhalen die we in de maand juni horen is de roeping van Matteüs. Hij wordt achter de tafel van de tollenaars vandaan gehaald om werker van het koninkrijk te worden. Het is een lange zoektocht voor hem die steeds moet leren dat andere waarden zijn leven meer inhoud kunnen geven. De verleiding die hij als tollenaar bij uitstek goed beheerste was om zijn maat op te leggen aan anderen. Als inner van de belasting kon hij dat uitstekend naar zijn hand zetten en er zelf van profiteren.
Het is een verleiding van de mens van alle tijden om bij de zoektocht naar wat rechtvaardig en goed is, eigen maatstaven aan te leggen. Het Koninkrijk van God zoals Jezus dat verkondigt verlegt steeds dat criterium naar God. Zijn die richtlijnen van God dan te kennen en toe te passen? Overstijgt die hemelse werkelijkheid dan niet ons leven? In Christus ligt de brug tussen God en mens, door navolging van het evangelie wordt de mens de kracht en de inspiratie geschonken om zo te leven. Daarom roept Jezus zijn leerlingen op om steeds met Hem verbonden te blijven opdat dit Koninkrijk maatstaf van ons leven blijft.